vrijdag 9 september 2022

  

Sic transit gloria mundi

Monnikenhuizen en de Wichard van Pontlaan, het is een afstand van niks. Kwestie van even oversteken door park Angerenstein.  En dat deed ik op een zondagmiddag, ongeveer veertig jaren geleden. Nog levendig zie ik voor me hoe de kleinste speler van het veld, ene Simon Tahamata, de toeschouwers in verrukking bracht. Hij was heel behendig met de bal en vliegensvlug. Keer op keer wist hij zijn tegenstanders te passeren. En toen was daar zijn doelpunt. Zijn eerste doelpunt voor Ajax. In verrukking rende hij in één lange rush langs de zijlijn van het veld terug. De langste speler van het veld, doelman Piet Schrijvers kwam hem tegemoet, zijn armen wijd gespreid. Nog zie ik hoe kleine Simon hoog opsprong tegen de machtige gestalte van zijn keeper.  Het hele Ajax team verdrong zich rond de kleine knuffel in de armen van de machtige reus.  Het was mijn eerste en tevens laatste bezoek aan Vitesse op Monnikenhuizen, een paar jaren later verhuisde de ploeg naar het Gelredome.
Vandaag lees ik in de krant het overlijdensbericht van Piet Schrijvers. Het blijkt dat hij De Beer van De Meern werd genoemd. Ajax speelde nog op sportpark De Meern. De Johan Cruijff Arena bestond nog niet, evenmin als het Gelredome. De Beer van De Meern speelde maar liefst 600 competitieduels en 40 interlands. Ook Simon speelde meermalen in Oranje en groeide uit tot rolmodel voor Molukkers in Nederland. Af en toe duikt zijn naam nog op in het nieuws. Telkens als dat gebeurt denk ik terug aan dat moment op Monnikenhuizen. 
Piet Schrijvers was ik vergeten, totdat ik vanmorgen zijn overlijdensbericht las. Hij blijkt nog een hele carrière gemaakt te hebben, getuige zijn bijnamen D
e Corpulente van Twente , de Bolle van Zwolle en Het Lek van PEC. Als trainer deed hij ook van zich spreken getuige De Kolos van Oss en De Flop van TOP. 
Sic transit gloria mundi, zeiden de ouden.
Maar dan de Queen in het Verenigd Koninkrijk, die is nog lang niet verdwenen, vergaan of vergeten. We zullen nog vaak over haar horen. Het begon vanmorgen al, getuige dit gesprek tussen een moeder en haar kind dat iets had opgevangen uit de wereld van de grote mensen:
-Kind: mama, waar is de Queen nu?
-Moeder: de Queen is in de hemel.
-kind: waar is de hemel?
-Moeder: de hemel is een onbekende plek
 want anders krijgt ze meteen weer journalisten in haar nek.


zondag 21 augustus 2022

 

Over vrijheid gesproken

De kleurrijke verzameling vlaggen trekt van ver al aandacht. Echt een  eyecatcher zoals dat tegenwoordig, geloof ik, in goed Nederlands heet. Ik beken aan mijn groep dat ik lang niet alle vlaggen ken. Maar samen komen we toch een heel eind: die is van homo’s, zegt iemand. En die van lesbiennes, vult een ander aan. Zoekend en  bordjes lezend raken we beetje bij beetje wat meer thuis in LHBTIQ + .
Verrassend is het wel, maar de groep vindt eenduidig dat ook zaken als gender en seksuele identiteit thuis horen in ‘’het museum van het dagelijks leven’’, zoals het openluchtmuseum zich graag omschrijft.  En ook andere vormen van vrijheid en onderdrukking van vrijheid natuurlijk.
Bij het wasserijgebouw uit Overveen stellen we ons voor hoe de hoog  gestapelde manden met vieze was van Amsterdamse weeshuizen of van rijke families eenmaal per kwartaal van de wagens getakeld werden. ‘’Eenmaal per kwartaal’? roept iemand verschrikt, ‘’dat zal een lekker geurtje zijn geweest!’’ Binnen verbazen we ons over de arbeidsomstandigheden rondom de spattende stampkuipen, de kolengestookte grote open boiler, en de knielbakjes voor de spoelsters aan de rand van de spoelbak. Wat zal de atmosfeer hier vochtig en onwelriekend zijn geweest! Even verder zien we een foto van een zaal vol strijkende dames. Veel vrouwen die hier werkten kwamen van ver, de Spaanse Nederlanden of uit het arme Münsterland. Ver van huis leefden ze intern bij hun werkgever. “Net als nu de Polen’’, zegt iemand.  “Ja,” zeg ik, “en net als de seizoenarbeiders die met duizenden (!)  jaarlijks vanuit streken rond Münster en Hannover naar Holland en Friesland liepen om te maaien en te hooien. Alles met zeis, riek en hark. Ze leefden in het hooi in een schuur.  Trekarbeid is van alle tijden, tot in onze tijd. En maak je geen illusie over omstandigheden van een en ander. Ook nu: de werkers aan de stadions in Qatar weten er van mee te praten , toch?”  De groep aanhoort het stil, maar niemand bestrijdt het.
In de tuin van het koopmanshuis filosoferen we over vrije huwelijkskeuze, hoe zou dat vroeger geweest zijn? Hoe ‘vrij’ zou de rijke koopmansvrouw zijn geweest? De handelingsonbekwaamheid van vrouwen heeft gegolden tot ver na de tweede wereldoorlog…   ‘’Ja’’, zegt iemand, ‘’mijn moeder mocht geen eigen rekening openen!’’ 
“En ik moest mijn baan opgeven’’, zegt een ander’’, want het had geen pas om als gehuwde vrouw te werken.’’ Op dit punt aanbeland hadden we nog een hele tijd kunnen doorpraten. Jammer dat er daar in die tuin maar één bankje staat!

vrijdag 18 maart 2022

De wereld in 7 lettergrepen
en 1 foto

Verdozing van het landschap
V
erstuwing van de rivier
Verpesting van het klimaat
Verpoeting van Europa
Ontswifting van zijn vriende
Terugkeer van de oorlog

Maar hoop doet leven 


zaterdag 29 januari 2022

 



Spreek toch je moerstaal

Alles mag mits geplaceerd

Blijf dus op je krent

 


vrijdag 24 december 2021

 


 

De engel van het toilet

‘Zouden ze hier ook een toilet hebben?’
‘Tuurlijk wel, zo’n grote zaak, wat dacht je? Klanten lopen hier soms wel een paar uur te dolen.’ Niet veel later is ze waar ze wezen moet. Ik zoek ondertussen verder naar een blits nieuw loopjack. Juist als ik voor een spiegel sta komt ze terug. Mijn keus wordt goedgekeurd en een weinig later rijden we tevreden terug. Het is mijn verjaardagscadeautje. Nou ja, ook weer niet. Het eigenlijke cadeau zit naast me. Ik zou zelf een nieuw jack uitkiezen en zij zou me vergezellen. Naar Decatlon nog wel, de kerk van de hedendaagse sportreligie. Een ongedacht cadeau: zij, mijn echtgenote, naar een sportwinkel, en dan nog wel naar deze, want Decatlon is toch wel de grootste der grootsten in deze branche!

Halverwege de terugrit roept ze verschrikt: ik mis mijn trouwring!  U raadt het wel:, angstig zoeken voor en naast de zitting, alle zakken navoelen,  tasje leegschudden, toenemende onrust en kalmerende woorden mijnerzijds.
Thuis wordt de zoektocht voortgezet: het raam boven het aanrecht, de vouwen van de bank, het nachtkastje. Nergens een ring.
Ik besluit terug te rijden naar Decatlon. Daar spoed ik me rechtstreeks het damestoilet. Aan de verraste blikken van enkele wachtende dames heb ik even geen boodschap. Een oudere man van de beveiliging doet even later  mijn onderzoek nog eens dunnetjes over en noteert naam en telefoon.
Weer thuis blijkt  mijn vrouw nog steeds niet van de schrik bekomen. ‘Ik heb die ring 49 jaren aan mijn vinger gehad en nu zomaar weg, dat kan toch niet? Ze is echt een beetje van de wap.
Dan gaat de telefoon. Het zal toch niet? Maar het zal wel degelijk: ‘Decatlon, beveiliging: meneer we hebben de ring gevonden!’ Het is dezelfde oudere meneer van de beveiliging. Hij had nog eens rond gespied op het damestoilet, tot zelfs in het hete lucht apparaat waarboven mensen na gedane arbeid hun handen plegen te drogen. En jawel, zijn geoefend speurdersoog had daarin de ring aangetroffen die ik  49 jaren geleden plechtig om de vinger van mijn vrouw had geschoven! Ik weet nog dat ik riep: ‘Meneer u bent een engel, ik kom onmiddellijk!’

Tien dagen later vind ik twee brieven van het centraal incassobureau Justitie in de brievenbus. Wat blijkt: die ochtend op mijn rit naar ‘de engel van het toilet’ (mijn derde tocht naar Decatlon) heb ik zeven kilometer te hard gereden én een rood stoplicht aangezien voor nog net oranje.  Samen goed voor de somma van 332 euro ….!

 


zaterdag 4 december 2021

 


 

Dokters zijn zo knap

Kunnen alles op- en afschalen

Nu corona nog …

--------------------------

Coronaatje lief

Doe het zelf heel alsjeblieft

Scheelt ons veel gedoe!

--------------------------------------

N P O Journaal

Hugo hier en Hugo daar

Net als Sinterklaas

 


zondag 21 november 2021

 

 

Hik hik  -   Snik snik

We gebruiken weinig pepers, eigenlijk zo goed als nooit. Maar toe ons groenten abonnement  een aantal rode pepers bevatte moest het er toch maar van komen. Want eten weggooien, dat zit niet in ons DNA. Met behulp van het kookboek sneed ,mixte en roerde M de pepers met  ui, champignons en wat dies meer zij tot een nieuw gerecht. Toen het uit de oven kwam zag het er smakelijk uit. Spannend, nooit te oud voor een experiment, schepte ik voorzichtig op. M voegde een schepje appelmoes toe want het proefde best wel scherp. Ik volgde haar voorbeeld en het begon me goed te smaken. Toen M haar bord terzijde schoof – ze vond het toch te scherp - schepte ik nog een keertje bij. Even later verzachtte een toetje yoghurt met vanillevla een toch wel prikkelende nasmaak.
Een uur of wat later zei ik tussen twee hikken door ‘die pepers van jou vallen toch niet zo goed, geloof ik’. Wat er volgde laat zich kort maar krachtig beschrijven in een haiku:

Hik-hik, zei de hik

We blijven hem nog pesten

Nóg drie dagen hik…

Inmiddels, op de ochtend van de vierde dag, lijkt de hik verdwenen, likt Rotterdam haar wonden en zijn horden losgeslagen jongeren aan het afkicken van hun feestje.  ‘Ze’ beroven ons van onze vrijheid, schreeuwden ze in koor. ‘We mogen niet meer naar de kroeg en naar het stadion’, riepen twintigers en dertigers.’

Snik-snik zei opa

Wat is het toch een bende

Straten vol met shit

En even later: dat krijg je als alles kan en alles mag, het enig leesvoer bestaat uit de krochten van sociale media op het  mobiel, en je leeft in een wereld waar ouders en oudere generaties geen weet van hebben.. Waar leer je dan nog frustraties te verdragen?
Frustratietolerantie, broodnodig in het leven, toch?