zaterdag 23 november 2019



Rijgeschikt

Nee, zei de keuringsarts, ik doe het liever niet digitaal, want er gaat zo ontzettend veel mis bij het CBR. Ik geef je een verklaring op papier en die kun je het best zelf afgeven op het dichtstbijzijnde kantoor van het CBR. Dan weet jij in elk geval dat het in bezit van het CBR is.
Zo gezegd, zo gedaan, half april van dit jaar. Mijn rijbewijs zal pas in december verlopen, mij kan niets gebeuren, hoe groot ook de achterstanden bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, dacht ik.
Zeven maanden later, half november, en nog maar één maand te gaan, sloeg de twijfel toe. Zeven maanden, is dat niet wat erg lang om een enveloppe te openen en in één oogopslag te zien dat de keuringsarts mij helemaal oké heeft bevonden? Zou mij dan ook treffen wat zoveel anderen inmiddels overkomt? Ik die zo slim was geweest om acht maanden tevoren actie te ondernemen?
Ik besloot opnieuw slim te zijn: gewoon de klantenservice van het CBR bellen en met veel tact en begrip iedereen voor me innemen. Ik ben vast de enige die dat doet want er staat klip en klaar dat een telefoontje naar de helpdesk 90 (negentig!) cent per minuut kost! Iedereen die ooit een overheidsdienst heeft gebeld en weet heeft van de worsteling met het keuzemenu, van de hoeveelheid ‘wachtenden voor u’ en van de eindeloos herhaalde muziek op het moment dat je denkt aan de beurt te zijn, laat het wel uit zijn hoofd om de klantenservice van het CBR te bellen, toch? 
Helemaal verkeerd gedacht!  Ze zijn heel aardig en heel begripvol daar bij het CBR!  In no time weet een allervriendelijkste dame mij na het onvermijdelijke mag ik uw naam, geboortedatum, postcode, nummer te vertellen dat ‘het keuringsverslag door ons is ontvangen!’  O zo, dat heb ik intussen bereikt, denk ik.  En als ik vraag hoelang het nog zal duren voor ik daarop een reactie zal ontvangen, zegt ze klip en klaar dat ik tussen nu en half december een bericht zal ontvangen. En mocht dat niet het geval zijn dan moet ik na 13 december beslist even telefonisch contact opnemen. (Ja, en weer 90 cent per minuut denk ik, maar dat zeg ik niet, in plaats daarvan bedank ik haar voor haar heldere en adequate reactie. Dat vindt ze fijn om te horen. En dan vraag ik nog even met wie ik nu gesproken heb. Heel slim, altijd doen bij een helpdesk!). Luttele seconden later wensen ‘Jasmine van de afdeling rijgeschiktheid’ en ondergetekende elkaar een prettige voortzetting van deze dag.
Toeval of niet: vijf dagen later ligt er een brief van het CBR op de deurmat: ik ben rijgeschikt voor personenauto, bestelauto, driewielers, aanhangwagen en als extra toetje: voor tractor!
Toeval, zegt u? Nee hoor, ik ben er heilig van overtuigd dat ‘Jasmine van de afdeling rijgeschiktheid’ me dank zij mijn vriendelijkheid en onze wederzijdse click bovenop de stapel heeft gelegd. En ook die tractor heb ik, zeker weten, aan haar te danken!
En nu maar hopen dat de boeren weer snel besluiten tot een rit naar het Malieveld!

P.S. de naam Jasmine is gefingeerd

woensdag 6 november 2019


Met BAM, slimme meters, wat kan ik voor u doen?
Ik wil graag een afspraak maken voor het vervangen van de meters.
Dat kan meneer, het kan ook via de website dan kunt u …
Ja dat weet ik, maar ik doe het liever even per telefoon.
Dan moet ik even een paar vragen stellen, mag ik uw naam?
Mijn naam is Beltman .
En uw voorletter meneer Eltman?
nee, Beltman, niet Eltman maar Beltman met een B.
Goed meneer Beltsman, en uw voorletter?
Nee geen Beltsman maar Beltman, zonder S in het midden. Dus B E L T en dan man.
Moment, ik noteer het even goed.
En uw voorletter, meneer Beltman?
G
Ja en nu moet ik nog vragen naar uw geboortedatum.
Die noteert ze in één keer goed. Dan het adres:
Burgemeester Brandtlaan 33
Wilt u het nog een keer zeggen?
Burgemeester Brandtlaan 33 
Burgemeester Randlaan  13 en uw postcode?
Nee mevrouw, niet Randlaan maar: Brandtlaan. En Brandt met d en t. Ik zal het voor u spellen.
 Dan heb ik Burgemeester Brandtlaan.
Ja dat is goed, en niet 13 maar 33
33 Zegt u?
Ja, 33
En uw postcode?  
Ik vrees opnieuw het ergste, maar ze herhaalt het in één keer goed.
Ze weet nu blijkbaar wat ze weten moet. Ze gaat nu kijken, zegt ze,  wanneer een monteur langs kan komen. We zijn het gauw eens: woensdagmorgen tussen 9.30 en 11.30 uur.
Die ochtend verplaatsen we de kinderstoel en de kist met speelgoed van de kleinkinderen teneinde de meterkast vrij toegankelijk te maken. Maar wie er komt: geen monteur.
De volgende ochtend opnieuw gebeld.
Onmiskenbaar dezelfde dame met dezelfde stem:
met BAM spreekt u, slimme meters.
Mag ik uw naam, dan kan ik in het planningrooster kijken.
Woensdagmorgen tussen 9.30 en 11.30 uur. (Haha, dat klopt in elk geval, denk ik.) En de monteur is niet geweest zegt u?
Nee, er is niemand  geweest en we hebben ook geen enkel bericht ontvangen.
Ik kan hier in het planningrooster niet zien waarom de monteur niet is gekomen, dus ik weet het ook niet.
Dat is jammer, maar ik wil nu graag een andere afspraak maken, kan dat?
Volgt een warrig verhaal dat iemand van het planningrooster niet aanwezig is, eindigend met de vraag of ik over een uurtje terug kan bellen, dan kan ze wel een afspraak maken.
Oké, dan bel ik tussen 11 en 11.30 uur, is dat goed?
Ja dat is goed. Volgt weer dat iemand van het rooster niet aanwezig is, maar ik onderbreek het.
Nog geen tien minuten later terwijl ik nog stoom afblaas naar mijn vrouw gaat de telefoon:
Met Viola van BAM, meneer Beltman, nu kan ik een afspraak maken. Ik weet ook niet waarom de monteur niet is gekomen.
Zegt u het maar, wanneer kunt u ons opnieuw inplannen?
Zonder enige hapering maken we een nieuwe afspraak.
Terwijl ik ophang hoor ik nog net iets over: onze excuus.  
Het is goed, Truus!            

 het adres en de naam Viola  zijn gefingeerd


vrijdag 18 oktober 2019



Meten met twee maten


Ik heb veel sympathie voor boeren. Als boerenzoon kan dat ook moeilijk anders. Prachtig vind ik het dat programma’s van Yvon Jaspers boerderijen in beeld brengen in al hun diversiteit. Ik mis geen uitzending. Tegelijk besef ik de keerzijde van veel boerenbedrijven en met name van het landbeleid. Al veel te lang is het beleid bijna eensporig gericht op vergroting van productie. En dat is uiterst schadelijk voor het milieu. Om de afspraken van Parijs te halen moeten we hoe dan ook bijsturen. Het is allang geen vijf vóór twaalf meer, maar al geruime tijd kwart over twaalf! Wetenschappers tonen het steeds opnieuw aan, maar wat doe je als boeren met tractors de snelwegen opgaan,  hekken omver rijden en het hele land ontregelen? Ga je ze dan oppakken? Welnee, dan zeg je dat ze alle lof verdienen en verander je met knikkende knieën snel je beleid, zo blijkt.  Afspraken van Parijs blijken weinig waard als tractors de snelweg opgaan.
Hoe anders gaan overheden om met verontruste burgers als die van Extinction Rebellion. Zeer verontrust over de toekomst van generaties na ons – dus niet voor hun eigen belang ! – beginnen ze vanwege het alsmaar uitgesteld worden van beleid, wegen en soms een brug te blokkeren. Ze worden bij bosjes door de politie opgepakt.
Hoezo: meten met twee maten?
Gisteren was ik naar een bijeenkomst van de grootouders voor het klimaat. Achter het Binnenhof las ik in steen gebeiteld: eenieder die zich op ons grondgebied bevindt ….. zal in gelijke situatie ….gelijk behandeld worden.(art. 1 van de grondwet)
Hoezo: gelijk behandeld?



maandag 16 september 2019




Tussen plaggenhut en Jaknikker

‘We zijn een recalcitrante familie meneer, hou er maar rekening mee!’ Het wordt door meerdere personen lachend beaamd. ‘Nou, dat treft,’ zeg ik, ‘want ik ben ook een recalcitrant figuur. Dus we zullen we zien wat het wordt’.
Bij de eerste stop van de tram knalt Dylan met zijn hoofd tegen de ruit. Moeder sust een dreigende ruzie tussen de twee neefjes.  Bij de plaggenhut is al niets meer van het incident te merken. Ik stel voor dat de groep zich opdeelt in tweeën, maar er valt niets op te delen, even later staan we met zijn allen lijf aan lijf in de kleine bedompte ruimte. Moesten ze hier in wonen, vraagt iemand. Ik zeg: ja en ook nog de luiers of de natte strozak van de kleinsten zien droog te krijgen. Want de helft van de tijd is het buiten natuurlijk nat en mistig. Commentaar alom.
Wat later blijkt het merendeel van de familie onder de indruk van de grote boerderij uit Zeijen. Een groter contrast met de plaggenhut is haast niet mogelijk. Ik vertel dat de muurankers aan de voorgevel het jaartal 1769 vormden maar dat ze bij de overbrenging naar het museum ontdekten dat de boerderij nog veel ouder moet zijn geweest en dat daarom het hele gebouw is ‘terug gerestaureerd’ naar een beeld van ergens midden 1500. Het zal ze een zorg zijn, het open vuur, het altijd tussen de dieren leven en de attributen van de vlasbewerking zijn veel interessanter voor Olivier en Dylan, en ook voor de ooms en tantes, merk ik.  Er lopen meer bezoekers in de grote ruimte, iemand maakt mij attent op een hoogbejaarde man uit het Drentse Zeijen. Hij herinnert zich de boerderij nog zoals die vóór 1953 in het dorp stond. Met veel belangstelling kijkt hij naar de foto die ik daarvan in mijn tas heb. Het roept nog meer herinneringen bij hem op maar ik moet verder met mijn gezelschap. Even later zitten we met ons allen in het schooltje, eveneens uit Drenthe. Natuurlijk gooi ik de pechvogel naar Dylan, volgt een tik met de plak en krijgt een van de tantes voor straf het ezelbord om haar nek. Andere tijden, andere zeden, nietwaar.  Bij de Jaknikker vraag ik Olivier en  Dylan wat het apparaat uit de grond pompt. Die vraag blijkt nog niet zo eenvoudig. Ook enkele ooms  en tantes hebben geen idee.  Ik vertel ze over de olie, en later het gas, dat we toen plotseling verwarming kregen, voor het eerst het hele huis gingen verwarmen, op gas gingen koken, ja zelfs de Deltawerken konden betalen en de hele opbouw van de verzorgingsstaat. Het lijkt ze allemaal ver weg. Maar even later blijkt dat ze zich ‘’Dolle Mina’’, ook vijftig jaar geleden, wel kunnen herinneren. Ons geheugen is selectief blijkbaar. Jaknikkers verdwijnen als roest in het landschap maar de letters Baas in eigen Buik zien ze nog voor zich.
Ik vraag me af of de oude man van zojuist zich ook Dolle Mina’s in Zeijen kan herinneren en of de vrouwen daar hun buiken ook beschreven! Ik denk het niet, maar ik zal het nooit weten, hij is uit het zicht verdwenen.

maandag 19 augustus 2019



Als Noach en Hansje Brinker


Het lijkt al weer zo lang geleden. Nog maar twee weken geleden reikte de thermometer hier een paar dagen tot boven 40 graden. Inmiddels is het afgekoeld en lijkt het klimaat weer een beetje in gewone doen te geraken. Maanden heb ik lopen zwoegen met emmertjes water, ouderwets geput met een touw met knopen erin. Ik vrees zelfs dat er daardoor iets in mijn wervels is verschoven maar dat terzijde. Het heeft inmiddels geregend, en hoe!  Een tropische bui werd over ons heen gestort,  het hield maar niet op! Ik vreesde voor lekkage in de keuken, maar onze investering in vernieuwing van het plat dak bleek zijn geld waard! Opeens kreeg ik een ingeving: als je vanuit de hal bij de voordeur schuin omhoog kijkt zie je precies de punt van de dakgoot. Tjeetje! Zie ik daar teilen water over de rand stromen, een complete rivier! Even voelde ik me als eens Noach door een luik in de ark naar de zondvloed kijken! Weliswaar was ik alleen met vrouwlief, zonder kinderen en al helemaal zonder dieren, maar toch, ik zag een muur van water! Ik haastte mij naar de kelder. En jawel: ik moest laarzen aan! Toen ik samen met Marian de ravage in ogenschouw nam zagen we dat het keldergat droog was. Maar we hoorden wel water klotsen. En toen wisten we : dit is niet oké, het water hoort niet onze ark in te stromen!
Ik haastte me naar boven, ik wist waar de zaklantaarn lag en ook dat de batterijen nog goed waren. (Een ingeving - van wellicht JHWH?-   had me dat gisteren nog laten controleren). Even later zagen we met ontstentenis een stroom water met een boog de kelder inspuiten. Gewoon uit een gaatje in de muur van wat onze veilige ark leek! Vijf/zes seconden stonden we vertwijfeld te kijken. Er moest gehandeld worden, te veel water en de gevolgen zouden niet te overzien zijn.  Tuinman als ik ben vloog ik de kelder uit naar de garage (onze ark heeft een aanbouw) en gewapend met een bamboestok en een vaatdoek viel ik terug de kelder in. Laat nou het bamboestokje precies in het gaatje passen! Zo zie je maar, JHWH waakt over Noach dacht ik in een moment van zelfoverschatting. Snel bond ik een vaatdoekje om het stokje en zie:  als eens Hansje Brinker weerstond ik de vloed!
Inmiddels zien we duiven rondvliegen, de aarde is weer droog. Maar het probleem is niet opgelost, evenals bij Hansje Brinker moet de dijk, in ons geval de muur, nog wel gedicht worden. En na de  vloed heeft JHWH  vanwege de slechtheid van de mensen nu de noordpool in brand gezet. En dat veroorzaakt een rookveld zo groot als de EU !
Vannacht droomde ik dat de mensheid nu met man en macht en met veel technisch vernuft hypermoderne arken gaat bouwen. Maar JHWH zei in diezelfde droom dat dat ons mooi niet zal helpen als we blijven doen wat we altijd doen, met al die vliegtuigen en al dat plastic en zo. En toen werd ik weer wakker. Ik ben naar het openluchtmuseum gegaan, met de auto. Had ik niet moeten doen, misschien.
Maar het regende zo.
Ik weet het niet.

woensdag 24 juli 2019



Met zijn allen op de knieën voor tante Riek

Help, mijn hypothalamus maakt overuren! Het is half tien in de ochtend en ik merk dat mijn zweetklieren al opengaan. Hij is dus al aan het werk, mijn hypothalamus. Sinds gisteren weet ik dat ik die heb, een regelcentrum in de hersenen dat de warmtehuishouding regelt. Het zet de zweetklieren open en verwijdt alle kanalen  om warmte en zweet daarnaar af te voeren. Geweldig vind ik het, zeker in bange dagen waarin de buitentemperatuur hoger is dan de lichaamstemperatuur.  Eerst hadden we alleen te dealen met een stijgende zeespiegel die de rivieren belemmert water af te voeren. Nu komt daar een temperatuurstijging bij die de regulateur belemmert om onze lichaamswarmte af te voeren.  Als straks ook nog de economie instort, wat dan? Wie is er dan om ons te helpen? Hebben we naast een fysieke hypothalamus ook een sociaal maatschappelijk equivalent? De politiek zegt u?  Nou, Angela is op haar retour, Macron wil wel maar heeft gele hesjes, Boris zit in zijn eigen Brexit, en Mark wil niet naar Brussel.
Gelukkig hebben we nog meneer Elbers van KLM.  Neem wat vaker de trein, roept hij. Daarvan ondervinden namelijk  alleen prijsbrekers met hun cityhoppers nadeel, maar dat zegt hij er niet bij. Vliegen is prima, zegt hij, zolang je het met mate doet.  En Schiphol vindt dat beperkt doorgroeien best kan. Mijn krant (inderdaad, misschien wel ‘de beste krant van Nederland’) vergelijkt het met drinken om van de alcohol af te komen.
Groei en vakantievluchten, ze zijn als alcohol: ze maken meer kapot dan je lief is. We zullen er hoe dan ook van af moeten. Zo niet, dan hebben onze kleinkinderen geen wereld meer om in te leven, want het gaat sneller dan de meeste mensen willen weten. KLM is immers wel zo verstandig geen landingsrechten te kopen op het ontdooiende permafrost.
Sinds vorige week zet ik mijn hoop op de Zwarte Cross.  Daar hebben tienduizenden mensen een gelofte gedaan aan (ik meen) Tante Riek om voortaan hun afval te scheiden.  Kijk, als dat nou eens massaal navolging vindt, op Terschelling, in Landgraaf, Biddinghuizen, en in heel festivalliserend Nederland:  met zijn allen op de knieën voor tante Riek!  Dat zou een droom zijn…


vrijdag 21 juni 2019



Aan de keukentafel hoor je nog eens wat


Aan de keukentafel hoor je nog eens wat, vooral s morgens in aansluiting op het radionieuws.  ‘We zijn het hele land doorgegaan, helemaal van Zwolle tot Den Haag, om de stem van jongeren een plek te geven.’ Jammer voor de jongeren in Noord, Oost en Zuid Nederland, denk ik dan, maar dit terzijde. De jongeren blijken zich erg veel zorgen te maken en hebben tal van goede ideeën. Het is belangrijk dat die gehoord worden, zeker nu er binnenkort  - zo hoor ik de verslaggever zeggen – een flinke klap gegeven gaat worden op het klimaatakkoord. Minister Kaag wil haar collega Wiebes aansporen nog ergens een gaatje te zoeken om enkele van die ideeën daar in te schuiven. Nou, ik hoop er het beste van. Misschien is het goed om dan toch ook enkele jongeren uit Groningen erbij te betrekken.
De jongeren kunnen trouwens wel degelijk veel invloed uitoefenen als het om het klimaat gaat. De verslaggever spoort ze aan om toch vooral met de ouders te praten. Vooral aan de keukentafel. Daar blijken jongeren vaak hun ouders over de streep te trekken bij beslissingen over bijv. zonnepanelen of elektrisch rijden. Ook praten in de sauna is erg belangrijk, zegt de verslaggever. In één adem voegt hij daaraan toe dat hij niet vegetarisch is. Hij houdt nl. niet van nepvlees maar wel van gesmolten kaas. Het waarom van deze persoonlijke ontboezeming ontgaat mij volledig maar wellicht heeft het te maken met zijn bezoeken aan de sauna.
Ik hou ervan om na het ontbijt een half uurtje aan de keukentafel te vertoeven. Als pensionado kan ik mij dit veroorloven: kopje thee, sudoku erbij , radio aan. Alles wat wel en niet groeit of bloeit passeert, en nog gratis ook.
In dezelfde uitzending hoor ik dat vandaag de twintigste verjaardag van de euro wordt gevierd. Alle ministers van financiën  zijn daarvoor in Portugal. Ze zijn lyrisch: 75% van de mensen in de eurolanden steunt de euro en nog nooit was er zo weinig werkeloosheid in Europa! In een kort item hieraan gewijd rept de verslaggever tot driemaal toe over hosanna!  Ik vraag me af of hij enig weet heeft van de bijbelse achtergrond van het woord: Hosanna in den hoge, hij die komt in de naam van de Heer, hosanna in den hoge.
Hosanna voor de euro! Ik vind het wel een mooi plaatje van de religiositeit anno 2019 in Nederland  ‘van Zwolle tot Den Haag’!
Wat zegt u: ‘het is dat hij is verrezen, anders zou hij zich omkeren in zijn graf?’ Nou, in het hedendaags algemeen betwijfeld geloof zijn we zelfs daar niet zo zeker meer van, toch?