zaterdag 9 januari 2021

 


P E G E L T J E S  v a n   I J S

Er hangen pegeltjes van ijs

aan de randen van het dak.

Er hangen pegeltjes van ijs

aan een grote dikke tak.

Miljoenen kegeltjes van ijs

Koning Winter wordt bedankt!

Het lijkt wel of de wereld

Vol met waterijsjes hangt.

Een gedicht van Marianne Busser.  Wat een verademing : Geen pandemie, geen president Trump, geen kinderopvangtoeslagen. Alsof ik terug ben in mijn kinderjaren!

 

 


dinsdag 29 december 2020

 

Een mooi land

Het motregent. Buienradar geeft aan dat het rond half elf droog zal worden. Toch maar even dochterlief bellen om af te spreken dat we beter om half elf kunnen starten dan tien uur zoals gisterenavond afgesproken.
Het geeft me tijd om nog even iets op te zoeken over de geschiedenis van landgoed Duno in Heveadorp, gelegen bij Oosterbeek, gemeente Renkum.  Een eeuwenoude ringwalburg bovenop de stuwwal met een prachtig uitzicht de Betuwe. De bewonersgeschiedenis van het landgoed ademt kolonialisme: een scheepskapitein en een boekhouder van de V.O.C., een theeplanter en een eigenaar van een rubberfabriek die tientallen arbeiders uit Groningen huisvest. Het belooft een wandeling over paden die geschiedenis ademen. Precies waar ik van hou !
Om half elf vind ik de parkeerplaats. Dochterlief wacht al op me maar is wijselijk in de auto gebleven want het mag dan miezeren, je wordt er wel heel nat van!
Ik hijs me in mijn regenjack, een herinnering aan mijn bijdrage aan de driedaagse doortocht van de Giro d ‘Italia vier jaren geleden door Gelderland. Als wielerliefhebber heb ik er toen aan bijgedragen dat het peloton zonder ongelukken door de binnenstad van Arnhem kon zoeven. Enkele minuten later sta ik op de plek waar
oud-kapitein-ter-zee Wijnand de Grote met zijn echtgenote Rosalie C.L. de Vignon en meneer Macare, ooit  (wellicht de laatste) boekhouder van de V.O.C. van hun spaarcenten genoten. Later hebben er nog een theehandelaar en een cacaohandelaar gewoond, de laatste gehuwd met – jawel – een Van Houten . Het moet daar op de uiterste rand van de stuwwal prachtig wonen zijn geweest. Een plek waar menig thee- of chocoladeplukker alleen maar van kon dromen. En hetzelfde geldt voor alle armoezaaiers uit vnl Duits sprekende contreien die dienst deden op  schepen van de VOC. Maar voor meneer de kapitein, de boekhouder en de ondernemers was het hier goed rusten na gedane arbeid. Alhoewel door dit on-Nederlandse stijgen en dalen zal een beetje wandeling over de stuwwal al een behoorlijke inspanning zijn geweest.
Na een half uurtje verpozen we coronaproof op het binnenterrein van kasteel Doornwerth, Hier werd in 1260 al een oude waterburcht in de fik gestoken om korte metten te maken met de roofzuchtige praktijken van Karel van Dorenweerd. (Meneer had kennelijk niet erg goed geluisterd naar de preken van de monniken in het nabijgelegen oude kerkje in Oosterbeek. maar dit terzijde.) Na een lange kasteelgeschiedenis met alles erop en eraan  werd het laatstelijk verwoest tijdens de gevechten om Arnhem in WOII. Het huisvest nu -  schitterend hersteld –enkele musea. Wij mochten die niet bezichtigen, dankzij Corona restte er ons slechts een kopje koffie take away in de motregen.
Het mocht de pret niet deren. Gefocust klimmend en dalend over de glibberige paden van de stuwwal keerden wij terugwaards, steeds opnieuw genietend van een weids uitzicht over de Betuwe. Wat is Nederland toch mooi!
Thuis hoor ik dat we nog drie weken moeten wachten op toediening van de eerste vaccins. Het is niet anders, maar met die intelligente lockdowns en ons kwakkelend gepolder (vrij naar Gerrit Hiemstra) staan we toch maar mooi aan de top qua besmettingen in de hele E.U. !
 O zo, waar een mooi land groot in kan zijn...


maandag 14 december 2020

 

 

In gesprek met Jozef, zzp’er in Nazareth

Vandaag heb ik Jozef gesproken, zelfstandig timmerman – zzp’er zouden we tegenwoordig zeggen – in Nazareth en omstreken, ten tijde van de geboorte van Christus. Ik was in museumpark Orientalis in Groesbeek waar de vrijwilligers vandaag als eersten de expositie ‘Feest van Licht’ konden bewonderen. Nu ben ik doorgaans niet zo van romantiseringen maar ik moet bekennen dat het alleszins de moeite waard was, een kwalitatief fraaie expositie van tientallen kerstvoorstellingen uit alle werelddelen. Ik vond het vooral boeiend om te zien hoe de magiërs of wijzen werden vormgegeven. Het waren er steevast drie hoewel Mattheus die als enige de 'Magioi' opvoert, nergens in zijn verhaal een aantal noemt. In Europese voorstellingen reizen ze op kamelen en dragen ze meestal een koningskroon, maar in Afrika en Latijns Amerika zien ze er vaak heel anders uit. Niet zelden komen ze bijvoorbeeld op een olifant, een kameel en een lama. Alsof ze  elkaar onderweg zijn tegengekomen en gezamenlijk verder zijn getrokken. Ook Jozef vind ik een boeiend figuur. Nu eens een Afrikaan, dan een Vietnamees, meestal een Europeaan, maar slechts éénmaal weergegeven als een Palestijn.  
Nadat ik het allemaal aandachtig had bekeken ben ik langs het met honderden lampjes verlichte pad naar de karavanserai gegaan. Onderweg zag ik op verschillende plaatsen verlichte engelen in de bomen hangen en op open plekken in het bos straalden grote rode bloemfiguren een feeëriek licht uit. In de karavanserai zelf waren workshops van eeuwenoude ambachten in voorbereiding. Die van de touwslager was al in bedrijf. En natuurlijk een workshop ‘maak je eigen lieveling’, want nergens kom je zoveel lievelingen tegen als in museumpark Orientalis. In het gras langs het Vredespad met  Nobelprijswinnaars in de richting van het labyrint staan er misschien wel honderd  in allerlei kleuren. 
Teruglopend langs een bedoeïenenkamp overdenk ik hoe het kersttafereel steeds meer verwordt tot een feest van licht en romantiek.
  En dan gebeurt het: plots raak ik in gesprek met een tanige, ietwat oosters uitziende man die met me oploopt. ‘Ze hebben er wel wat van gemaakt,’ zeg ik.  ‘Ja’ zegt hij, ‘dat vind ik ook, ik kijk mijn ogen uit’. ‘Maar wel sneu voor al die mensen die dit hebben opgebouwd dat Rutte nou net vanavond een strenge lockdown gaat aankondigen’, zeg ik.  ‘Ach,’ onderbreekt hij me, ‘U ook al? Ik hoor iedereen klagen over die lockdown, alsof dat het ergste is dat jullie kan overkomen. Hadden wij die vroeger maar gehad!  Dan was dat hele gedoe van die volkstelling afgeblazen, hadden we niet naar Bethlehem gehoeven en waren we ook verschoond gebleven van die wijzen uit het Oosten!’ ‘ Hoe zo, verschoond gebleven?’ vraag ik. ‘Die brachten toch geschenken mee?’  ‘Jaja,’ zegt hij ‘maar vervolgens gingen ze naar Herodes en moest ik hals over kop maken dat ik met mijn Marie en ons pasgeboren Josje wegkwam naar Egypte! Het is een wonder dat ze het overleefd hebben, mijn dappere Marie en de baby.  Wat had ik toen graag een lockdown gehad waar jullie zo over klagen. Dan had Marie thuis kunnen bevallen en hadden we nooit hoeven vluchten!  Een paar weken niet buiten de deur eten, niet naar een kroeg kunnen, geen festivals… man weten jullie eigenlijk wel hoe goed jullie het hebben? Het is jammer, ik moet naar mijn timmerzaakje, maar we spreken elkaar nog wel eens.’
En dan zie ik hem linksaf het pad naar het poortgebouw kiezen waar het museum zijn timmerwinkel heeft gelokaliseerd.
Op weg naar huis denk ik: lockdown, geen volkstelling, gewoon thuis bevallen?  Hoe anders was kerst dan geweest? Zonder stallen, zonder herders, zonder wijzen, zelfs zonder  kerstmarkten? Ongeveer ter hoogte van het Gelredome denk ik: als Nazareth toen te maken had gehad met een lockdown, had december er nu heel anders uit gezien en hadden wij nu wellicht de lockdown niet nodig gehad! (en had Duitsland waarschijnlijk nooit kerstmarkten gekend, maar dat terzijde).


vrijdag 20 november 2020

 

Trek een broek aan!

Trump’s time is over! Nou ja, bijna. Hij moet nl. het Witte Huis nog uit, maar dat zal uiteindelijk toch ook wel op de een of andere manier gelukken. En dan mag hij vier jaren lang vanaf de zijlijn blijven twitteren, mokken en stoken. Wat er over vier jaar gebeurt, daar wil ik nog maar niet aan denken. Voorlopig kan de aandacht weer naar de bestrijding van het coronavirus  en hoe we de jaarwisseling wel dan niet mogen vieren. Niet met vuurwerk maar wel met carbid! Ik kon mijn oren niet geloven. Wie enig weet heeft van het schieten met melkbussen weet hoe gevaarlijk het is. En nu er inmiddels al melkbussen worden opgekocht in het buitenland mogen de hulpdiensten hun borst nat maken. Had eerst maar even een paar van die bussen laten knallen op het Binnenhof, dan was die uitzondering nooit afgekondigd, denk ik. Maar wie ben ik? Een jongetje dat in zijn jeugd door zijn ouders vanwege het gevaar ver van de buurjongens werd gehouden die met hun melkbussen in de weer waren. We zullen nog wel even tobben omtrent het vieren van de jaarwisseling. En nog veel langer omtrent Corona.
 De baas van bol.com beleeft gouden tijden maar schaamt zich tegelijkertijd een beetje, zo lees ik. Het siert hem. Er zijn  ook mensen die helemaal geen schaamte voelen, zelfs geen vliegschaamte. Terwijl heel Holland viel over de reis van de koning naar Griekenland vloog mijn fysiotherapeut sans gêne  naar Portugal en boekten duizenden mensen binnen enkele uren na de persconferentie van Mark en Hugo een vakantievlucht naar Curaçao, ‘want dat mag.’  Niets geleerd dus van de vorige vakantieperiode. Virologen voorspellen nu al een derde golf, rond 14 januari om precies te zijn. Je kunt het gewoon aftellen op de kalender.
Intussen weten we al dat er hoe dan ook deze winter geen Elfstedentocht verreden zal worden. (Behalve dan die in het Ned. Openluchtmuseum, waar je hem als gezinsuitje kunt spelen, met inbegrip van kluunstukken en een medaille!) In Japan waar ze nog rekenen op Olympische Spelen, hebben ze inmiddels nieuwe uitbraken te tackelen. Ik beluisterde een interview op NPO1: een presentator die kennelijk evenveel weet van Japan als van carbid schieten buiten de randstad vroeg: ‘Spoort de overheid dan niet aan om mondkapjes te gebruiken?’ Correspondent: 'Jawel, maar Japanners aansporen om mondkapjes te gebruiken is zoiets als Mark Rutte laten zeggen dat we allemaal een broek aan moeten trekken'...

woensdag 21 oktober 2020

 


 

 

B e e n o p a u z e

Het is weer zover, sinds een tweetal maanden heb ik mij te verhouden met een onwillige kuitspier.. Sinds een paar jaar doet het zich voor. Zomaar uit het niets is er iets in mijn kuit dat zich pijnlijk verstrakt. Uit ervaring weet ik dat doorlopen geen optie is, dan gaat het van kwaad tot erger. Ik heb al eens geschreven: een kuit is net een vrouw, het leven lacht je toe, alles is in orde, je ziet geen wolkje aan de hemel en dan opeens zegt ze: stop, ik ben er ook nog,  je gaat alsmaar door,  ik doe het niet langer!  Er moet gepraat, er moet geluisterd, en vooral:  samen op de bank.
Maar hoe ik ook mijn best doe, wat minder loop, wat vaker empathisch met haar op de bank zit, het mag niet baten. Twee maanden geleden trok ze – een kuit is vrouwelijk – opnieuw aan de bel. En nu houdt ze voet bij stuk. We zitten uren samen op de bank, kijken samen terwijl ik haar liefdevol aai en streel, naar Giro en Vuelta, maar zo gauw ik in de buurt van mijn loopschoenen kom verstrakt ze.
 Al luisterend en luisterend, de Giro loopt inmiddels ten einde, meen ik haar lichaamstaal een beetje beter te verstaan. Het is geen onwil van haar, daar ben ik zeker van. Mijn kuit en ik: we hebben jaren en jaren samen gefietst, tot het tijd werd de toerfiets te ruilen voor  de hardloopschoenen. En nu – zo vrees ik -  probeert ze me duidelijk te maken dat het tijd wordt weer iets nieuws te laten bloeien. Ik meen te verstaan dat ze me duidelijk wil maken dat er in een mannenleven zoiets bestaat als een ‘B e e n o pa u z e’ . Een soort grensovergang, een rite de passage naar een leven zonder hardlopen. Ik heb het er wat moeilijk mee, kan het me nog niet helemaal voorstellen, een leven zonder hardlopen.  Ooit fietsend en wandelend op de wegen naar Santiago heb ik wel geleerd : de weg loopt altijd anders dan je denkt, je hebt het maar te nemen zoals het komt. Leven met open hand en open mind noemen ze dat. Maar toch, ik moet het er vanmiddag tijdens de bijna laatste etappe van de Giro en tweede van de Vuelta nog eens met haar over hebben: of er toch, wellicht, een modus voor te vinden is. Als ik nu eens een beetje minder zus en een beetje vaker zo .., of dan misschien die b e e n o p a u z e niet toch een beetje uit te stellen is. (Tot na Corona bijvoorbeeld, dan weet ik zeker dat ik nog wel een paar jaartjes verder kan hollen, maar dat zal ik maar voor me houden).


 


zondag 9 augustus 2020

 

Mul of Rul, that’s the question

Loopmaatje stelde voor vanwege de extreme hitte al om acht uur in de ochtend te verzamelen. Het leek meerderen een goed idee. En zo gebeurde het dat ik al om 6.45 uur opstond voor de noodzakelijke rituelen die elke zaterdag aan het lopen voorafgaan. Ze laten zich raden: een boterham, de krant, een sudoku, scheren, tanden poetsen en dan nog net op tijd de loopschoenen aan en haastig de deur uit. Op de verzamelplaats blijken slechts vier sportievelingen op dit vroege uur acte de présence te geven., De rest is afgereisd naar vakantieoorden, om medische redenen verhinderd, druk in de weer met verhuisdozen of ligt gewoon nog in zijn/haar nest. 
Het mag de pret niet deren, het bos is nog heerlijk fris, het gebladerte beschermt ons ruim anderhalf uur tegen de opkomende zon. Wie doet ons wat? Geen wolf te zien en zelfs mijn leeftijdgenoot die nog wel eens worstelt met boomwortels vlindert over de paden. Al lopend over een zanderig pad vraag ik Jos of dit nu mul of rul zand is. We komen er niet uit. Later, terug op de parkeerplaats genietend van ons kopje- koffie-uit-de-kofferbak (met een koekje!) zegt Jos: ik heb er nog eens over nagedacht maar ik denk dat het mul is. Rul doet meer denken aan beweging, aan schuren. Onwillekeurig denk ik aan mijn billen.
Uhh?...
Dat vraagt enige uitleg, begrijp ik.
Na twee dagen fietsen over alle deltawerken en dan de derde dag nog een extra rondje met dochterlief (die zeer goed kan fietsen) kan ik blindelings met mijn vingers de plekken aanwijzen waar het ietwat te puntige zadel afdrukken in mijn billen heeft nagelaten. Die zijn nu dus enigszins rullerig.  Mijn vrouw heeft me zelfs voor een speciaal soort pleisterwerk naar de drogist gestuurd, alwaar de mevrouw achter de toonbank me vriendelijk vroeg wat voor een soort wond het was, en hoe de huid er uitzag. (Tijdens deze niet voorziene conversatie prees ik de anderhalvemetersamenleving, maar dit terzijde). Het moet gezegd: ze heeft me prima geholpen! Vrouwlief heeft de gaasjes liefdevol aangebracht, en het belangrijkste van al: ze blijven zitten!
Ik heb het maar niet aan dochterlief verteld, grote kans nl. dat kleine Eva horend over gaasjes op opa’s billen ogenblikkelijk naar haar nog kleiner zusje snelt en in een hoekje van de kamer iets fluistert over haasjes op opa’s billen…!


donderdag 16 juli 2020



Hugo, Pieter of de Paus?



Met meer dan gewone belangstelling heb ik zijn campagne gevolgd. Vader Jan, ooit gedurende een aantal jaren collega van mij, heeft mij eens bij de koffie zichtbaar not amused verteld dat hij ’s nachts in de kleine uurtjes van het Twentse Borne naar Zwolle was gereden om zijn beide zoons op te halen. De tieners hadden de laatste trein gemist. Wat nu te doen, kon papa hen misschien ophalen? Nou, dat kon papa dus. En zo geschiedde het dat papa Omzigt rond middernacht in zijn Volkswagen stapte om over een secundaire weg langs Almelo, Nijverdal, Raalte naar Zwolle te rijden alwaar hij in het holst van de nacht tegen de muur van het verlaten stationsgebouw twee pubers ontwaarde. Nadat de jongens beschaamd waren ingestapt zal hij spoorslags zijn teruggereden. Ik kan me niet herinneren dat hij me deelgenoot heeft gemaakt van het gesprek in de auto. Maar veel zal er niet gezegd zijn. Collega Jan was niet zo’n prater, tenminste niet tegen ons. Hij deed zijn werk maar verder wisten we niet zoveel van hem. Het viel op dat hij gemakkelijk contact had met allerlei bestuurders, maar voor ons was hij een wat ongrijpbare, zij het vriendelijke, binnenvetter. Later verdween hij uit mijn blikveld.
En toen was daar zoon Pieter: tot tweemaal toe op een onverkiesbare plaats gezet op de CDA-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer en tot tweemaal toe met voorkeurstemmen gekozen! Als zoon van zijn vader schijnt hij binnen de fractie vriendelijk maar onverstoorbaar, zijn gang te gaan. Een dossiervreter wordt hij genoemd, pitbull ook wel, want vasthoudend zoals we inmiddels allemaal weten uit het kindertoeslagfeuilleton. Maar als je Wikipedia erop naslaat dan zie je dat hij heel wat meer in zijn mars heeft dan alleen de belastingdienst op haar hielen zitten. Ik zal de dossiers niet allemaal opnoemen, maar ik begrijp nu ten volle dat de uitzendingen van Heel Holland Bakt naar eigen zeggen  geheel aan hem zijn voorbijgegaan.
Toch zal ik niet op hem stemmen, en ook niet op zijn partij. Toen de twee rivalen in Nieuwsuur gevraagd werd naar hun visie op het boerenprotest en op het klimaatprobleem bleken ze beide echte CDA’ers te zijn: niet rechts en niet links, de kool en de geit sparend, de toekomst die om keuzes schreeuwt met veel woorden pappend en nathoudend tegemoet.
Van Hugo wist ik het al: het Christelijke van het Democratisch Appèl zit hem in het midden. Voor Omzigt junior  zit dat in de betrouwbaarheid van de overheid. Maar ik denk dat onze kleinkinderen uiteindelijk beter af zijn met politici die helder durven te kiezen voor duurzame toekomst voor wie na ons komen.
 Ik kies dan liever die oude paus die zegt: christelijk is solidair en groen. Ik denk dat papa Omzigt het daar wel mee eens zou zijn, misschien, want ik heb hem nooit iets horen zeggen wat tegen de paus inging…