maandag 27 juni 2016



Prangende Vragen

Als jullie iets willen weten, dan vraag je dat maar. Wat ik weet dat kan ik je vertellen en wat ik niet weet, nou dat zoek ik dan in de loop van de week wel op. Meteen steekt een meisje haar hand omhoog: meneer, bent u voor Ajax of voor PSV?
Mijn antwoord luidt naar waarheid: voor PSV.  Ik ben voor Ajax, zegt het meisje. En ik ook zegt haar vriendinnetje. Oh, reageer ik oprecht verbaasd dat dit zo’n prangende kwestie is voor kinderen van een internationale basisschool, en waarom zijn jullie voor Ajax? Het antwoord luidt: Ajax vinden wij leuk. Vindt u Ajax niet leuk? Nou  ik vind PSV leuker, antwoord ik. Maar dan willen ze weten waarom ik PSV leuker vind. Ik begin nattigheid te voelen en zeg dat we nu eerst aan de rondleiding gaan beginnen. We lopen naar de waterput bij het boerderijtje uit Harreveld en ik vertel dat de mensen in deze boerderij geen kraan en zelfs geen pomp in huis hadden, dat ze al het water in emmers uit deze put moesten halen. Kunnen jullie je dat voorstellen? Denk eens na hoe vaak jullie thuis de kraan opendraaien. We inventariseren:  opstaan, naar het toilet gaan, douchen, tanden poetsen, thee maken enz. enz.  Hier hebben wel acht tot elf mensen geleefd zonder water in huis!  Aan de gezichten zie ik dat het binnenkomt. Kom, zeg ik, laten we maar eens gaan kijken hoe ze dat deden, een boerderij ging je altijd aan de achterzijde binnen, dus dat gaan wij nu ook doen.
Als ik me omdraai staat de vragenstelster van zojuist weer naast me: meneer waarom vindt u PSV dan leuker dan Ajax? Nou, ze kunnen goed voetballen, zeg ik, en ze zijn kampioen. Maar vindt u dat Ajax dan niet goed kan voetballen? Ja ook wel, maar niet zo goed als PSV zeg ik terwijl we de donkere ruimte betreden. Het schemerduister doet het gesprek verstommen en ik pak de gelegenheid om de aandacht te bepalen bij het open vuur, de rook, de beperkte ruimte van de bedstee, de potstal enz.
Op weg naar ons ‘Amsterdam’ beginnen ze weer. Wat vindt u dan niet leuk aan Ajax? Ik leg ze uit dat we hier in het oostelijk deel van Nederland zijn en dat de mensen hier nogal verschillen van de mensen in het westen. Nou, zij vinden Ajax wel leuk.
We bezoeken het postkantoor – waar je het zakje met je maandloon kon inleveren, je rekeningen kon betalen, want je kon nog niet pinnen (!) en waar je kon opbellen – het gastarbeiderspension en het café. De presentaties van  Willy Alberti en Tante Leen vinden ze stom. Ik vertel dat het grote sterren waren en dat bijna alle groepen hier staan mee te zingen.  Aan de gezichten zie ik dat ze daar niets van kunnen begrijpen, het staat minstens zo ver bij hun vandaan als de waterput bij Harreveld zojuist. Het leukst van het café is dat alles daar is vastgelijmd.
We gaan naar de tram: meneer, wie vindt u beter, Messi of Ronaldo? Ik vind Messi beter, maar mijn kwelgeesten uiteraard Ronaldo. Gelukkig fluit de conducteur bijna onmiddellijk op zijn fluit en ben ik tot de achterzijde van de kasteelboerderij van ze verlost. Maar dan, bij het oversteken van de tramrails richting de molens willen ze weten of ik voor Real Madrid of voor Barcelona ben. Gelukkig blijken we het nu eens te zijn. Ik vertel ze over de zaagmolen en laat ze een foto zien van een groot houtvlot. Bij de poldermolen haal ik het kaartje van Nederland uit mijn tas waarop de helft van ons land blauw staat ingekleurd. Meters onder de zeespiegel. Zowaar, hier kan geen voetbalclub tegen op !

Ze gaan picknicken en daarna zullen ze naar de collega’s van educatie gaan. Ongetwijfeld zullen de twee vriendinnetjes dan weer hun prangende vragen stellen.

dinsdag 7 juni 2016

Leren fietsen in Kadoelen

“We vragen ons altijd af in welke bedstede hij nou geboren is, die linker of die rechter.” Die opmerking was blijven hangen en daarom ben ik  op een mooie woensdagochtend op weg naar het schooltje in het openluchtmuseum om gastvrouw Aag eens nader uit te horen over de relatie van haar familie met de boerderij uit Kadoelen.
Allereerst vertelt ze me dat het over haar vader gaat. Die is daar in 1912 geboren. Haar grootvader woonde toen als pachtboer  op de boerderij in Kadoelen. Dat Kadoelen was een klein gehucht in de gemeente Sint.Jansklooster, vertelt ze. Maar in 1919 heeft haar opa die meer koopman dan boer was, de pacht opgezegd want het was daar onvruchtbare grond, en is fietsen gaan verkopen. Hij moest de mensen ook leren fietsen!  Kijk dat zijn nog eens tijden, denk ik. (Moeilijk voor te stellen dat dat nog maar 100 jaar geleden is. Mijn eigen opa moet dat ook meegemaakt hebben als volwassen man, maar dit terzijde) Weldra verkocht hij ook elektrische spullen die toen voor het eerst op de markt kwamen. Hij was dus de man die in Kadoelen de vooruitgang verkocht, zullen we maar zeggen.
 Aag meent te weten dat er drie boerderijen dicht bij elkaar stonden. Een staat er nog, een is er afgebroken en de ander staat nu in het museum. Van dat gehucht is niets over, vertelt ze. Wel is er nu nog een straat met de naam Kadoelen. De boerderij heeft ook een naam gehad maar die is ze vergeten. Haar vader heeft er dus gewoond tot zijn zevende jaar. Maar hij heeft er nooit veel over verteld, eigenlijk alleen maar aan Aag, zijn oudste. Hij had er natuurlijk ook weinig herinneringen aan. Toen Aag in het museum werkte en er eens met familie en kleinkinderen rondwandelde werd ze niet geloofd toen ze zei dat vader, respectievelijk opa, in deze boerderij is geboren! Maar later is het wel duidelijk geworden, zegt ze, want er is een boekje met interviews waarin hij ook op foto’s staat. Later bleek hij ook nog wat ansichtkaarten te hebben. “Maar als ik nu soms met familie in de boerderij uit Kadoelen sta”, zegt ze, “vragen we ons altijd af in welke bedstee hij geboren is, in de linker of in de rechter.”
Nu ik dit tik vraag ik me af of dit niet een mooie vraagstelling is voor onze wetenschappers. Kom, duik daar eens in, denk ik: in welke bedstee is de vader van Aag geboren? Wat zou het leuk zijn als ik staande voor de woonkeuken van Kadoelen en wijzend op de deurtjes van de bedsteden quasi toevallig kan zeggen: in die linker (of rechter) is de vader van een van onze collega’s nog geboren. Ik zie de verbaasde gezichten al voor me. “Hoe zegt u?” “ Is dat echt waar?”
Deze vorm van personaliseren is veel leuker dan het praten over jaartallen en gebinten! Een bevalling in zo’n bedstedekast! Volgens mij laten we dan onze gasten geschiedenis mee maken, en dat wil het museum zo graag. Dus wetenschappers, zet hem op! Het rondleidersgilde zal jullie dankbaar zijn.
Overigens weet Aag over haar grootvader nog iets te vertellen: de goede man heeft niet alleen fietsen en elektra, maar ook de eerste auto in Kadoelen verkocht. En het mooiste is dat hij eerst zelf in die auto een rijbewijs heeft gehaald! En dat rijbewijs, zegt Aag  – gewoon de straat een paar keer op en neer rijden – is hij zijn hele leven blijven verlengen! Hij schijnt zelfs als een Max Verstappen avant la lettre over een ophaalbrug gereden te zijn terwijl die al omhoog ging…


zondag 29 mei 2016

28 mei, een zaterdag

De wekker roept om half acht. Ik trek haastig mijn looptenue aan en spoed me naar beneden. In het halletje haal ik de krant uit de brievenbus. Dan begint het gevecht tussen mijn nieuwsgierigheid naar de krant en het op tijd klaarmaken van mijn ontbijt. Vandaag ben ik sterk, ik dek de tafel, eet mijn twee boterhammen en zet me dan met een kopje thee aan de krant. Ja, Kruijswijk heeft een lelijke val gemaakt maar hij heeft het aan zichzelf te wijten. ‘Ik heb het zelf verkloot’, zo lees ik. Hij wilde in de afdaling nog even wat eten. Tja, dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden, denk ik. Straks tijdens de loop zal zijn val uitgebreid  gespreksonderwerp zijn, zo denk ik. En inderdaad, voortdurend komt de dramatische val van de roze truidrager ter sprake. Ik ben blij dat ik al even de toedracht in de krant heb kunnen lezen, want de meeste loopmaatjes zijn zo van het bed al dan niet met een boterham in de auto naar het verzamelpunt gereden. Ik kan dat niet. Het huis verlaten zonder eerst de krant in te zien, dat voelt alsof je je tanden niet hebt gepoetst. Mission impossible voor mij.
s Middags viert de buurtvereniging haar 25-jarig bestaan. Uiteraard tijdens een meeting op ‘het veld’ zoals ons Burgemeester Brandtplein in de wandelgangen heet. Het staat al weken op de kalender, deze reünie willen we niet missen. Ik word begroet door Norie. In geen jaren meer gezien. De jonge oma van nu oogt niets veranderd. En dan Heidi, aan wie we ooit ons huis aan de Bosweg hebben verkocht. Inmiddels is ze een aantal levens verder, maar nog steeds dezelfde gloedvolle verschijning. Ze begroet me met drie zoenen en we zijn meteen in een geanimeerd gesprek. Later zal Marian me precies vertellen wie hoeveel kleinkinderen heeft en andere inns en outs. Ik deel folders van de Bedriegertjesloop uit aan sportieve buurtgenoten en hoor een aantal redelijke en ook verzonnen smoezen. Dan speecht de voorzitster, en ook de eerste voorzitster ooit, Mieke. Leuk dat ze haar uitgenodigd hebben! Vol élan vertelt ze over de eerste tien jaren. Ook Heidi krijgt de microfoon, ze doet in élan niet onder voor Mieke! De wethouder houdt een gelegenheidspraatje en dan wordt het nieuwe logo onthuld van de hand van buurvrouw Barbara. Een leuk ontwerp! Terwijl allerwege met een glaasje in de hand de lof wordt uitgesproken over dit ontwerp begint de speciale gast te spreken, schrijver en presentator John Jansen van Galen, geboren en opgegroeid aan de Bosweg. Hij vertelt dat de buurt in de oorlog het plein had verkaveld in illegale maar wel gedoogde volkstuintjes en dat er toen al een bloeiende buurtvereniging bestond. Hoezo 25 jarig jubileum??? De hele buurt ligt aan zijn voeten. Hij schetst vanuit zijn eigen jeugdjaren een vergeten historie van deze buurt. Terwijl alles verzuild was – drie muziekverenigingen, drie voetbalverenigingen enz. – was de buurtvereniging van iedereen! Er was zelfs een buurttoneelgroep die de sterren van de hemel speelde! Maar toen die voor een van de voetbalclubs zou spelen  stak de verzuiling daar mooi wel een stokje voor!! Daarna eten en drinken, handje geven hier, praatje maken daar en foto’s bekijken van de huizen zoals die er 30 jaar geleden uitzagen. Dit alles onder een stralende zon terwijl het land elders geteisterd wordt door donder en bliksem.
Thuis zegt Marian: dat logo met BBB is dat niet van Belcampo? Die bedacht ooit in een campagne ter bevordering van borstvoeding een vereniging BBB : Borsten Beter Bloot !! Barbara zal er bij haar ontwerp niet aan gedacht hebben.
Voldaan ga ik later even pizza’s halen, want wie heeft er na zo’n middag nog zin om eten te koken? Tijdens het eten hoor ik een Appje binnenkomen. Het is van Judith, ze vraagt of ze morgenmiddag met de kinderen langs kunnen komen. Ja, leuk !
Wat ik nu maar zeggen wil: de pensioenen mogen wat in waarde gedaald zijn, het leven van een pensionado is toch echt zo slecht nog niet!


donderdag 12 mei 2016


Voor één dag …

Anton Logeman, wethouder van Rozendaal en kenner van het gebied zal ons begeleiden bij een wandeling over de Koningsberg en omgeving.  Ja, meer weten over mijn onmiddellijke omgeving en over de parcoursen die we bijna wekelijks aandoen, dat wil ik wel. Het bestuur, nog jong, fris en daadkrachtig, heeft het gecombineerd met evaluatie van de trailloop en met een voorbereiding op de Bedriegertjesloop, een soort koppelverkoop dus. Bovendien heeft het ook nog een hapje en een drankje in de aanbieding, wat wil een mens nog meer? Daarvoor ruil je toch graag een avond de loopschoenen om voor een paar wandelschoenen, toch? Zeker de wat oudere lopers die moeite beginnen te krijgen met het maandagavondtempo. Niet dat ik me tot die laatste groep reken, natuurlijk niet, verre van dat,  maar toch strik ik voor de gelegenheid graag mijn wandelschoenen.
En ik moet zeggen, ik ben niet teleurgesteld. De wethouder weet veel van het gebied. Nooit geweten dat het drassige landje aan de voet van de Koningsberg gevoed wordt door het water dat uit de ‘berg’ stroomt. Of het een echte spreng ik laat ik in het midden, want dan zou die uitgegraven geweest moeten zijn. Ik heb altijd gedacht dat al het water van de sprengen bij het kasteel afkomstig waren. Imposant is natuurlijk het nieuw door het Gelders Landschap opgeworpen uitkijkpunt. Een ware piramide met prachtige zichtlanen. Als er straks ook nog een replica van de kasteelkoepel op wordt geplaatst dan is het een nieuwe parel in Rozendaals Arcadië !  Hoe de omwonenden het vinden, vraag ik weloverwogen, bijna neutraal belangstellend. Bas heeft me nl te verstaan gegeven dat ik me gedeisd dien te houden. De wethouder zegt dat sommige mensen natuurlijk wel commentaar hebben, vooral in het begin als er veel gekapt wordt. Maar. zegt hij, ik heb geleerd dat de meeste mensen het toch wel mooi vinden als het eenmaal klaar is. Kijk, hier openbaart zich de bestuurder, denk ik: kritiek voorzien, begrijpen en weten dat het allemaal wel goed komt. Maar ik ben het advies van Bas indachtig. Aan mij zal het niet liggen vanavond. Een weinig verderop leer ik over een zoel en leer ik te zien welke bomen hier al stonden toen het nog grotendeels onbegroeid was. Of we weten hoe de zandweg heet, zo vraagt de wethouder. Nu is het onze beurt om hem te verbazen. Wis en waarachtig weten Bedriegertjeslopers dat:  dit is de Terletse Zandweg en niks anders. Over de Tonweg kan de wethouder ons echter wel uitleg geven.
Later die avond tijdens een korte evaluatie van de trailloop maakt Tilly ons deelachtig van een wat haar betreft belangrijk leerpunt: als we nog eens een trail organiseren – en dat doen we, geen twijfel mogelijk – dan is het wel handig als we allemaal de route kennen. Waarvan akte, Tilly!
Maar wat me het meest is bijgebleven komt toch van de wethouder: de gierzwaluwen. Ware duivelskunstenaars zijn het. Op internet leer ik later dat gierzwaluwen helemaal geen zwaluwensoort zijn, ze hebben  meer van kolibries. Dat vertelde wethouder niet, maar wel dat ze hun hele leven in de lucht vertoeven. Alleen broeden doen ze op een nest, maar verder: eten, drinken, slapen ja zelfs paren doen ze in de lucht! Dat laatste telkenjare op 10 mei, wethouder heeft het zelf gezien! Ze maken dan van grote hoogte samen een vrije val, zegt hij. Wou, al zwevend naar beneden een orgasme beleven tijdens een lange glijvlucht … Ik kijk eens om me heen want ik kan een beetje gedachten lezen. En ik lees: was ik maar voor één dag een gierzwaluw, maar dan wel op 10 mei!


zaterdag 23 april 2016


Een Africaansche Moor op Rozendaal

Ik loop in het museum langs het koopmanshuis waar in een presentatie aandacht wordt besteed aan het slavernijverleden van ons land. Ik kan hier niet meer passeren zonder aan Quaco te denken. O zeker, de dialoog die er te volgen is tussen de bezorgde ouders die op het punt staan hun zoon naar een plantage te sturen intrigeert me. Maar enkele maanden terug heb ik het stripverhaal Quaco, Leven in Slavernij van Eric Heuvel en Ineke Mok gelezen. Het levensechte, geheel gedocumenteerde verhaal over een jongeman, Quaco, die als kind in de binnenlanden van West Afrika toen hij aan het spelen was met zijn twee broertjes, werd gestolen. Dat moet ongeveer in 1770 zijn gebeurd. Hij wordt een eind in een zak meegevoerd, komt in bezit van een koning of chief, en wordt verkocht aan een kapitein van een slavenschip. Geen zeldzaamheid in die tijd. Bij duizenden werden jonge kinderen weggevoerd. Ze waren geliefd omdat ze sneller dan de volwassen slaven wenden aan een nieuwe omgeving. Quaco overleeft de overtocht. Hij komt op een plantage en wordt later lijfknecht van legerkapitein Stedman die jaagt op gevluchte marrons, zijn lotgenoten dus eigenlijk. Na enkele jaren neemt Stedman hem mee naar ons land en komt hij terecht in het Gelderse Rozendaal bij de familie Torck op kasteel Rosendael.  Jawel, op een steenworp van het openluchtmuseum! Ik had er geen idee van toen wij rondleiders in september jongstleden tijdens ons jaarlijks uitje ronddwaalden door dat kasteel en de bijbehorende tuinen. Quaco, het uit Afrika geroofde kind als zwarte bediende op het kasteel in Rozendaal! De kleine fonteintjes - De Bedriegertjes - en de schelpengalerij bestonden toen al. Quaco heeft er gewerkt. Hij is zelfs in de kerk van Rozendaal gedoopt! Bij die gelegenheid kreeg hij de naam Willem Stedman! Het doopboek vermeldt: op 13 Novb is op belijdenis gedoopt een Afrikaansche moor in dienst alhier van ..etc.   Een ‘Afrikaansche moor’ op Rozendaal! Het moet een gebeurtenis van de eerste orde zijn geweest, van de hors categorie om in wielertermen te spreken.   Hadden we het tijdens ons rondleidersuitje geweten dan was Willem, alias Quaco beslist onderwerp van gesprek geweest!
Maar de zwerftocht van onze Quaco / Willem gaat nog verder. Op het kasteel krijgt hij zijn vrijbrief en in 1792 vertrekt hij blijkens de archieven van de VOC naar Batavia. Enkele jaren daarna verdwijnt hij uit ons beeld. 
Dit alles, en nog veel meer, voltrekt zich tussen 1770 en 1795. In 25 jaar tijd word je gekaapt in Afrika,  weggevoerd naar Zuid Amerika waar je je pubertijd op een plantage beleeft (of overslaat) om via kastelen in Nederland, als christen gedoopt als matroos op een VOC-schip op Java terecht te komen.
Het kan verkeren! En denk niet dat Quaco de eerste en enige geroofde Afrikaan was die via deze route in het 18e eeuwse Nederland terecht kwam. Er moeten er enkele honderden zijn geweest.

Maar of hun aanwezigheid aanleiding tot ophef heeft gegeven, tot een Zwarte Piet discussie avant la lettre , ik vraag het me af.  Een ding weet ik wel:  telkens als ik op weg naar het museum langs het kasteel fiets of als gids langs het koopmanshuis loop is deze ‘Afrikaansche moor’ in mijn gedachten. 
Echter niet als ik op zaterdagochtenden met mijn loopvrienden door de bossen van datzelfde kasteel struin. Dan is er iets anders dat aandacht vraagt: het vermijden van verborgen boomwortels ...  

dinsdag 29 maart 2016

Wie is Amnesty?

Onlangs heb ik gecollecteerd voor Amnesty International. Sommige mensen vinden dat een beetje vreemd. Maar Amnesty is een organisatie die er toe doet in de wereld als het gaat om opkomen voor recht en gerechtigheid. Ik vind dat van groot belang. Middels de schrijfacties van Amnesty en de jaarlijkse straatcollecte kan ik daar een klein steentje aan bijdragen, en dat doe ik dus. Eén keer per maand voeren we een schrijfactie en één keer jaarlijks collecteren we. Eén keer jaarlijks slechts, maar dan doen we het wel goed.
Dit jaar bestreken we met zevenendertig  collectanten een groot deel van Velp en een deel van Rozendaal. Ik ging op pad door ‘mijn’ straten die ik al jarenlang krijg toebedeeld. Dat heeft zo zijn voordelen: ik ken de mijnen en de mijnen kenen mij, d.w.z. ze kennen mijn gezicht en ik hun geefgedrag. Tenminste een beetje, want meestal worden de 50 en 20 eurocentmuntjes tussen duim en wijsvinger discreet afgedekt door de drie overblijvende vingers. De twee euromunt mag meestal wel gezien worden en het ineengevouwen papiergeld heeft natuurlijk zijn kenmerkende kleur. De ‘gave’ is wat mij betreft nooit onderwerp van gesprek, alle beetjes helpen voor een club die het uitsluitend moet hebben van vrijwillige bijdragen. Vaak verontschuldigen mensen zich dat ze geen kleingeld in huis hebben. Ik ken dat ongemakkelijke gevoel maar al te goed. Al die straatcollectes doneer je niet met groot geld maar het voelt toch ongemakkelijk een collectant af te doen met wat muntjes.
Voorgaande jaren collecteerden we in januari dan wel februari. Vaak liep ik door sneeuw en kou, en dat had geheel volgens het adagium van onze grote voetbalheld ook zijn voordelen. Mensen waardeerden het als je in dikke sjaal gehuld met verkleumde vingers de bel beroerde. (Wat zijn er trouwens veel huisbellen die slecht functioneren, maar dit terzijde). Dit jaar collecteerden we echter in maart. Het was veel langer licht, mensen konden zien wie er aan de deur stond en de deuren gingen wat gemakkelijker open. Maar ik had ook de stellige indruk dat er veel meer mensen uithuizig waren. Of eten mensen later als het langer licht is en moet ik dan om acht uur ’s avonds aanbellen?
Er was nog een verandering dit jaar. Altijd had ik in mijn straten één weigeraar. Uiteraard sla ik die nooit over, een beetje pesterig bel ik elk jaar weer onbevangen aan, het leven is ook een spel niet waar? Maar dit jaar had ik de eerste dag al drie weigeraars! De reden is mij onbekend.
Het scheelt als je jarenlang in dezelfde straten collecteert, en zeker als dat ook nog eens in je eigen buurt is. Een bekend gezicht dat helpt het geefgedrag een beetje. Een nieuwkomer in de buurt die in het verleden weigerde, maar me nu herkent als buurtbewoner, zegt, naar woorden zoekend, een beetje moeizaam: ik heb helemaal geen kleingeld. Maar hij weet dan toch nog wat te vinden.
Een ander zegt: meneer Beltman, u heeft hier vroeger toch gewoond?  Ze vertelt dat ze gaan verbouwen en vraagt: wilt u het nog een keer zien en nodigt me binnen. Met veel belangstelling bekijk ik nog eens het huis waaruit we dertig jaar geleden verhuisden! Zo zie je maar: collecteren is allerminst saai.
Achter een raam ontwaar ik een loopmaatje. Hij kijkt op het horen van de bel door het raam. We zien elkaar. Hij opent de deur en zegt : die collectant kan ik natuurlijk niet weigeren! Ik zeg: ja joh, vluchten kan niet meer!
Zoals gewoonlijk komt het meeste papieren geld van mannen, wat dat betreft is er tussen februari en maart weinig verschil. En ook in maart blijken adolescenten zich te verontschuldigen: mijn ouders zijn niet thuis. En ik maar denken dat de meeste adolescenten een baantje hebben als vakkenvuller. Dat vak vult blijkbaar slechts met mate...

Onnavolgbaar was een oudere man. Wie is Amnesty?,  mompelde hij terwijl hij een pas terug deed. Amnesty International meneer, dat gaat om de mensenrechten.  Mensenrechten?, onderwijl zoekend in zijn portemonnee, die heeft toch iedereen?  Ja maar er is nog een hoop werk te doen, zeg ik. Hij geeft geen commentaar, haalt een tien eurobiljet uit zijn portemonnee, kijkt me aan, en stopt die zonder een woord in de bus. Dan sluit hij de deur, bedaard zoals een heer betaamt. 

donderdag 25 februari 2016



In de isoleer leer je nog eens wat

Een vervelend griepje dit jaar, houdt je zo maar een week bezig, of juist niet bezig, het is maar hoe je het noemen wilt. Goed, ik dacht dus mijn portie te hebben gehad. Mooi niet dus! Afgelopen weekend weer doorgebracht in de isoleer, zo noem ik de tienerkamer op zolder die voor dit soort gelegenheden altijd nog paraat wordt gehouden. Tijd genoeg dus om de krant aandachtig door te nemen. En wat lees ik…
Hoera! De ‘verspulling’ heeft haar hoogtepunt bereikt! Het klopt wat ik al zo vaak dacht: we stikken met zijn allen in de spullen. We weten niet waar we de opbergdozen moeten laten. In de kast, op de kast, onder de kast, in de gang.  We struikelen erover, op de overloop, onder het bed, op zolder, overal dozen en hoesjes en systemen van IKEA en Action om de hebbedingen en prullaria te bewaren. Maar nu heeft de spullenpiek haar hoogtepunt bereikt.  Dat verzin ik niet, vanwege de koorts of zo, nee dat heeft een Amerikaanse trendwatcher ontdekt! Hij heeft er een boek over geschreven, ‘Stuffocation’ getiteld. Dat betekent zoiets als stikken in de spullen.  Oké, dat hadden u en ik dus al geruime tijd in de gaten. Maar nu is er een boek over geschreven! En ook een van de bazen van IKEA heeft erover gesproken. De consument begint er genoeg van te krijgen! En niet alleen van alle overbodige spullen, nee , meneer IKEA trekt een vergelijk met de oliepiek, hij vindt dat we ook een roodvleespiek, een suikerpiek en een woninginrichtingspiek hebben gehad.  En dan vergeet hij volgens mij nog de plastic tasjespiek!  

Zou het dan toch waar zijn? Toegegeven, als homo sapiens doen we er lang over, maar misschien, ooit doen we onze naam dan toch nog eens eer aan. Onze kleinkinderen zullen er blij om zijn!