maandag 10 juli 2017




Last minute 

Op weg naar museumpark Orientalis hoor ik op de autoradio dat Geesink erbij betrokken is en dat iemand van de emiraten op het asfalt ligt. Ja, u leest het goed. Orientalis, Geesink en iemand van de emiraten. Dat behoeft enige uitleg.
In tijden van het rijke Roomsche leven – zeg tot 1950 – had je de Heilig Land Stichting, een devotiepark voor vrome katholieken. Je waande je in het heilige land, maar dan voor een prikkie. Toen ontdekten we dat Jezus een Jood was en dat zijn hele Roomse, Oosterse en Lutherse gevolg tot de knieën in de Joodse grond stond. ‘De Landstichting’ zoals de volksmond zei, werd met dank aan de sympathieke bisschop Bluyssen omgevormd tot Bijbels Openluchtmuseum. Inderdaad, de sympathieke bisschop Bluyssen. De tijden mochten dan roerig zijn, er waren nog bisschoppen die sympathiek gevonden werden. En toen de bisschoppen niet meer sympathiek waren kwamen de gastarbeiders. Niet dat het een met het ander te maken had, maar het viel zo samen. Die gastarbeiders brachten de Islam mee en van het een kwam het ander. We ontdekten potverdorie dat ook de Islam met beide benen in de Joodse grond staat en een soort halfbroer van het Christendom is. Tijd voor weer een verschuiving: het Bijbels Openluchtmuseum werd Museumpark Orientalis, een museum over het ontstaan van de drie monotheïstische godsdiensten. (Dit keer niet dankzij maar ondanks een bisschop, maar dit terzijde). En dat museumpark met haar Joods dorp, haar Mythrastempel, haar vroeg christelijk kerkhuis, haar Arabisch dorp, haar Egyptisch huis vol hiëroglyfen en nog zoveel meer, dat park vind ik razend interessant. Sinds kort geef ik er rondleidingen, ook vandaag.
En de emiraten? Die hebben hier niets mee van doen. Hoewel, het sultanaat Oman dat het Arabisch dorp in het museum mede financierde, er wel een beetje in de buurt komt.  Nee, de emiraten waar Radio Tour de France het over had, dat is gewoon een van de professionele wielerploegen. Een van de renners uit die ploeg kwam wat onhandig ten val en dat koste Geesink een rugwervel. Het kan verkeren als je zo dicht op elkaar rijdt.
In de Romeinse herberg tref ik mijn Belgisch-Nederlands gezelschap dat ik vanmiddag mag begeleiden door het wonderschone museumpark. Ze zullen zich vergapen aan de hiërogliefen van een rotstempel bij Thebe, aan de vroegste ons bekende christelijke fresco’s en aan zoveel meer dat het prachtige museumpark herbergt, maar daarover zal ik nu niet uitweiden.
Nee die autoradio, daar gaat het over. Nauwelijks zit ik weer in de auto of ik hoor over de veldslagen die gisteren en eergisteren hebben plaatsgevonden met hordes vandalen in het Duitse Hamburg. Ik weet niet wat ik hoor. Mijn bloedeigen zus, de onschuld zelve, ze had toch niets kwaads in zin?! Waarom dan die eruptie van geweld? Ze wilde alleen maar haar verjaardag vieren, al maanden geleden afgesproken en voorbereid met haar zoon. Ik hoor verhitte debatten over democratie, over verbittering en kloven in de samenleving. Ik begrijp er niets van. Mijn zus, ze is toch geen BN-er of zoiets? Waar gaat dit over en waar koersen we op af als we niet eens meer een stedentripje mogen maken?
Later die avond kijk ik op de facebookpagina van mijn neefje: blijken Poetin en Trump een last minute naar dezelfde stad te hebben geboekt …



maandag 19 juni 2017


Struggelen

De giro d’Italia kende een rustdag. Ik hoefde dus niet naar het wielerminnende Eurosport te kijken en had tijd genoeg om de heg te snoeien en van onderen te verschonen van zevenblad en klimop dat daar weelderig groeit. Vervolgens nam ik de tijd om mijn dierbaren te besproeien met het water uit de regenton: akelei, vrouwenmantel en teunisbloem, ze reageerden bijna onmiddellijk. Helaas ook het juist geopende vogelmelk, maar dat reageerde door zich haastig te sluiten zodra het water voelde.
Altijd als ik in de tuin bezig ben is er wel iemand die stopt voor een praatje. Zo gaat dat hier, in onze de buurt is men vriendelijk voor elkaar. Deze keer was het Jan die stopte, hij was in zijn witte imkerpak. Hij maakte alvorens af te reizen voor een wandeltocht langs elf (!) Friese steden een inspectieronde langs al zijn volken want je weet immers maar nooit in het ontluikende voorjaar. Zal je zien dat ze net gaan zwermen als hij aan de wandel is. Je moet er niet aan denken!
Hij vertelde me dat het een geweldig jaar wordt voor de wesp. Tenminste, zo werd er gepraat. Er schijnt een ongekend groot aantal wespenkoninginnen te zijn waargenomen. Nou, die leggen tegen de klippen op, dus dan weet je het wel.  Terrasliefhebbers kunnen hun borst nat maken, of liever: hun borst en ander naar vrijheid lonkende lichaamsdelen maar beter bedekken, een wespensteek is immers niet mis!
Hoe dan ook, onze Tom bleef in het roze fietsen.  De Tifosi waren juichend over hem, ze kwamen superlatieven te kort. Gelukkig is Tom een nuchtere vent. Een week later zag ik hem onwennig een houding zoeken op een roze loper tussen duizenden fans in Maastricht. Volgens de verslaggever stond hij daar in zijn eentje te struggelen.
Het schijnt een nieuw woord dat is komen overwaaien. Ineens hoor ik het te pas en te onpas. Er wordt wat af ‘gestruggeld’: politiek Den Haag ‘struggelt’ met de kabinetsformatie.  Ik hoorde dat starters op de woningmarkt ‘struggelen’ als nooit tevoren: wel of niet kopen that’s the question.  Zelfs in mijn rustige dorp dat zelden het journaal haalt  wordt gestruggeld. Bij ons was het de brandweer die ‘struggelde’ met een dikke laag frituurvet op de straten!  Ja, het kan verkeren.  Maar altijd nog beter dan ‘struggelen’ tegen bosbranden zoals in Portugal. zeggen we tegen elkaar.
En dan heb ik het nog niet eens over het ‘gestruggel’ van de Britten met hun Brexit.
Maak de borst maar nat, er zal nog heel wat gestruggeld worden deze zomer!
  


maandag 29 mei 2017


Week 21

- Feijenoord is kampioen.
- Bomaanslag tijdens een concert in Manchester.
- Gadegeslagen door meer dan honderdduizend mensen op de pleinen in Amsterdam  wordt Ajax kansloos afgestraft door United uit datzelfde Manchester. (De jonkies tegen de mannen.) Maar toch: ‘we’ hebben wel de finale bereikt!
- Tom Dumoulin heeft darmproblemen. Hij verliest zijn roze trui maar vestigt wel een nieuw wereldrecord ‘uit de broek en in de broek’. Het is voorpaginanieuws.
- Trump bezoekt Saoedi Arabië, sluit megacontracten over wapenleveranties, en lijkt zich thuis te voelen in het land van ultra conservatieve moslims, die nog geen maand geleden zijn land niet meer in mochten.
- Dumoulin houdt kans op de eindoverwinning. Er verschijnen wielrenners in roze outfit op de Nederlandse wegen.
- Angela Merkel en Barack Obama worden geïnterviewd op de Duitse Kirchentag. Ze spreken zéér, zéér inspirerende woorden. Wat een contrast met Trump!
- En dan wint Tom Dumoulin,  gadegeslagen vanaf zijn ruiterstandbeeld door koning Victor Emmanuel II de vader des Vaderlands,  op de Piazzo del Duomo in Milaan de honderdste Giro d’Italia.
- En Ik? Ik vestig op de ochtend en middag en in de avond van diezelfde historische dag een wereldrecord neusophalen en niezen. …



maandag 22 mei 2017


De pootjes zijn er …

Dat betekent dat de maaltijd of de koffiepauze subiet wordt afgebroken en pa zich met alle kinderen achter zich aan, naar Dora rept. Hij bekijkt de situatie eens, haalt een kruiwagen met wat extra stro, pakt de twee trekbalkjes met bijbehorende touwtjes en wacht eens even af. De koe is rustig, ze ‘werkt’ en roept een enkele keer ‘boe’. Soms zegt mijn vader dat het niet lang meer duurt. Soms is ‘’de bloase” wel gesprongen maar komen er geen pootjes tevoorschijn. Dan stroopt mijn vader de mouwen op en gaat met een arm in de koe. Dat is spannend want ik heb wel gehoord dat hij dan in de koe klem kan komen te zitten en zijn pols wel kan breken. Ik begrijp er niets van, maar wat hij doet is wel gewichtig. Soms weet hij de pootjes naar buiten te halen. Gelukt !! Dan doet hij de touwtjes om de hoefjes van het kalfje en trekt hij het kalfje naar buiten. Ook daarbij let hij op wanneer de koe ‘werkt’. Soms gaat het heel moeilijk. Dan worden we naar de buren gesommeerd en roepen we haastig: ‘buurman, buurman, papa zegt er is een koe aan het kalven.’ Dat is voor buurman een teken om alles uit zijn handen te laten vallen en ogenblikkelijk met ons naar onze stal te lopen. Gezamenlijk lukt het dan de mannen wel om het kalfje  te trekken, zij het soms met grote inspanning. Nog zie ik dat ze zich soms zich met één voet afzetten tegen de rand van de grup en met al hun kracht gedoseerd trekken, telkens als mijn vader roept: ‘Ja!’ Mijn vader weet precies wanneer de koe ‘werkt’. (God de Vader en mijn vader weten alles,maar dit terzijde). En ik zie ook nog heel scherp hoe plots de snoet van het kalfje, laag boven de pootjes liggend, verschijnt. Prachtig is dat, ik zal het nooit vergeten! En dan plots is daar het hele kalfje. Het valt met een behoorlijke smak achter Dora in de grup. Maar blijkbaar doet dat het kalfje geen pijn.  Mijn vader pakt het bij de pootjes en weet dan meteen te vertellen of het een vaars of een stiertje (‘bolletje’) is. Wij hopen altijd allemaal op een vaarsje. We weten ook altijd precies te vertellen hoeveel vaarsjes er al zijn geboren. De buren praten daar achter de kerk of op andere momenten onderling ook altijd over. Mijn vader droogt het heerlijk warme, nog natte kalfje onmiddellijk af met vers stro en legt het in de kruiwagen. Dan vervoert hij het met ons achter zich aan in een kleine processie naar het kalfjeshok. Terwijl wij over de rand van het hok hangen ligt daar de boreling verdwaasd om zich heen te kijken. Bijna onmiddellijk probeert het te staan, maar zijn pootjes zijn daarvoor nog te wankel. Onderwijl melkt mijn vader Dora’s biest en geeft die uit een fles met een tuit aan het kalfje te drinken. Als we een uurtje later nog eens kijken dan staat het kalfje meestal, zij het in nog wankel evenwicht, overeind.  Ook dat staat nog steeds levendig op mijn netvlies.

Mooi! Zoiets vergeet je niet,  toch?

woensdag 10 mei 2017

Dora 5 en Herman 3

Het speelt zich af in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ik ben een jochie van een jaar of tien. Vanmorgen heb ik gehoord dat Dora 5 moet afkalveren. Let wel, Dora 5 en niet Dora V. De namen van de koeien worden geschreven in Arabische cijfers. Geschreven in Romeinse cijfers zou Dora V een koningin kunnen zijn. Maar koninginnen stonden bij ons niet in de stal. Nee, bij ons stonden Dora 5,  Truus 14 en een dertiental andere koeien
Tijdens de koffiedrinken zegt mijn vader: ga eens kijken of de pootjes er al zijn.
Ik dus naar de stal, en even later kom ik terug met de verheugende mededeling dat de pootjes er zijn. Verheugend, want als kind vond ik dat een blijde gebeurtenis. Hoe volstrekt natuurlijk en in de winter soms dagelijks gebeuren het ook was,  voor ons als kind was het altijd bijzonder.  Er waren wel meer zich cyclisch herhalende gebeurtenissen waarbij wij met de neus vooraan stonden maar die maakten veel minder indruk. Zomers werd er bijvoorbeeld regelmatig een tochtige koe uit de wei naar huis gehaald. Het woordje ‘tochtig’ werd overigens nooit gebruikt, bij ons was een tochtige koe ‘bollig’. Als kind hadden we geen idee wat dat was. Oké, een stier was een ‘bolle’, maar bollig had in mijn kinderjaren niets met een stier van doen. Trouwens, wij hadden niet eens een stier. Nee, een koe was bollig als ze werd besprongen door andere koeien. Dan werd die koe naar huis gehaald en aan een paal of een deur van de boerderij vastgebonden. Mijn vader belde dan voor 8 uur ’s morgens de K.I.  Die afkorting staat voor kunstmatige inseminatie. Een volstrekt vertrouwd begrip waar ik –met de kennis van nu – niets van begreep. Hij sprak dan in de telefoon die in de keuken aan de wand hing, de vertrouwde woorden:  ‘Willem Janssen , Eierweg 25. Dora 5 - Herman 3’.  (Naam en adres zijn fictief want je weet maar nooit tegenwoordig). Met de kennis van nu weet ik dat Herman 3 de door hem gewenste donerende stier was. Een uur of wat later kwam dan de K.I. De man  nam uit zijn tas een lange dunne staaf. Dan mat hij zich een heel lange rubberen handschoen aan die wel tot zijn schouder reikte, deed de staart van de koe opzij, en ging met zijn hand in de koe. Vervolgens deed hij die lange dunne staaf in de koe.  Dora kromde haar rug, drentelde een paar pasjes opzij, riep een keer ‘boe’, en dat was het dan. De man waste zijn handschoen opvallend zorgvuldig, deed de staaf weer in zijn tas en reed naar een volgend adres. Als mijn vader soms afwezig was dan vroeg hij bij thuiskomst: is de K.I. al geweest? Als dat zo was dan moesten wij de koe terugbrengen naar de wei. Mijn vader noteerde in zijn stalarchief achter Dora 5 een datum en Herman3. Een vanzelfsprekend ritueel, even vanzelfsprekend als het palmpaashaantje, het vastentrommeltje en de dagelijks gebeden oefeningen van berouw, geloof, hoop en liefde. 
Goed, de pootjes zijn er. Maar daarover een volgend verhaal.


maandag 17 april 2017


En Johan zag de bal

Paasmaandag 2017. Het is bitterkoud. Diep weggedoken in mijn winterjas betreed ik de Molukse Barak in het openluchtmuseum. Ik geniet  van de Indische muziek uit de jaren zestig. Een man geeft zijn vrouw uitleg van de Molukse geschiedenis, (tenminste zijn beweringen zijn bedoeld als uitleg), een jong stel beluistert aandachtig het relaas rond de gijzelingen, bij de kelder van de beheerderswoning toont een moeder haar kinderen de weckflessen  (de flessen blijken bij haar thuis ook vooral boontjes te hebben bevat) en een jong stel verbaast zich erover hoe smal het ouderlijk bed in de vijftiger jaren was. Ik verbaas me er vooral over dat de kok in de centrale keuken bonensoep in de aanbieding heeft. Bonensoep? ‘Dat is toch zo Hollands als maar kan?’ opper ik. Ja, zegt hij, maar de Molukkers kregen die hier ook voorgeschoteld en dan maakten ze het tot een Indische bonensoep door er  allerlei kruiden aan toe te voegen. En dat blijkt hij vandaag ook gedaan te hebben. De Indische bonensoep smaakt me inderdaad verrukkelijk, zeker op deze winterse paasmaandag.
Gesterkt door de Indische kruiden rep ik me naar ons tijdelijk Holland Huis. In de antieke tram heet Dingenliefde heet bij de conducteur van dienst nog gewoon Dingenliefde en niet: Holland Huis. Als ik niet had geweten dat de expositie ‘Helden aan de Bal’ daar is gehuisvest dan was ik er gewoon aan voorbij gelopen. Van de hele groep die de tram verlaat ben ik dan ook de enige die de tentoonstelling betreedt. Eenmaal binnen blijk ik echter niet de enige te zijn, en gelukkig maar! Mijn scepsis die ik vanaf het begin steeds heb gevoeld verandert verrassend snel in enthousiasme.  Ik betrap me erop dat ik spelers nomineer voor het Dream elftal, en ik geniet van het doelpuntenfestijn dat om me heen wordt opgevoerd, van de polonaise met Den Uyl, en van zoveel meer dat allerlei herinneringen in me naar boven haalt. Ja, zegt iemand tegen mij, das war einmal! Ik kan het alleen maar beamen. Wat konden ‘wij’ goed voetballen! Ik zie dat menig jongetje door pa en ma voor onze kartonnen Johan wordt geplaatst om een plaatje voor later te maken. Ik weet zeker dat velen in volgende generaties hun opa als klein jongetje zullen zien voor het beeld van onze grote Cruijff. En met die foto’s zal ook de herinnering aan het openluchtmuseum blijven bestaan. PR op lange termijn zullen we maar zeggen.
Zeer geslaagd vind ik ook de muur waarop bezoekers zich kunnen uiten in eigen cruijffiaans taalgebruik. Inderdaad: als je niet schiet dan scoor je niet, en als wij de bal hebben hebben zij die niet. Maar dat wist u waarschijnlijk al.  En voetballen is eenvoudig, zo lees ik: je hebt twee teams en Duitsland wint altijd! Maar ook dat wisten we al, toch?
Thuis heb ik even weer naar het versje van Toon Hermans gezocht dat op de expositie is te lezen:
Vincent zag het koren
En Einstein het getal
Zeppelin de zeppelin
En Johan zag de bal!

maandag 3 april 2017


Een geluid van daarboven

In de laatste week van de winterstop wandel ik door het museum. Ik kijk mijn ogen uit. Wat is er veel op de schop gegaan! Terwijl ik over het nieuwe pad wandel waar eens de bijenstal was ontwaar ik op een van de stoeltjes bij de caravan een eenzame bezoeker. Een wat boerse man met witte baard en een pet, kijkt peinzend in het rond. Ik heb hem eerder gezien maar kan hem niet direct thuis brengen. Ik besluit dus tot een praatje.
Gaandeweg valt het kwartje. Maar natuurlijk, dit is Arie van Essen, bewoner van de boerderij uit Vierhouten rond 1900.  Kort samengevat vertelt hij me dat zijn nieuwsgierigheid naar hoe het nu zou zijn met zijn boerderij hem ertoe had verleid nog eens een kijkje te nemen. In Vierhouten had men hem tot zijn verbazing naar hier verwezen. Dat was jaren geleden. Gevraagd wat hij ervan vindt zegt hij dat hij de eerste keer toen hij hier kwam  - hij blijkt hier elk jaar te komen!! - moeite had om onder de bomen ‘zijn spul’ te herkennen. In Vierhouten had het veel meer op het zand gestaan. Hij vertelt dat de waterput niet vóór maar iets verderaf opzij van de boerderij stond. En hij mist de aardappelhut. Maar, zegt hij, wat is er hier deze winter weer veel veranderd! Wat is dat toch een bezig volk hier!  ‘Ik kiek mien ogen uut’, de hele bijenstand is weg! En wijzend op het nieuwe pad, zo’n mooi ‘weggie’ hadden we echt niet ! En bij de entree, wat zijn ze daar toch allemaal aan het doen?
Ik vertel hem wat over de Canon en over de expositie Helden aan de Bal. Hij zit er wat stilletjes bij en vindt het allemaal wel erg veel. Ik zeg dat hij daarin wel gelijk heeft maar dat je tegenwoordig niet stil kunt blijven staan, je moet nu eenmaal met de tijd mee. Maar, geef ik toe, er zijn tegenwoordig ook wel veel mensen met een burn-out. Dat begrip is hem onbekend, maar ‘teveel hooi op de vork’ ja, dat kent hij wel.
Hij vertelt me dat ze ‘daarboven’ waar hij tegenwoordig vertoeft, zich zorgen maken over ons. Ze zien ons rennen en sloven, iedere dag opnieuw, kinderen naar school, maatschappelijke ladder (‘carrière’ noemen jullie dat geloof ik) , allerlei clubjes, de hele dag berichtjes typen, uitgaan met vrienden, sportschool, vakanties en dat vliegt maar door. Jullie denken dat alles moet kunnen en dat alles vooral leuk moet zijn. Leuk, dat zeggen jullie vaak.  Hij schudt zijn hoofd erbij als hij dit zegt. Maar het leven is toch niet alleen leuk? Er is toch ook veel ongeluk, en daar moet je toch ook mee kunnen leven, dan moet je toch ook ‘tied’ hebben om eens rustig in de aardappelhut te zitten?  Nou, zegt hij dan, ik wandel maar eens terug. En dan kuiert hij langzaam langs zijn boerderij en verdwijnt ergens achter de oliemolen.

Wijze man, die Arie !