Plukje voor het
hondje, plukje voor de kip
Opa en oma zijn deze zomer 45 jaar getrouwd. Het leek ze
leuk om met kinderen en kleinkinderen een dagje door het Openluchtmuseum te
wandelen. Dat is een goed idee van u,
zeg ik, we hebben hier een prachtig park
en er is veel te zien. Ik hoop dat ze het verstaan hebben want het is in
het entreegebouw een herrie van jewelste, het is nl. draaiorgeldag. Her en der
in het park staan maar liefst 30 draaiorgels, her en der betekent vandaag dus overal,
en ik kan u verzekeren dat ze alle 30 hun uiterste best doen! Eventjes vind ik
draaiorgels een stuk minder leuk, maar dat zeg ik natuurlijk niet. Nee, ik zeg:
het is prachtig weer vandaag en u
begrijpt wel dat het museum speciaal voor uw feestje al die draaiorgels heeft
uitgenodigd. Ja, dat begrijpen ze
wel!
Tijdens de kennismaking hoor ik dat een van de zeven
kleinkinderen meer dan gemiddelde belangstelling heeft voor treinen. Hij verzamelt
zelfs treinen en een ander spaart voetbalplaatjes. Vandaag komt dat allemaal
goed in mijn kraam van pas. Op de plattegrond heb ik al gezien dat de orgels
nauwelijks te omzeilen zijn, dus heb ik het plan opgevat om met de tram van het
ene object naar het andere te hoppen. Kinderen vinden dat leuk en ouders volgen
dan vanzelf, zo weet ik uit ervaring.
Ik haak in op treinen en op verzamelen. Weten jullie dat het museum ook spaart? We hebben duizenden en
duizenden dingen gespaard, ik stel voor dat we in zo’n oude tram stappen en
eerst maar eens naar de verzameling gaan kijken. Dat willen ze wel, in een
holletje draven ze naar de tram. Ho ho,
kalm aan,oma moet ook mee!
Bij Dingenliefde waar we onze bezoekers een indruk geven van
onze depots, neuzen ze tien minuten rond en de vaders hangen met hun volle
gewicht aan de staart een paard. Valt tegen, die paardenkracht van hedendaagse
vaders.
We hoppen verder naar het schooltje. De pechvogel en het ezelsbordje krijgen veel aandacht. Ik haast me aan
de volwassenen uit te leggen dat in de 19 eeuw toch verreweg het grootste deel
van de bevolking kon lezen en schrijven. Daar kijken ze wel van op. Even later sta ik op de keitjesvloer van een
boerderij aanschouwelijk onderwijs te geven over een huishouding zonder
stromend water. Ik demonstreer een zaterdagse wasbeurt waarbij alle kinderen –
jongens en meisjes uiteraard gescheiden - op rij naast een teil staan om
ingezeept te worden. Plots gaat achter mijn rug een deur open en betreedt een bezoekster de keitjesvloer. Maar mevrouw, waar komt u vandaan? Oh, van voren, zegt ze volkomen
overbodig, maar dit is kennelijk niet de
bedoeling zal ik deze deur maar weer sluiten?
Ja, doet u maar.
De Ja-knikker hiernaast staat wegens technisch mankement
stil, ter compensatie is blijkbaar de voordeur van de boerderij opengezet.
Later hoppen we met tram naar de remise en naar de Kasteelboerderij.
Dan lever ik de jeugd af bij het trekpontje. Met de volwassenen maak ik een
ommetje door de wei naar de aanlegsteiger aan de andere kant, bij ons Zaanse
dorp. Als de generaties herenigd zijn neem ik afscheid.
Bij boerderij Harreveld schuif ik even aan bij een
gezelschap op een bankje: opa in een overjarig scootmobiel met pet in de ogen
vanwege zon, ma op de bank en een dochter van een jaar of veertig, met een
snoezig hondje in zo te zien een gloednieuwe van een regenhoes voorziene
wandelwagen. Hieruit ontsnappen is niet mogelijk. Ze deelt in vlot tempo haar
boterhammen (let wel: niet de korstjes!!) : plukje voor het hondje in de regenhoes, plukje
zwierig over de schouder voor een verdwaalde kip. Plukje voor het hondje, plukje voor de kip. Telkens herhaald in
vlot tempo. Het beest, ook een kip is een dier, kan het haast niet bijhouden.
Het vliegt zich rot naar elk plukje om er als
de kippen bij te zijn. Als je dit scharrelen wilt noemen dan scharrelt het zich
een ongeluk! Dit alles in een kakofonie van geluid van twee draaiorgels, een
staat pal voor ons, een ander staat iets opzij van ons. Een bizar tafereel in
een bizarre setting, maar het is waar: in
het museum is altijd iets te beleven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten