dinsdag 17 januari 2017



Flexblazer 

Er staan al mensen te wachten als ik kom aanlopen voor mijn laatste rondleiding van het jaar.   Met 15 personen ga ik op stap. Op het entreeplein staat een wintervrijwilliger met een midwinterhoorn, een zogenaamde flexblazer. Hij wil wel enige informatie geven. Inderdaad: wilgenhout - aan elkaar gelijmd enz. – ‘nee, niet meer na Driekoningen want als Herodes het zou horen zou hij het kind alsnog kunnen doden.’ Ik kijk langs de gezichten en constateer dat het merendeel geen idee heeft waar  flexblazer nu op doelt… (of het nu over eierkolen, een kolenkit of over Herodes gaat, wat praten we toch gauw voor velen onbegrijpelijke taal, maar dit terzijde) In een opwelling zeg ik: ‘die ene meneer daar met die bril wil graag een keer proberen of hij er geluid uit krijgt, mag dat?’ Flexblazer vindt het geen probleem, routinematig bevestigt hij een schoon mondstukje en geeft meneer de hoorn. Meneer kan natuurlijk moeilijk weigeren, de groep kijkt gespannen toe. En dan horen we zowaar een moeizame roep van een koe bijna melodieus uit de hoorn opklinken. Blijkt meneer een trompettist te zijn !!
De toon is gezet, welgemutst stappen we de Gelderse buurt in. In de boerderij uit Harreveld staan de mensen lijf aan lijf, ook de kamer in Vierhouten staat vol. Maar ik moet toch ergens naar binnen, dus probeer ik met een allervriendelijkst gezicht mijn groep toch nog naar binnen te loodsen. Ik wijs op de foto van een van de laatste bewoners. Die man, zeg ik,  heeft tot vijf maal toe ‘een kissie moeten maken.’ zoals een kleindochter in een brief aan het museum schreef, voor zijn gestorven kinderen. Dat maakt indruk.
Op de deel staat een wanmolen. Maar probeer kinderen eens kernachtig uit te leggen waar die voor dient als ze niet eens weten wat graan is, dat dat korrels bevat en ook nog nooit van dorsen hebben gehoord. Ik krijg voor de volwassenen bij zo’n wanmolen wel het kaf van het koren gescheiden, zeker als ze de schoepen in het apparaat zien. Maar voor de kinderen is dat een brug te ver. En ze hebben er – net als de volwassenen – geen idee van hoeveel stof dat produceert. Eigenlijk zou ik hier deze voor een boerderij basale activiteit moeten kunnen demonstreren. Wat zou dat ons pogen verlevendigen!
We trekken verder het museum in.  Inmiddels begint de decemberkou aardig tot in onze botten te trekken. Uit de woonkeuken van de Betuwse boerderij komt ons een behaaglijke warmte tegemoet. Het ruikt er heerlijk naar soep! Maar helaas, we vissen achter het net. Bij de tafel met weckpotten vertelt de boerin dat we die eigenlijk aan Napoleon te danken hebben. Hij loofde een beloning uit voor manieren om voedsel te conserveren ten dienste van zijn veldtochten Europa in.
Tussen Varik en Hoogmade vertelt een collega flexblazer dat de midwinterhoorn ook gebruikt werd om signalen aan elkaar door te geven, bijv. als er razzia’s plaatsvonden. ‘Het was dus eigenlijk een voorloper van whatsapp,’ zegt hij.  Die houden we erin, denk ik!
Later die middag bij de Kop-van-Jut ( op de winterkermis) heft een forse man te midden van een grote kring toeschouwers de grote hamer hoog boven zich en  slaat dan pardoes… mis!


vrijdag 2 december 2016

Net als een Bikini 

Zeker weten: hij komt, hij komt, de goede Sint. Mijn kleindochter van 2 jaar oud vertelde mij deze week terwijl ze over haar woorden struikelde: Zwarte Piet, schoorsteen, Zwarte Piet kijkt schoorsteen, cadeautjes!
Ze kan nog nauwelijks zinnen formuleren maar dit wist ze me met overtuiging mee te delen. Wie ben ik om deze heilige zekerheid te betwijfelen? Hij komt dus, vergezeld door Zwarte Piet. Die mag inmiddels gekleurd zijn, voor kleine Rosa blijft hij voorlopig zwart. Geen discussie, dat zou zinloos zijn.
Zelf ben ik trouwens altijd veel meer gebiologeerd door Sinterklaas dan door Zwarte Piet. Zelfs als Piet onmiskenbaar een vrouw was, of witte vegen had achter zijn oor, dan deerde mij dat niet. Mijn aandacht ging uit naar de baard van Sinterklaas. Die baard was zo veranderlijk als Sinterklaas zelf, ik snapte maar niet hoe de baard in de ene winkel zo kon verschillen van de baard in een andere winkel. Later is die belangstelling voor zijn baard gebleven. Nog altijd bestudeer ik de watten aan Sint zijn kin. Niet zelden denk ik  dan aan de woorden die Wim Kan ooit sprak over een bikini : Toen het zat zei iedereen: ik wou dat het eens viel. En toen het gevallen was: het had toch maar beter kunnen blijven zitten!
Ik moet er niet aan denken: Sint hoog te paard, kale kin, een prop watten op zijn tabberd, het zou geen gezicht zijn, toch?



zondag 13 november 2016


Archie Bunker, wie kent hem nog?

Hij is terug, de immer een sigaar rokende Archie met zijn Edith! Jaren geleden heeft het echtpaar uit het veilige midden van de Verenigde Staten ons vele avonden prettig geamuseerd. Een beetje dommig, niet al te veel opleiding maar toch redelijk welgesteld, alles afwerend wat afweek van zijn overzichtelijk wereldje. We vonden het leuk om te zien.
Ik was hem uit het oog verloren, en met mij velen, blijkbaar. We zijn het contact verloren. Maar zie, hij is terug, zo las ik in de krant, hij heeft teruggeslagen, en hoe!!
Donald Trump heeft beloofd hem en de zijnen niet langer over het hoofd te zien, meer nog: hij heeft beloofd naar hem  te luisteren ! En daarom: weg die flauwekul van fatsoenlijke verzekeringen, weg die latino’s, allemaal verkrachters, en zo kraamde hij nog veel meer in de stijl van Archie onze huiskamers in.

Trump zal de Archies niet vergeten, zo belooft hij keer op keer. Ik hoop dat hij ook wil denken aan onze kleinkinderen en ze niet zal vergeten. Maar ik ben er niet gerust op, hij wil zo snel als mogelijk af van alle klimaatafspraken. Onzin noemt hij dat…!  En dat is wat ik nou onzin noem, heel gevaarlijke onzin die, zo niet ons leven, dan wel dat van toekomstige generaties op het spel zet! 

woensdag 5 oktober 2016


Taizé

Een heel klein gehucht boven op een heuvel in de Bourgogne, net boven Cluny. Misschien twintig huizen, meer niet. Een vlek in Frankrijk, minder dan een stip op de aardbol, de planeet die om de zon draait,  aan de rand van ons melkwegstelsel. Dat telt nog een paar honderd miljard andere zonnen en – zo las ik laatst – er zijn nog minstens honderd miljard  andere zonnestelsels! En misschien / wellicht zijn er meerdere heelallen.
Dit alles denk ik terwijl ik stil in het kerkje in Taizé zit. Het kerkje wordt er steeds kleiner door. En des te wonderlijker komt mij de aantrekkingskracht voor die de oecumenische gemeenschap van broeders hier op dit vlekje uitoefent. Met duizenden komen ze,  jongeren (maar ook ouderen) uit alle landen van Europa en uit andere werelddelen.
Elke morgen –middag –avond is er een kerkdienst. Dan worden alle programma’s stilgelegd en allen verzamelen zich in de kerk.  Wij ouderen zitten op een bankje met rugsteun tegen de muur. Zo’n 30 minuten tevoren zijn die bankjes al bezet. De eerste jongeren komen dan ook al binnen en gaan stil op de grond zitten. Straks zal de hele ruimte gevuld zijn met vier à vijfhonderd jongeren en naar schatting zo’n 80 broeders. Van overal komen ze, van Denemarken tot Japan, van Brazilie tot Korea. En dan zullen de bekende Taizé-mantra’s klinken als Bless the lord my soul, Ubi Caritas , etc. In eindeloze herhalingen met stiltes tussendoor. Je vindt er talloze op You Tube.  Indrukwekkend: een kerk stampvol op de grond zittende jongen mensen, geen krampachtig gehoest of gegiechel, gewoon doodstil. Dan weer zo’n gezang, korte gebeden tussendoor. Ik hoor allerlei talen. Ik hoor West Europese en Slavische talen, Koreaans, Japans, Bahassa Indonesia, en ook heel regelmatig Nederlands.
Luisterend naar de steeds herhaalde korte liedteksten en de intense uitdrukking ziend van de tussen de liederen in stilte zittende mensen denk ik spontaan aan het adagium van Augustinus: onrustig is ons hart tot het rust vindt in u.
Na afloop blijven vele tientallen jongeren nog een tijd stil op de grond zitten, sommigen wel 15 minuten. Na de avonddienst zie ik er na een half uur nog velen op de grond voor zich uit zitten staren/bidden/mediteren, zitten zingen of zitten schrijven. ‘s Middags niet, dan staan ze meteen na de dienst in lange rijen voor ‘de keuken’ een grote half open tent. Rechts en links eveneens open tenten met overal in driehoek opgestelde banken voor de vele ‘themagroepen’ die elke morgen en middag plaatsvinden.
Bij de ingang van de kerk staan enkele tot ‘security’ gebombardeerde jongeren. May I have a look in your bag? vragen ze schuchter verlegen . Want ja, dat vraag je als twintigjarige niet zo gemakkelijk aan iemand van zeventig. Marian is zo handig om te zeggen dat ze alleen maar een mesje  in haar tas heeft om een appel te schillen. Het meisje lacht schaapachtig en laat haar door. Maar binnen komt meteen haar compagnon aanlopen: do you have a knife, may i have a look?  Natuurlijk kwam het allemaal goed. Maar toch. Ze regelen het wel. Net zoals die jongens die  in de kerk langs het op de grond zittende volk lopen, verlegen en onhandig manoeuvrerend met hun bord ‘SILENCE’.  Veelal overbodig want hoe druk het ook is, er heerst spontaan een grote stilte.
We hebben een mooi plaatsje, daar enkele treden hoog tegen de muur. We kunnen het geheel prachtig overzien, maar het is geen theater, het stemt hoe dan ook tot inkeer. Hetgeen niet belet dat ik stilletjes hoop dat de corpulente dame niet opnieuw pal voor ons plaats zal nemen, en alle uitzicht zal belemmeren. Zelfs in gewijde sferen blijf je mens, nietwaar?
Thuis gekomen zal zoonlief tegen Marian zeggen: wat ben je toch een muts! Wie vertelt nou dat ie een mes in de tas heeft, dan ben je toch echt wel een eind van de wereld!
Ik kan niet anders dan instemmend lachen.

Maar uitgedacht over het fenomeen Taizé ben ik nog lang niet.

maandag 19 september 2016


Boer Bunninga en Trijntje

Naar Kloostergaarde, zoals de boerderij uit Beerta die nu in het openluchtmuseum staat eigenlijk heet. Ooit was het een buitenhof van de Norbertinessenabdij in Heiligerlee. Maar dat is lang geleden. Op de imposante deel van de boerderij neemt verteller Vincent me mee naar de crisis in de landbouw rond 1920. Die crisis heeft ertoe geleid dat de boedel van boer Bunninga (gefingeerde naam) later die middag zal worden geveild.  Het is al tijden onrustig op het Oldambt. De landarbeiders willen meer loon, maar de prijzen zijn gedaald. De boeren zoeken een uitweg in mechanisatie.
Natuurlijk heeft ook Bunninga gemoderniseerd. De machines naast ons op de grote deel getuigen daarvan. Elke machine bespaart op mensenhanden en betekent nog meer banen op de tocht. Dat leidt tot spanningen. De communisten roeren zich.
Douwe – de eerste arbeider – zit klem tussen zijn vrouw en zijn broer, een strijdbare communist enerzijds en boer Bunninga anderzijds. Zijn leven lang heeft hij voor Bunninga  gewerkt, dat schept een band. Mooi hoe Bunninga hem meeneemt naar de Dollard en ze zich voorstellen hoe heel het vergezicht tot Emden aan de einder één grote vlakte wuivend graan is. Allebei hebben ze hart voor de klei van het Groninger land, allebei genieten ze ervan hoe de ploeg door die vette klei snijdt. Maar de zaaimachine en de zelfbinder, daar opzij opgesteld, hebben wel de nodige arbeiders overbodig gemaakt. Daar zit Douwe mee. Hij wil Bunninga niet afvallen, maar zijn broer ook niet. Het is het museum ten voeten uit: de grote sociaal economische politiek teruggebracht tot of opgebouwd vanuit het micro niveau.
Niet elke bezoeker echter komt naar het museum om naar verhalen te luisteren. Na twee of drie minuten, als Vincent net bezig is het verhaal op te bouwen, staat een oude man op. Zijn vrouw, hun volwassen kinderen en kleinkinderen volgen hem tussen de strobalen door naar buiten. Vincent laat zich er gelukkig niet door van de wijs brengen, de rest van het auditorium luistert geboeid. 
Prachtige zinnen zitten er in het verhaal: als je niet oppast zaait die zaaimachine voor de vogels! Ogenblikkelijk zie ik in gedachten boven het weidse land een zwerm vogels dankbaar neerdalen achter de door het paard voortgetrokken machine.
En ik hoor boer Bunninga verkondigen: de boeren voorzien ons land van voedsel, ons land begint bij de boeren!  Het is alsof ik mijn bloedeigen broer hoor, hij bestiert ook een boerderij in het Oldambt. Maar ze hebben het mis, mijn broer en boer Bunninga,  ons land begint niet met de boeren, ons land begint met Trijntje, 7000 jaar geleden! Haar skelet is het oudste skelet dat in Nederlandse bodem is gevonden. Ze was geen boer, zeker weten, die waren er 7000 jaren geleden nog niet! En ze leefde niet bij de Dollard maar in Giessendam. Ze kreeg de naam Trijntje vanwege de treinen die daar nu over de Betuweroute rijden. En ze komt naar  ons in het openluchtmuseum, als onderdeel van het canonvenster prehistorie!  Ik heb het Willem Bijleveld zelf horen zeggen aan het begin van dit seizoen, hij glom tot achter zijn oren! We zullen allemaal in de rij staan om haar te bewonderen. Ik vrees echter dat de oude bezoeker die voortijdig vertrok ook aan het verhaal van Trijntje geen boodschap zal hebben.


dinsdag 30 augustus 2016

Ik ga op reis en neem mee

Slaven hadden natuurlijk geen bagage bij zich.  Maar ze namen wel verhalen mee, vooral Anansiverhalen, die hadden ze in hun hoofd. Wat in hun hoofd zat ging mee aan boord.  En Anansi zelf was ook aanwezig, die spon draden waarlangs hij op en neer kroop in de scheepsruimen. Overal ging hij met hen mee,  ook op de plantages zagen ze hem overal. Aldus Julian, de verteller van vandaag, in het theekoepeltje in het openluchtmuseum. In dat koepeltje worden sinds enige tijd Anansiverhalen verteld. Al twee keer eerder was ik ernaartoe  gegaan, maar beide keren zat ik moederziel alleen onder de daar opgestelde Anansiboom. Vandaag probeer ik het opnieuw, driemaal is scheepsrecht. Ik tref Julian.
Even denk ik dat hij verhalen gaat vertellen aan het groepje Russen dat tot onze verbazing de koepel betreedt, maar nee de Russen gaan weer verder.  Anansi dus niet naar Rusland vandaag. Even later komt Leila binnen met broertje en ouders, en net als Julian wil beginnen komt ook Nienke met haar ouders en broertje.  Julian vertelt dat Anansi een echte spin is maar ook wel een beetje op een mens lijkt. Kijk maar, zegt hij, wijzend op de afbeelding. Ja, de kinderen beamen het, hij heeft ook een beetje een mensengezicht.
Anansi wil naar een feest maar moet betalen om binnen te komen, hoe moet dat nu? Dan verneem ik dat Anansi heel slim is, veel ziet en met zijn spinnenoortjes heel goed kan horen. Ik leer dat kakkerlakken heel harde werkers zijn en dat de haan ‘s morgens heel hard roept: kukkelekúú, ik wil niet op het menúú, en nog veel, veel meer leer ik.   Het wordt leuk als Anansi eenmaal op het feest –natuurlijk lukt het hem daar te komen -  wil dansen met Leila en ook Nienke in het verhaal wordt betrokken. Iedereen luistert geboeid hoe Anansi iedereen te slim af is.  Na afloop doet zelfs het kleine broertje van Nienke een tekening van Anansi in het verzamel-vogelkooitje. Blij verrast door dit onverwachte intermezzo verlaten de ouders met hun kroost het koepeltje met die vreemde Anansiboom.

Als ik een uurtje later vanwege de regen even wil schuilen in de boerderij uit Kadoelen ontwaar ik daar een aantal kinderen met vier moeders. Ze zitten met zijn allen in een grote kring op de lemen vloer. Ze zitten met de ogen dicht, tenminste dat lijkt de bedoeling, ik zie er een aantal smokkelen.  Een van de moeders loopt al huppelend met een doekje in de hand  rond de kring en allen zingen het mij bekende riedeltje:
 Zakdoekje leggen,
Niemand zeggen,
Ik heb de hele nacht gewaakt.
Twee paar schoenen heb ik afgemaakt:
Ergens in mijn bovenkamer springt een deurtje open en moeiteloos haak ik in:
Een van stof en één van leer,
hier leg ik mijn zakdoekje neer.
Op weg naar huis bedenk ik dat ook dit liedje ongetwijfeld als eens Anansi in de hoofden van landverhuizers meegegaan is naar Zuid Afrika, Canada en elders.


maandag 8 augustus 2016


Als je te vroeg springt ben je te vroeg 

Het had een uitdrukking van Cruijff kunnen zijn: het geel was uit de wind gegrepen. Maar ik hoorde hem uit de mond van een voetbalanalist tijdens het W.K.  Hij sprak ook over geelwaardige overtredingen, dat zijn overtredingen waarvoor de scheids had moeten fluiten.De man is uiterst deskundig. Ik leerde veel van hem.Je moet keuzes maken in het sturen.Als je niet stoort kan de bal ongestoord rondgaanAls het niet verder kan kan het terug.Als je te vroeg springt, ben je te vroeg, maar als je te laat springt ben je ook niet op tijd.Of het nu oogstrelend is of niet, de meters moeten toch gemaakt wordenSoms bleek de man voorspellende kwaliteiten te bezitten:Er komt een spetterende verlenging aan.Meer geluk gaan de Portugezen niet krijgen.Vooral tijdens de finale was mijn analist goed op dreef. Nani, daar gaat hij, langs twee man, nog eens door twee man heen, maar dan vergeet hij de bal…Als een speler op de grond ligt: typisch geval van een watje, de boel belazeren. Voortaan dit begrip dus niet meer verkeerd gebruiken!Mijn analist beschikt ook over psychologisch inzicht: het lijden van het spelen zonder Ronaldo bevrijdt nu de spelers, zo lijkt het. En over dezelfde Ronaldo langs de zijlijn: hij gedraagt zich zoals een coach doet: het is tijd, zegt hij, ook al is het geen tijd. Aha, dat moet een coach dus doen, behalve keuzes maken in het sturen ook nog de tijd manipuleren. Nu begrijp ik waarom het zo’n goed betaalde baan is. Ook coaches worden trouwens beoordeeld door de analist. Over een wissel na een doelpunt: dit is geen plan B, dit is plan E, een slechte wissel!! Tot slot overziet de analist nog eens het hele toernooi: het is een slecht toernooi, en ik heb altijd een hele brede kijk gehad. Hij zegt het zonder blikken of blozen, terwijl zijn hondje door de studio loopt, want ook dat behoort tot het format van de uitzending.Volgens mij was veel van het gebabbel geelwaardig, totaal uit de wind gegrepen, maar wie ben ik?