dinsdag 7 november 2017


Kheptsodruk

We schrijven augustus 2017. Het is gezellig druk en de zon schijnt uitbundig. Op zo’n dag valt er van alles te beleven. Daarvan hieronder een kleine impressie.
Ik besluit eerst maar eens op het bankje voor ons blauwe boerderijtje te gaan zitten. Als ik er een paar minuten zit passeert er een moeder met een kind van naar ik schat vier / vijf jaar oud. De moeder oogt opvallend jong. Ze pakt het kind bij de hand en zegt naar het boerderijtje wijzend: ‘kijk daar, die kleine raampjes, kom, lekker gluren!’ Terwijl ze voor me langs huppelt, het kind aan een arm meetronend, kan ik niet anders dan haar toch wat verwonderd nastaren. Opvoeding anno 2017 denk ik: kom, lekker gluren!
Als ik verder loop nadert even over de tramrails een familie, drie generaties, druk gesticulerend en pratend in een voor mij onbegrijpelijke taal. Chinees? Japans? Koreaans? Een gewoon gesprek, boos, discussie of gezellig? Ik heb geen idee. De talen van het andere halfrond zijn voor mij één onbegrijpelijke brij, maar zij op hun beurt zullen het verschil niet horen tussen Zweeds, Duits of Nederlands, denk ik.
Op de ophaalbrug wordt zoals gewoonlijk druk gefotografeerd. Ik merk op dat zeker drie vaders de focus richten op het trekpontje in de verte. Voor mij is het De Zaan, in gedachten zie ik hier tientallen molens, grote zeilschepen en veel bedrijvigheid op het water. Voor hen is het waarschijnlijk een Anton Pieck plaatje: twee molens langs het water met een trekpontje op de achtergrond.   
Bij de wagenloods met de sjees van de koopman zegt een moeder tegen de kinderen: ‘kijk een arrenslee,’ terwijl de wielen van de sjees toch bepaald niet aan het zicht onttrokken zijn!  Wellicht heeft ze hier bij een vroeger bezoek wel eens een slee gezien anders kan ik het niet verklaren. Hoe dan ook, ik vind het een mooi staaltje van hoe een mens geprogrammeerd kan zijn. Wel vaker bekruipt mij de neiging om in het voorbijgaan niet al te luid maar wel goed verstaanbaar te mompelen: goed kijken, er staat niet wat je ziet!
Op het Zaanse plein kom ik zoals meestal op een zonnige middag ogen te kort. De jeugd loopt, rent, roept en huilt door elkaar. Een vader helpt een jong kind dat een vliegende hollander heeft veroverd. ‘Je voeten zijn te kort,’ hoor ik hem zeggen. Hoe zo: voeten? Het zijn niet de voeten, het zijn de beentjes waar het aan schort, denk ik, terwijl ik nu op mijn beurt lekker zit te gluren. Het is als altijd weer verbazingwekkend hoe behendig basisschoolleerlingen manoeuvreren op de oud hollandse fietsen.
Maar het mooiste volgt even later als ik wat schaduw heb gezocht aan de ronde picknicktafel onder de bomen. Daar hoor ik in mijn eigen moedertaal
-Goa’j morgenoamd nog noa de buurvisiete?
-Kweetnie, kheptsodruk, joh dèwujnieweetn!
-Nou, wiezultwèzie
En toen werd het stil 


woensdag 18 oktober 2017


Met Feijenoord naar het consultatiebureau


De deelnemers aan het internationaal wandelvoetbaltoernooi op Papendal laten op zich wachten. Terwijl we wat grappen maken over wandelvoetbal vult de hal zich plots met een grote groep luid lachende en zich soepel bewegende vijftigers. Het kan niet mis, dit zijn ze. Ik ontwaar de logo’s van Club Brugge, van Schalke 04, van nog enkele buitenlandse clubs en van Feijenoord. ‘Geef mij maar Feijenoord’ roep ik en binnen enkele minuten begin ik voor een grappend en grollend gezelschap aan mijn introductie. Ik vertel ze dat we langs een aantal highlights van het Ned. Openluchtmuseum zullen gaan en onderweg ook even de kroeg zullen bezoeken. Dat laatste maakt de stemming nog vrolijker! 
Maar als ik na ons bezoek aan het boerderijtje uit Harreveld vertel dat het een Amsterdamse kroeg is, moeten enkelen toch even slikken. Mijn belofte dat we daarna een ritje met een antieke tram uit Rotterdam zullen maken, vergoedt echter veel. Eenmaal in de kroeg reikt weldra een hand naar een borrelglaasje, maar dat blijkt vastgelijmd. Ik vertel dat hier nog wel eens wat verdwijnt en dat we daarom alles vast moeten lijmen. ‘Tja, die Amsterdammers, vertel ons wat meneer,’ is de reactie. Als even later ‘geef mij maar Amsterdam’ door de kroeg klinkt, wordt het twee mannen teveel, ze verlaten ostentatief de kroeg. De anderen lachen en een enkeling begint zelfs mee te zingen met tante Leen.
Dan gaan we richting tram. Tot hun en ook mijn verrassing meldt zich uitgerekend lijn 12 FEIJENOORD !! Zeventien mannen grijpen evenzoveel fototoestellen, het trampersoneel staat van opzij toe te kijken hoe ze zich als groep pal voor de tram onder het woord FEIJENOORD opstellen voor de groepsfoto.  In de tram vertellen enkele mannen me dat ze zich lijn 12 nog heel goed herinneren uit hun jeugd, dat ze er zelf in hebben gezeten.

Het museum scoort nog meer goodwill als ik ze even later vertel over de juist gesloten expositie Helden aan de bal. Hoe daar was te zien hoe vele doelpunten uit de Kuip (van Coen Moulijn, Willem van Hanegem en anderen) hebben bijgedragen tot de oranjegekte. Als een soort experiment besluit ik het kruisgebouw met ze te bezoeken. Met Feijenoorders naar het consultatiebureau, dat lijkt me wel wat. En ja hoor, verrast door de wijkzuster, de man in bad, en de andere poppen komt het tot een heel gesprek over het belang van de kruisvereniging. Deze 50 plussers weten zelf nog van het bezoek aan het badhuis, van TB-krasjes, van het lenen van bedklossen en ondersteken. Een paar keer hoor ik: ik vind het hier wel interessant. En iemand zegt: ‘wat hebben ze dit verdomd goed nagemaakt’, waarop ik voor de derde keer vertel dat alles in het museum echt is en geen namaak!
In de Tilburgse huisjes komen ze daarna ogen te kort. En passant zegt een duivenliefhebber wel te kunnen voorzien in de blijkbaar ontvreemde duivenklok. Natuurlijk gaan we nog langs de brouwerij, (hun volgende wedstrijd zal pas morgen zijn), en daarna nemen we als echte vrienden afscheid in Budel. In de beslotenheid van dat boerderijcafé vraagt de aanvoerder een applaus voor de gids. Het klinkt alsof ik in De Kuip sta! 

zaterdag 23 september 2017


Dan ga je maar dáár wonen


Vol goede moed stel ik me op bij het startpunt rondleidingen op het entreeplein. Even later tel ik een dertiental mensen om me heen. Ze komen uit Numansdorp, uit Amsterdam, Hendrik-Ido-Ambacht en Dieren. De familie uit Numansdorp vraagt of hier een molen uit Numansdorp staat. Dat komt goed uit, want ik ben van plan langs een paar molens te lopen.  We begeven ons richting Stolpboerderij. De hoogte van de hooitas blijft indrukwekkend, de als statussymbolen bedoelde kaaspersen baren opzien en als ik tot slot een foto van broer en zus Van Diepen laat zien voor hun stolp-in-verval dan begrijpt ieder dat de geschiedenis nooit statisch is geweest.  Dat wordt wel helemaal duidelijk als ik bij de poldermolen mijn kaart van Nederland weer eens weer tevoorschijn haal, voor de helft blauw ingekleurd, want gelegen beneden de zeespiegel. Die voorvaderen van ons (met toepasselijke namen als Leeghwater!) vormden toch een nijver volkje! En dan komen bij de zaagmolen de mensen uit Numansdorp aan hun trekken. De molen kon op één dag wel 70 bomen verzagen tot 280 planken! Dat is echt iets anders dan met z’n tweeën bomen zagen met een trekzaag! Ik vertel over het belang van hout voor de groeiende Hollandse steden toentertijd en voor de schepen van de VOC. Maar naderhand bedenk ik dat ik natuurlijk iets had moeten zeggen over de laatste eigenaar dhr Verboom en zijn molenaar ene meneer Hoeve. Diens weekloon bestond uit 14 gulden en gratis brandstof.  Wellicht zijn die familienamen nog bekend in Numansdorp. Stom van me, een gemiste kans, en we worden nog wel zo op de I-ask methodiek gewezen!
In Staphorst zit de gastvrouw ijverig te stippen. Ze krijgt veel belangstelling. Ze vertelt dat dit Staphorster stipwerk tegenwoordig wordt toegepast op de lingerie die je ziet op de catwalk in Parijs. Topjes met dit stipwerk blijken helemaal in te zijn, en er lopen ook heren met stipwerk op hun boxershort. ‘Dat wist je niet hé?,’ zegt ze tegen me. Inderdaad, dat wist ik niet, maar hoe weet zij nou dat ik niet op de hoogte ben van de nieuwste trends op lingerie-gebied? Dat moet ik haar toch eens vragen.
In de kroeg van tante Stien vertelt een bezoeker me na het beluisteren van Johnny Jordaan, Tante Leen en Willy Alberti in onvervalst Amsterdams dialect : ‘die gasten kwamen bij ons in de  zaak muziek halen’. O ja? Welke zaak? ‘De Sound Shop, van mijn opa en mijn vader, de zaak bestaat nog meneer!’
Die avond vertel ik mijn vrouw dat het helemaal in is om topjes te dragen met prachtig stipwerk. Ze kijkt me aan met iets van: hoe weet jij dat nou? Ik mompel iets over de missie van het museum: het dagelijks leven in al haar facetten. Nou, zegt ze, als je dat ondergoed wilt dan ga je daar maar wonen…


zaterdag 26 augustus 2017

Een lesbisch stel in het hooiland

We gaan een eind terug in de tijd, zegt Peter, en we zitten aan de keukentafel. Nou ja, keukentafel? Misschien hebben we geen aparte keuken, want we leven nu in de 19e eeuw, maar we zitten wel aan tafel en we hebben geen mobieltjes en ook geen tablets. En lang niet alle kinderen kunnen naar school want kinderen moeten meewerken om geld te verdienen. Dan legt hij het spel uit.
Eerst moeten de ouders beslissen of ze kinderen naar school laten gaan, als gezin zullen ze dan minder verdienen. De meeste ouders besluiten één kind naar school te sturen, maar ik zie ook een gezin dat de eerste dag alle kinderen laat meewerken. Vervolgens zie ik de families – merendeels op slippers! – driftig in de weer met ploegen en eggen, en dat is pittig kan ik u verzekeren! Het gezin dat alle kinderen laat meewerken heeft pech: pa heeft zijn arm gebroken, ik zie hem met een grote mitella om de nek redelijk vruchteloos met een eg in de weer! Als er uitbetaald wordt benadrukt Hajna dat al het geld aan de moeders gegeven moet worden want vaders mogen er niet mee naar de kroeg!
Terug naar de keukentafel in de boerderij (plaats van handeling is het museumboerderijtje uit Beltrum). Daar krijgen ze nieuwe instructies en Hajna vertelt doodleuk tegen een gezin dat net besloot dat alle kinderen naar school te sturen dat er een baby is geboren! Oef, dat zorgt voor complicaties! Moeder is hard nodig op het land vanwege haar financiële inbreng. Dus moet een van de kinderen thuisblijven om voor de baby te zorgen. De babypop is echter zo levensecht dat het andere kind het op een krijsen zet: ze wil net als haar zusje ook voor de baby zorgen!  Pa en ma proberen uit te leggen dat ze toch echt naar school moet, dat dat belangrijk is vanwege de centjes later. Het is een hard gelag.
Twee dames met een jongetje van een jaar of zes hebben zich dan al openlijk bekend als een lesbisch stel. (Ik vind dat best bijzonder, zo midden 19e eeuw op het Achterhoekse platteland, maar dit terzijde) Ze blijken even later tot hun stomme verbazing ook een baby te krijgen. ‘Hoe kan dat nou’? vraagt de oudste. Het blijkt dat meneer pastoor is langs geweest. De oudste besluit grootmoedig ervoor te zorgen, de ander zal nu samen met de zesjarige jongen genoeg moeten zien te verdienen. Er wordt trouwens nog een gezin met een baby verblijd. Tja  de 19e eeuw was kinderrijk. Evenzovaak wordt de schoolgang van een van de kinderen er door bemoeilijkt.
Als we het hooiland betreden vraagt het lesbisch stel mij of hier veel teken zitten. Och zeg ik, wij zitten hier in de 19e eeuw, dat wordt pas over twee eeuwen een probleem. Ze neemt er genoegen mee.
Tijdens het bonen lezen zie ik een van de moeders met een half afgepleisterde bril op haar neus. Een geval van oogontsteking, wel zielig maar gelukkig verdient een kind dat onderwijs heeft genoten nu al wat extra. 
Aan het eind van het spel blijkt het gezin waarvan vader de arm had gebroken één cent over gehouden te hebben. Achteruit geboerd dus, maar ze hebben wel een kind naar school gestuurd. Peter zegt, ‘tja misschien voelen jullie nu je maag maar omdat er een naar school is  geweest wordt die in de toekomst misschien wel opzichter en dan verdienen jullie toch wat extra!
Een ander stel heeft vier cent bijverdiend en zegt hoopvol dat straks alle kinderen naar school kunnen.
Aan het eind zeg ik tegen Hajna dat ze bepaalt niet het saaiste baantje in het museum heeft. O nee, zegt ze, ik vind het heel leuk om te zien hoe de gezinnen omgaan met de dilemma’s die we voorschotelen. En soms gaan ze echt heel erg de diepte in! En dan besluit ze ‘ik ben echt heel blij dat ik dit doen mag’.

Die woorden blijven bij me hangen . Wat leuk als je zo recht uit je hart over je werk kunt spreken! 

zondag 13 augustus 2017


Week 32

Het was de week van de Oranjevrouwen. Ze zijn kampioen!  En passant is deze week damesvoetbal vervangen door vrouwenvoetbal. Jammer, ik vind damesvoetbal veel leuker klinken dan vrouwenvoetbal. Ik begrijp het ook niet goed, want volgens mij is ook vrouwenvoetbal echt niet genderneutraal. Of heb ik iets gemist, liep er toch een vent tussen?
Het zal wel komen door de N.S en andere verlichte ondernemingen die dames en heren als aanspreekvorm taboe hebben verklaard.
En het was natuurlijk ook de week van Daphne. Ze prolongeerde haar wereldtitel op de 200 meter. Zelden eerder vertoond! Grote klasse! Iedereen onder de indruk: dames, heren, hetero’s, lesbiennes, homo’s, transgenders, biseksuelen, autochtonen en mensen met een migratie-achtergrond, iedereen zat bij haar laatste meters op het puntje van de stoel. (Dus als over 25 jaar wordt gevraagd waar was je dan luidt het antwoord massaal : op het puntje… maar dit terzijde)
En we hadden Ranaomi. We noemen haar meestal Kromo. Ook over haar alleen maar superlatieven. Ze zwom opnieuw wereldrecords! Al jaren is ze in haar eentje boegbeeld van het Nederlandse zwemmen, en ze beloofde, ook deze week, om nog even door te gaan.
Zijn er dan alleen maar dames? Nee, nee, gelukkig hebben we ook nog Tom Dumoulin! Hij is nog steeds in topvorm, won deze week de BincBank tour. Voorwaar een prestatie van formaat: zoveel weken na de Giro nog steeds in topvorm!
En voor wie niet in sport geïnteresseerd is had deze week uiteraard ook veel te bieden.
Om maar eens iets literairs te noemen bijvoorbeeld: mijn boekje blijkt, geloof het of niet, zo goed als helemaal uitverkocht! Wie nu nog een exemplaar wil moet echt snel zijn, de uitgever (boekhandel Jansen & de Feijter in Velp) heeft nog drie exemplaren!
En dan waren er deze week natuurlijk ook de dreigende uitlatingen van Trump en Kim Jon-un. Als het niet zo onheilspellend was zou je denken dat het gaat om de ultieme finale van een wedstrijd ver-plassen tussen twee dinosaurussen met de Noord-Koreaanse nieuwslezeres als verslaggeefster.


maandag 10 juli 2017




Last minute 

Op weg naar museumpark Orientalis hoor ik op de autoradio dat Geesink erbij betrokken is en dat iemand van de emiraten op het asfalt ligt. Ja, u leest het goed. Orientalis, Geesink en iemand van de emiraten. Dat behoeft enige uitleg.
In tijden van het rijke Roomsche leven – zeg tot 1950 – had je de Heilig Land Stichting, een devotiepark voor vrome katholieken. Je waande je in het heilige land, maar dan voor een prikkie. Toen ontdekten we dat Jezus een Jood was en dat zijn hele Roomse, Oosterse en Lutherse gevolg tot de knieën in de Joodse grond stond. ‘De Landstichting’ zoals de volksmond zei, werd met dank aan de sympathieke bisschop Bluyssen omgevormd tot Bijbels Openluchtmuseum. Inderdaad, de sympathieke bisschop Bluyssen. De tijden mochten dan roerig zijn, er waren nog bisschoppen die sympathiek gevonden werden. En toen de bisschoppen niet meer sympathiek waren kwamen de gastarbeiders. Niet dat het een met het ander te maken had, maar het viel zo samen. Die gastarbeiders brachten de Islam mee en van het een kwam het ander. We ontdekten potverdorie dat ook de Islam met beide benen in de Joodse grond staat en een soort halfbroer van het Christendom is. Tijd voor weer een verschuiving: het Bijbels Openluchtmuseum werd Museumpark Orientalis, een museum over het ontstaan van de drie monotheïstische godsdiensten. (Dit keer niet dankzij maar ondanks een bisschop, maar dit terzijde). En dat museumpark met haar Joods dorp, haar Mythrastempel, haar vroeg christelijk kerkhuis, haar Arabisch dorp, haar Egyptisch huis vol hiëroglyfen en nog zoveel meer, dat park vind ik razend interessant. Sinds kort geef ik er rondleidingen, ook vandaag.
En de emiraten? Die hebben hier niets mee van doen. Hoewel, het sultanaat Oman dat het Arabisch dorp in het museum mede financierde, er wel een beetje in de buurt komt.  Nee, de emiraten waar Radio Tour de France het over had, dat is gewoon een van de professionele wielerploegen. Een van de renners uit die ploeg kwam wat onhandig ten val en dat koste Geesink een rugwervel. Het kan verkeren als je zo dicht op elkaar rijdt.
In de Romeinse herberg tref ik mijn Belgisch-Nederlands gezelschap dat ik vanmiddag mag begeleiden door het wonderschone museumpark. Ze zullen zich vergapen aan de hiërogliefen van een rotstempel bij Thebe, aan de vroegste ons bekende christelijke fresco’s en aan zoveel meer dat het prachtige museumpark herbergt, maar daarover zal ik nu niet uitweiden.
Nee die autoradio, daar gaat het over. Nauwelijks zit ik weer in de auto of ik hoor over de veldslagen die gisteren en eergisteren hebben plaatsgevonden met hordes vandalen in het Duitse Hamburg. Ik weet niet wat ik hoor. Mijn bloedeigen zus, de onschuld zelve, ze had toch niets kwaads in zin?! Waarom dan die eruptie van geweld? Ze wilde alleen maar haar verjaardag vieren, al maanden geleden afgesproken en voorbereid met haar zoon. Ik hoor verhitte debatten over democratie, over verbittering en kloven in de samenleving. Ik begrijp er niets van. Mijn zus, ze is toch geen BN-er of zoiets? Waar gaat dit over en waar koersen we op af als we niet eens meer een stedentripje mogen maken?
Later die avond kijk ik op de facebookpagina van mijn neefje: blijken Poetin en Trump een last minute naar dezelfde stad te hebben geboekt …



maandag 19 juni 2017


Struggelen

De giro d’Italia kende een rustdag. Ik hoefde dus niet naar het wielerminnende Eurosport te kijken en had tijd genoeg om de heg te snoeien en van onderen te verschonen van zevenblad en klimop dat daar weelderig groeit. Vervolgens nam ik de tijd om mijn dierbaren te besproeien met het water uit de regenton: akelei, vrouwenmantel en teunisbloem, ze reageerden bijna onmiddellijk. Helaas ook het juist geopende vogelmelk, maar dat reageerde door zich haastig te sluiten zodra het water voelde.
Altijd als ik in de tuin bezig ben is er wel iemand die stopt voor een praatje. Zo gaat dat hier, in onze de buurt is men vriendelijk voor elkaar. Deze keer was het Jan die stopte, hij was in zijn witte imkerpak. Hij maakte alvorens af te reizen voor een wandeltocht langs elf (!) Friese steden een inspectieronde langs al zijn volken want je weet immers maar nooit in het ontluikende voorjaar. Zal je zien dat ze net gaan zwermen als hij aan de wandel is. Je moet er niet aan denken!
Hij vertelde me dat het een geweldig jaar wordt voor de wesp. Tenminste, zo werd er gepraat. Er schijnt een ongekend groot aantal wespenkoninginnen te zijn waargenomen. Nou, die leggen tegen de klippen op, dus dan weet je het wel.  Terrasliefhebbers kunnen hun borst nat maken, of liever: hun borst en ander naar vrijheid lonkende lichaamsdelen maar beter bedekken, een wespensteek is immers niet mis!
Hoe dan ook, onze Tom bleef in het roze fietsen.  De Tifosi waren juichend over hem, ze kwamen superlatieven te kort. Gelukkig is Tom een nuchtere vent. Een week later zag ik hem onwennig een houding zoeken op een roze loper tussen duizenden fans in Maastricht. Volgens de verslaggever stond hij daar in zijn eentje te struggelen.
Het schijnt een nieuw woord dat is komen overwaaien. Ineens hoor ik het te pas en te onpas. Er wordt wat af ‘gestruggeld’: politiek Den Haag ‘struggelt’ met de kabinetsformatie.  Ik hoorde dat starters op de woningmarkt ‘struggelen’ als nooit tevoren: wel of niet kopen that’s the question.  Zelfs in mijn rustige dorp dat zelden het journaal haalt  wordt gestruggeld. Bij ons was het de brandweer die ‘struggelde’ met een dikke laag frituurvet op de straten!  Ja, het kan verkeren.  Maar altijd nog beter dan ‘struggelen’ tegen bosbranden zoals in Portugal. zeggen we tegen elkaar.
En dan heb ik het nog niet eens over het ‘gestruggel’ van de Britten met hun Brexit.
Maak de borst maar nat, er zal nog heel wat gestruggeld worden deze zomer!