vrijdag 16 mei 2014


Lopersuitje
Het is zaterdagochtend. Om 7.20 uur ben ik op het station Velp. Denk je na vijf dagen hard werken, zeg maar gerust buffelen, van een rustig weekend te genieten. Mooi niet, dus! Het bestuur van de stichting Bedriegertjeslopers, voor twee derde bestaande uit pensionado’s,  heeft een reisje naar Amsterdam bedacht. En ja, als je daar op een beetje christelijke tijd wilt arriveren dan moet je wel zorgen je troepen op tijd op het station Arnhem bijeen te hebben. Dus niks niet uitslapen vanmorgen, voor de zekerheid heb ik de Sprinter van 7.26 uit Velp gekozen, want met de NS weet je het maar nooit.  De Sprinter arriveert redelijk op tijd. Al vóór ik op de knop kan drukken om de deur te openen kijk in het grijzend gezicht van Erik. Ook een vroege vogel en al lang niet meer gezien. Hé Erik, jij hier? Wat leuk! Hoe is het met je middenvoetsbeentje? Het was toch het middenvoetsbeentje ?
Ja, mijn middenvoetsbeentje.
Heb je er nog steeds last van?
Ja, zegt hij met zijn beminnelijke glimlach, ik kan nog niet hardlopen.
Oh, dat is jammer, en fietsen?
Ja, dat gaat wel. Eerst vond ik daar nooit wat aan. Ik begreep maar niet wat daar leuk aan is om 60 km te fietsen, maar nu vind ik fietsen wel leuk.  En zo keuvelen we verder tot we station Arnhem bereiken.
De koffie smaakt goed op dit vroege uur. Gaandeweg meldt zich de hele groep, het weerzien met de zieken en gehandicapten is allerhartelijkst. Harrie, Corry, Els, de andere Harry, ze zijn er allemaal. Hoe gaat het met jou, Els, ben je al geopereerd?
Ja, zegt ze opgewekt als altijd.
Wat hebben ze eigenlijk gedaan, was het de meniscus waar je last van had?
Ja,  en dan - ik zie aan haar gezicht dat er iets belangrijks komt –: en de chirurg zei dat het kraakbeen (en nog iets dat ik vergeten ben) er nog bijzonder goed uitziet!!
Oh, dus je kunt nog jaren mee?
Zo is dat, zegt ze, haar zegeningen tellend. En zo keuvelend en bijpratend naderen we Amsterdam. Tijdens de oversteek met de fietspond vlucht ik naar binnen. De prullenbak op het achterdek staat in de fik en verspreidt een vieze stank, aan de overkant aangekomen giet iemand er een emmer water in. Zo voorkom je dus een scheepsramp.
Het bestuur trakteert ons op koffie met een goed stuk taart en magnifiek uitzicht over het IJ.  Leuk voor een reisje met de kleinkinderen, denk ik: trein – boot –taart en dan al die trappen hier. Maar voorlopig zijn de beide ukkies nog maar acht, resp. vier maanden oud, ik heb dus eerst nog heel wat rondjes Rozendaalse Veld te lopen!
Wachtend op de rondvaartboot begint het te regenen. Eenmaal binnen zien we alleen maar regendruppels op de ruiten, maar we zitten in elk geval droog. De kapitein geeft af en toe aanvulling op de juffrouw in de recorder: we passeren een heel smal huis en ik leer dat je vroeger belasting moest betalen voor de breedte van je huis. Wat ik ook leer: in de tram moet je elkaar altijd in de gaten houden anders moet je zoals Els, Jan,Harry d V.en een heel stel anderen maar hopen dat de groep zo vriendelijk is te wachten tot je de te ver gereisde afstand te voet terug hebt afgelegd. Zo vriendelijk zijn we natuurlijk wel, even later haasten we ons naar een heerlijke lunch in het Vondelpark. Ook daar heeft het bestuur voor gezorgd!
Het blijft regenen, wat gaan we nu doen? Een rondleiding dus. Zonder morren begeven we ons in twee groepen op pad.  Bedriegertjeslopers laten zich nu eenmaal niet weerhouden door een beetje regen.
Als vakbroeder volg ik met meer dan gewone belangstelling onze gids. Ik zie hoe hij staat te worstelen, zijn hoofd vol gedachten en weetjes die met elkaar strijden om naar buiten te mogen. De arme man heeft het er moeilijk mee. Tja, dat krijg als je tevoren geen duidelijk plan hebt gemaakt, denk ik.  Hij blijkt te weten dat we uit Arnhem komen, en hij laat niet na te uiten dat Arnhem maar een provinciestadje is.  Amsterdam is zijn stad en de rest is voor hem de provincie, zo is mij alras duidelijk. Als ik hem vertel dat er enkele panden uit de Jordaan in het Ned. Openluchtmuseum staan, kijkt hij me niet wetend aan. Hij zegt: het openluchtmuseum is toch een verzameling boerderijen? Daarna komt het niet echt goed meer tussen hem en mij, maar ik gedraag me uiteraard ls een gentleman. Hoewel, Wilma roept me toe: Gerard je loopt er bij als een sjappie. Ik kijk niet begrijpend om en omhoog: dan zie ik dat de wind inmiddels de helft van mijn paraplu vernield heeft. Het mag de pret niet storen. Mijn vakbroeder praat verder over Cuypers hier en Cuypers daar. Hij kickt op architecten, dat is duidelijk. We vertoeven langdurig in de Obrechtkerk, een parel, in geen enkele stijl onder te brengen. Tot mijn verbazing volgt er geen enkele uitleg of toelichting. Misschien gebouwd door een provinciaal? Maar hij heeft nog een verrassing in petto: omdat wij Bedriegertjeslopers zijn voert hij ons naar de fontein achter het rijksmuseum. Inderdaad, leuk en toepasselijk. Maar nu zijn het mijn medelopers die mij verbazen. Als ik mij , uiteraard, even begeef ik in de droge cirkel midden tussen de fonteintjes, heeft alleen Corry het lef dit ook te doen, de rest staat wat onzeker en aarzelend toe te kijken. Maar snel en behendig weten zowel Corry als schrijver dezes weer droog buiten de cirkel te stappen. Uiteraard! Een beetje Bedriegertjesloper kan dit toch!
Tijdens het diner worden twee bestuurders van de stichting gedecoreerd voor wel twintig jaar bestuursactiviteiten. Het personeel van Bar Brouw staat met open mond te luisteren: dat de vader van de baas zo’n maatschappelijke inzet vertoont, daar hadden ze niet het flauwste vermoeden van. De voorzitter verklapt in zijn dankwoord en passant dat Ingrid ook zo’n onderscheiding te wachten staat, maar pas over twintig jaar… Hoe kan hij dat nou weten, vraag ik me af, over twintig jaar? Hoe oud zou de voorzitter dan zijn?
Inmiddels speurt Wilma al weer de hemel af. Ja! daar gaat er een, een KLM. Even later: Ja, weer een! Een KLM. Ze blijft het volhouden, het hele diner. Nooit geweten, vliegtuigspotter pur sang!  
In de trein terug spreekt de conducteur ons, een groepje provincialen in de stiltecoupé streng toe. Of we maar stil willen blijven! We doen ons best, maar we zijn wel samen op schoolreisje, toch? Het gaat redelijk, tot Marinus het niet meer kan houden: het typisch geluid van een onderdrukte slappe lach vult de stiltecoupé.
Terug in de Sprinter vraag ik Erik: hoe gaat het nu met je middenvoetsbeentje?
Nou, ik voel hem wel, maar dat geeft niet, ik ben benieuwd hoe hij morgen reageert, zegt hij met zijn beminnelijke glimlach.
Dit gelezen hebbend zal hij vast wel een voortgangsbericht sturen.


woensdag 7 mei 2014

Het verschil tussen een boerderij en een molen

De tram staat stil. De machinist van dienst legt me uit dat er een nieuw beveiligingssysteem in gebruik is genomen, tenminste, op dit deel van het traject. Hij vindt het maar zozo, je wordt er lui van, vreest hij, terwijl je als machinist altijd scherp moet blijven. We hebben hierover een interessant gesprek ondanks het uitdrukkelijk gebod om niet met de machinist te spreken. Maar ja, als je toch stil staat.
Bij de vanmiddag te openen watersnoodwoning is het stervenskoud. Ooit was het een geschenk van de regering van Noorwegen, die schonk er ruim 300!  Nu valt nog niets te beleven. Enkele mensen van omroep MAX staan diep in hun jas gedoken, te wachten op wat komen gaat. Zo te zien geen ongewone ‘activiteit’ voor hen, ze staan er als ervaren wachters.
Ik loop door naar de Jaknikker, ook een nieuwe verworvenheid die nog geopend moet worden (voorzover je een Jaknikker kunt ‘openen’),  kruip onder het geblokte lint door en maak enkele foto’s. In Drenthe ben ik er wel langs gefietst maar pas nu merk ik hoe hoog zo’n ding is. Het paardenhoofd (hoewel, in het Engels is het een ezelshoofd) zweeft vele meters boven de grond. Dit ga ik nog eens opnieuw bekijken als hij daadwerkelijk aan het knikken gezet is.
Op mijn terugweg blijf ik even staan op de ophaalbrug en kijk naar de poldermolen. Vanmorgen ben ik er met enkele collega’s bovenin geklommen. Bijzonder hoor, steile ladders  op, een luik door en dan met een vijftal collega’s (meer ruimte is er niet) op de bovenste zolder onder de kap. Dit een bovenkruier, dus als je hem op de wind wilt zetten kruit alleen de kap. Heel anders als de zaagmolen even verder op , daar draait het hele molenlichaam mee op houten rollen,  dus alles loopt op rolletjes!  (En de radmaker heeft me laatst verteld dat die rollen allemaal zijn gemaakt in onze eigen radmakerij!) Je ziet ze overduidelijk liggen net onder het molenplatform. De molen mag niet al te lang stilstaan want dan worden de rollen ingedeukt (vierkante wielen, het bekende NS-probleem!)
Vanmorgen stonden we dus bovenin de poldermolen. We kregen aanschouwelijk onderwijs. Collega Bart liet ons zien dat de kap, als de molen op de wind wordt gezet,  in een ringvormige sponning met een viertal  voeghouten loopt. Ik ben onder de indruk van die ambachtsmensen van vroeger. Knapper, veel  knapper dan ik ooit van mijn levensdagen zal worden! En dan het geklauter van die mannen die werkten in zo’n bouwwerk . Die moeten een conditie gehad hebben! Beter, veel beter dan wij rondleiders van al onze levensdagen ooit zullen hebben. (Die enkele sportieve uitzondering in ons gilde natuurlijk buiten beschouwing gelaten.)
Collega Bart heeft ons nog wat geleerd. Binnen in de molen liet hij zien hoe het sterk schuin naar beneden liggende riet aan de daklatten is vastgenaaid. Heel anders dan het riet op de nabijgelegen Staphorster boerderij.  Kijk maar, zei hij terwijl hij door het kleine raampje wees, je ziet hoe dat er bovenop ligt en met een draad of houten tenen (van wilgen) wordt bijeengehouden. ‘Dat is nu het verschil tussen dekken en naaien. Een boerderij wordt gedekt en een molen wordt genaaid’! Toen liet hij, geroutineerd als hij is, even een pauze vallen. Ik verwachtte onmiddellijk een aantal verdiepende vragen. Maar niets van dat al, louter gelach.
Wat ik nu maar zeggen wil: denk vooral niet dat wij rondleiders allemaal verdieping zoekende Jan-Willems zijn, integendeel, ook onder ons zijn er vele louter amusement zoekende Miranda’s !



dinsdag 22 april 2014


De Pelgrim
Ha, u bent er! Welkom! Kom binnen!
Een week eerder had ze gebeld. Ik was bijna vergeten dat we op een lijst pelgrims voor pelgrims staan. Slechts eenmaal eerder heeft zich iemand gemeld om te overnachten. De meeste wandelaars of fietsers die vanuit Noord Nederland naar het verre Santiago trekken vlgen eerst het Pieterpad, 60 km oostelijker van ons. Zij niet dus. Om kwart voor vier staat ze voor de deur. Op haar rugzak zie ik een grote schelp en het vignet van het Nederlands Genootschap van St. Jacob.

Zal ik mijn schoenen maar buiten laten staan?
Hulpvaardig neem ik haar rugzak, even later staan we wat aarzelend  tegenover elkaar in de keuken. Wat is dit voor iemand en waar kom ik vandaag terecht, taxeren elkaar. Maar, zoals gebruikelijk bij Santiago-gangers, het ijs is snel gesmolten. Hoe ging het vandaag? Welke route heb je gelopen, waar heb je vannacht geslapen, wanneer ben je vertrokken en dat soort vraag-en-antwoord spel.  Binnen tien minuten liggen de routeboekjes al op tafel en zijn de aarzelende beginner en de ervaringsdeskundige in geanimeerd gesprek.
Ja, een beetje jammer, die Duitstalige route, maar de Nederlandse uitgave hadden ze niet. Even kijken, ach, die heb ik hier, nou dan ruilen we toch want ik gebruik dat boek toch niet. En zo is vóór het eerste kopje thee de eerste transactie al gesloten!
Ze vertelt dat het best wel een beetje moeilijk is, zo alleen op pad. Gisterenavond in het bed en breakfast kamertje was het koud geweest, ze had niet zo goed geslapen, en vandaag alleen door die bossen, kortom: het is eigenlijk best wel een beetje alleen. 
O ja, zeg ik, als ervaringsdeskundige, ik kan het me helemaal voorstellen, de gevoelens van de eerste dagen .  Dat heeft iedereen, dat had ik ook,het komt vanzelf wel. Welke route ga je volgen?
Ze toont me een helemaal, van dag tot dag voor 90 dagen uitgeschreven loopschema met bijbehorende afstanden!
Dat is mooi uitgekiend zeg ik, en steeds zo rond de 20 - 25 km.  En dan probeer ik wat te relativeren.  Heel goed dat je dat zo gedaan hebt, dat doet iedereen, maar bij iedereen loopt het toch een beetje anders, dat zal bij jou ook wel zo gaan. Probeer het maar niet allemaal vast te leggen,laat het maar op je af komen.
Ze vertelt dat het de bedoeling was geweest samen met haar man te lopen maar hij is ziek geworden en kan nu niet lopen. Maar je moet wel gaan!, had hij gezegd. Toch voelt het niet lekker, hij ziek, zij van huis weg nu. Ze hebben veel gelopen samen. Hij altijd met het routeboekje, hij wist altijd precies waar ze zaten, ik volgde hem altijd gewoon, en nu moet ik het allemaal zelf kunnen. Het valt me eerlijk gezegd niet mee hoor. Gisterenavond had ze hem gebeld en ook vanmiddag nog. En later die avond nog een keer en zal ze vertellen dat ze zich helemaal thuis voelt nu ze er zo over kan praten.
We praten over de camino, over gevleugelde woorden loslaten, openstaan voor wat op je af komt, het maar te nemen zoals het komt, en: alles wat je thuis laat is meegenomen. De camino is één grote oefening in deze deugden, zo weet ieder die naar Santiago trok uit eigen ondervinding.
Ze begrijpt het wel, maar , zegt ze: nu ben ik nog helemaal niet los, ik ben steeds met thuis en met mezelf bezig. Het zal wel komen misschien en ik kan natuurlijk ook stoppen als ik in Vezelay kom bijvoorbeeld. Ik zie haar hardop denken, wikken en wegen. En vooral: worstelen, deze eerste dagen van wat bedoeld is als een tocht van drie maanden over 2600 kilometer.  Ik herken het maar al te goed, ik vroeg me de eerste dagen ook af waar ik aan begonnen was. Maar gaandeweg zak je in het nu. Ik hoor Marian zeggen: Gerard zei altijd vandaag hoef ik alleen maar tot Culemborg (eerste dag). Inderdaad, dat is een van mijn grote ontdekkingen geweest.
We kijken wat naar the passion op TV en praten onderwijl over de camino. Overmorgen zal een vriendin uit Limburg haar tegemoet komen en zullen ze enkele dagen samen lopen. Later komen er anderen een stukje meelopen, en in België misschien haar man. Ik ken de verhalen over meelopend thuisfront, dat vaak geen idee heeft van de wereld van de Santiago-pelgrim en voor wie het aangewende ritme helemaal vreemd is. Maar dat vertel ik niet.  Ze kijkt er nu naar uit, het helpt in de eerste moeilijke fase.
Tevreden zoekt ze haar kamer en de volgende ochtend blijkt ze een prima nacht te hebben gehad. Ze heeft manlief al gebeld en besluit de eerste kilometers tot de markt in Arnhem mee te liften bij Marian in de auto. Manlief had gezegd: nu al in de auto, doe je dat echt? Maar wat kan mij dat schelen, zegt ze, dat scheelt toch mooi een stukje? Tuurlijk, zeg ik, iedereen gaat zijn eigen camino. Er zijn zoveel camino’s als er mensen zijn op de camino.

Toch benieuwd of er in augustus een kaart uit Santiago komt!

vrijdag 18 april 2014

Geen Nederlands en geen Engels

Weet u dat een onderzoeksbureau heeft uitgedokterd dat er wel acht mentality communities te onderscheiden zijn?  Het is echt waar, en twee ervan zijn van groot belang voor het openluchtmuseum, te weten: de hoogopgeleide, scherpzinnige verdiepingzoekers en de impulsieve amuseerders. Omdat deze omschrijvingen niet lekker bekken  heeft het museum ze gepersonaliseerd als resp Jan-Willem en Miranda. Mijn lezers zijn uiteraard allemaal Jan-Willems, maar dit terzijde.
Jan-Willem bezoekt alvorens naar het museum te komen eerst de website en verkent de achtergronden, zodat hij vrouw en kroost net iets extra’s kan bieden en Miranda is in de leesportefeuille bij de kapper steeds op zoek naar events, zo hoorde ik tijdens een voorlichtingsbijeenkomst. Jan-Willem staat voor de waarom-persona’s en Miranda voor de must sees.
Toen ik dit thuis aan Marian vertelde, zei ze: ‘het is geen Nederlands en het is geen Engels, maar het bekt wel lekker’. En zo is dat. Ik ga weer lekker bekken dit seizoen want – zo is ons gezegd - het is belangrijk om levend te presenteren. Dat geldt als een van de ijkpunten in mijn functiehuis rondleidingen. Functiehuis? Ja zeker, functiehuis, denk maar niet dat alleen de ambachtsmensen in het museum hun meesterstuk moeten kunnen, nee dat moeten ook wij, rondleiders.
Ons werd tijdens de voorlichtingsbijeenkomst op enthousiaste wijze wel een half uur lang een visioen geschilderd van de nabije toekomst, want er gaat veel veranderen. Het eindigde heel verrassend met :  als je het gezien hebt dan is het heel spectaculair, kortom: veel geluk,plezier en succes! Nou, aan mij zal het niet liggen, het  applaus klatert nog in mijn oren.
Ik hoorde ook over interessante nieuwe projecten van de afdeling educatie, ik popel om kennis te maken met de vrijwilligers van Stichting Welkom in Andersland, en om een andere taal te leren bij de Chinees. Dat moet wel een héél  andere taal zijn, ongetwijfeld hét museummeesterstuk van functiehuis educatie! Ik begreep dat er ook iets is waar veel handsome dingen in zitten en dat de kinderen van Miranda en Jan-Willem gaan bouwen met vrije inloop. Nou, dat zal Jan Willem toch zeker even gaan goochelen!  
En alsof dat allemaal nog niet dynamisch genoeg is staat ons ook nog de Canon van de Nederlandse Geschiedenis te wachten, voortaan kortweg: ‘De Canon’.  Denk hierbij vooral niet  aan de canon van de heilige schrift want voordat je het weet heb je dan ook nog allerlei apocriefe canonvensters en dat willen we natuurlijk niet. Niet voor niets wordt er gewerkt met  een projectleider en een art-director . Het team is al een eind op weg met een vlekkenplan en storelines, een conceptmaker en iets dat klinkt als moodbord. Ik moet bekennen dat ik het even niet begreep, maar het troostte me dat mijn buurvrouw Anneke het ook niet precies begreep. Wel begrepen we dat geprobeerd wordt de beste prijs naar binnen te krijgen. Kijk, daar is geen woord Chinees aan, toch?  
Er wordt hard gewerkt om de canon zowel leuk (Miranda) als interessant (Jan-Willem) te maken. We gaan ze laten zien wat gewone mensen die zaten te prutsen met hun kinderen en met koeien meekregen van de Grote Geschiedenis. Nou, denk ik: als dat geen must see is!
Alle bezoekers krijgen een polsbandje, en terwijl ze zich door de canonvensters bewegen functioneert dat bandje als hun geheugen. Het is zoiets als de klantenkaart van Albert Heijn, het onthoudt al hun likes en geeft ze tips op maat.  Miranda denkt dat ze kiest, maar in werkelijkheid wordt ze ….(Nee, fluistert buurvrouw Anneke , nu concludeer je te snel.).
En gaat HollandRama , onze unieke theaterweergave van onze geschiedenis, dan verdwijnen, wilde iemand weten. Ja, dat gaat verdwijnen. Maar we krijgen wel heel veel terug, met veel hightech en snelle loops. Boven ons komt een spannend ding, een machine die steeds de geschiedenis laat tikken, we gaan van boven Nederland zien met polders en water, en het Nederland van vroeger ontmoeten we in één grote interactieve wand , ja zelfs  een heel groot aquarium… Weer kijk ik naar buurvrouw Anneke: dat is voor tijdelijke tentoonstellingen fluistert ze. Maar er komt ook een speltafel met  spelletjes van allerlei soort die ook sterretjes op de website opleveren. En met het polsbandje kunnen we films triggeren. Ik begrijp dat we connectie gaan maken met een soort cloud , een platform als nu.nl zodat het gezin van Jan-Willem, maar natuurlijk ook buurvrouw Anneke en ik als verdieping zoekende rondleiders, kunnen binnenhalen wat er overal is.
Over twee jaar moet het klaar zijn en dan moet echt iéderéén weten dat hier de canon is al moet het door een stuk van het gebouw uit te zagen!

Aan mij, en aan mijn buurvrouw van zojuist zal het niet liggen. Laaiend van enthousiasme gaan we beginnen, want .. 2016 is eerder dan je denkt! 

donderdag 3 april 2014


De directie loopt niet, Suzanne wel
Hardlopend Nederland spoedt zich in groten getale naar het museum voor het Rondje Nederland. Het is dit jaar nadrukkelijker dan ooit gepromoot als een mooie loop, eentje die je niet mag missen. Dat gaat dus ook niet gebeuren.
Al ruim een uur vóór het startsein sta ik onder een boom naast mijn fiets te schuilen,  en even  later als er geen boom in de buurt is word ik getrakteerd op de eerste echte hagelbui van deze winter. Toegegeven, sinds drie dagen is het lente, maar deze maartse bui trekt zich daar niets van aan. Mijn hardloopschoenen zijn al doorweekt als ik mijn fiets in de fietsenberging zet. Ik ben niet bepaald amused, maar dat verandert  als ik in het hoofdgebouw Suzanne ontwaar. Suzanne is - als een van de weinige museummedewerkers, maar dit terzijde - een onmiskenbaar looptalent, zo heb ik eerder al eens kunnen constateren.
Ha Suzanne! Jij doet ook weer mee? Wat ga je lopen vandaag?
Vandaag de tien.
Mooi, dat kun je makkelijk, maar het is een pittig parcours hoor, zeg ik, terwijl we afdalen naar beneden, het museum ligt nl. in de meest letterlijke zin op De Waterberg , in heel Nederland bekend vanwege het naastgelegen knooppunt van de A12 . Ik attendeer haar op op twee lange gemene stukken in het parcours. Het zal geen makkie worden.
In  het entreegebouw (dat ligt dus beneden) is het een drukte van belang. Zelden heb ik er zoveel mensen opeen gepropt gezien. Vandaag fungeert het als inschrijfbureau, omkleedruimte, koffiehuis én schuilplaats tegen de regen.Vele honderden mensen staan er opgehokt en proberen zich door elkaar heen te wringen. Voor de medewerkers van de Entree een mooi begin van het nieuwe seizoen dat morgen van start zal gaan.
Tijdens het warmlopen zie ik  de directievoorzitter met een bekertje koffie ter hoogte van de rosoliemolen uit Zieuwent. Ik stel een retorische vraag: He, loopt de directie vandaag niet mee? Even kijkt hij ietwat verbouwereerd en antwoordt dan: Nee, de directie loopt niet. Wat mij betreft eentje om te onthouden, een formulering die zich bij feesten, jubilea en reünies dankbaar laat hanteren. Spelend met die formulering begeef ik me naar de start. 
Suzanne laat zich niet ontdekken in de meute. Ze moet er ergens staan, maar ik zie haar niet, evenmin als enkele anderen want er moeten nog een paar collega’s meelopen, heb ik gehoord.
Koud 300 meter na de start, nog tijdens het stuk vals plat tussen de witte boerderij en de achteruitgang begint het te regenen. Tijdens de afdaling richting A12 als we langzaam weer controle over de adem krijgen, staat er iemand te plassen tegen een boom. 70 Euro roept iemand. De plasser plast onverstoorbaar verder, gefocust noemde Bert van Marwijk dit.
Op de zandpaden in het bos is het oppassen geblazen. Ik moet focussen op de vele boomwortels, stukken modder en plassen. De meute is doodstil, individueel overleven is het nu het motto. Waar zou Suzanne zich bevinden? Geen idee. Ik heb koude handen en natte voeten. Gelukkig staat er een drankpost bij de radmakerij uit Winterswijk. Dankbaar enkele flinke teugen en dan verder. Opnieuw dat lange zware stuk omhoog langs kwekerij en Budel (Brabant). Het begint te hagelen, op enkele stukken in het bos kleurt het aan beide zijden van het parcours wit. Met koude vingers probeer ik al glibberend en hollend mijn bewasemde brillenglazen schoon te vegen, een operatie die ik meermalen moet herhalen. De dijk bij Varik (Betuwe) ben ik me de tweede keer niet echt bewust. Wel het vals plat een eindje verder. Bij Beerta (Groningen) realiseer ik me dat ik inmiddels Midlum (Friesland) ongezien gepasseerd ben. Is dit ook focus of uitval door vermoeidheid, of flow?  Hoe dan ook, ik vervolg mijn tocht terwijl mijn brillenglazen weer beslaan. Het lukt me nauwelijks op de bocht bij de Molukse Barak links de schaapskooi uit Ede in het vizier te krijgen. Het is winter in het openluchtmuseum, dampend en zwoegend nader ik de finish. In de bocht bij Harreveld , terwijl ik mijn best doe om kwiek en sterk-ogend te finishen, moedigt een onverlaat me aan: hup opa ..!

Van je collega’s moet je het hebben! 

dinsdag 18 maart 2014


Het Varken

Ik ga even kijken bij het restauratiewerk in de Staphorster boerderij. Het zal ergens in augustus-september zijn geweest. De restaurateurs zijn in serene rust uiterst geconcentreerd bezig met de verf in de tredmolen. Ik vraag of het bijzonder is. Nee, zegt een van hen, goedkope verf, gewoon huisvlijt. Er is gewoon wat beenderenlijm gebruikt.
En dat gebruikt u nu ook, vraag ik. Ja, zegt hij, en toont me zijn jampotje met lijm, gewoon konijnenlijm.
Een konijn vermalen tot lijm…
 Ik denk dat ik even verbaasd heb gekeken als Monique en Arthur – ik schreef al eerder over ze – toen ik ze vertelde dat vogeltjes werden gevangen om te worden opgegeten.
En de zwaarlijvig, rijkelijk getatoeëerde man die ik eerder deze zomer aantrof bij het varken in Kadoelen. Toen ik vertelde dat het dier wellicht in oktober zou worden geslacht, toonde hij zich één bonk verontwaardiging. Hoe wij dat in ons hoofd haalden, of we ons niet schaamden, vroeg hij me, terwijl zijn dochter aandachtig luisterde. Zo’n dier opeten… Nog zie ik hem staan, wijdbeens, zijn ene arm stevig in zijn zij gepoot, de andere met tatoe en al zwaaiend in de lucht. Ik probeerde het gesprek te verleggen naar de vleeswarenafdeling in de supermarkt, maar nee, dat was heel wat anders.
Zo erg was het niet met mij gesteld in Staphorst, maar het raakte me toch even. Ik had er nooit bij stilgestaan: lijm van dieren… 
Thuis gekomen heb ik nog even gegoogeld op beenderenlijm. En jawel hoor: gebruikt bij de bouw en reparatie van muziekinstrumenten als viool, piano en kerkorgel. En bij restauratie van antieke meubels. Daarnaast ook wel gebruikt als inferieure gom bij postzegels. Onwillekeurig moet ik eraan terug denken dat mijn postzegels zo dikwijls los zwierven door mijn album… Had ik dat toen geweten, had ik waarschijnlijk nooit postzegels gespaard!
Bij lezing van het intern communicatieblad van eind januari  moest ik terugdenken aan de ontmoeting met die boze man. Ik las dat twee varkens van 200 kilo helemaal tot worst waren gedraaid én opgegeten. De conclusie luidde: we kunnen wel 10 varkens van 200 kilo tot worst maken want ze vlogen de kantine uit!
Leuk om te lezen dat de vroegere bewoners van onze boerderijen en het huidig museumpersoneel niet zoveel van elkaar verschillen!  Misschien is het iets voor een tekstbordje bij het varkenskot, het leidt ongetwijfeld tot boeiende gesprekken!

  

donderdag 27 februari 2014

Een roofoverval
Knooppunt Waterberg bij Arnhem geniet landelijke bekendheid vanwege de files. Het knooppunt ontleent haar naam aan het vroegere landgoed De Waterberg. Dat landgoed heeft nooit goed willen gedijen. Niet toevallig heet de naast gelegen wijk van Arnhem ‘Alteveer’, lees: al te ver. Het was blijkbaar onbegonnen werk om kruiwagens met mest helemaal tot daar te brengen. Rond 1900 waren de toenmalige eigenaren dan ook blij dat ze een deal konden sluiten met een stichting die op zoek was naar een terrein om in Nederland naar Scandinavisch voorbeeld een openluchtmuseum te beginnen. Eén gebouw stond er al: de boerderij die hoorde bij het voormalig landhuis. De pachters konden gewoon blijven wonen. Waarschijnlijk de eerste boeren die ‘boerden’ in een museum! Het witte boerderijtje staat er nog steeds,  als naaste buur kreeg het een papiermolen en in later jaren een Rietveld-vakantiehuisje. (Ik denk dat de boer het maar een-huisje-van-niks gevonden zal hebben, maar dit terzijde.)  In een bijgebouw werden een Hindeloper stijlkamer en een grutterij ingebouwd.
Tegenwoordig is de boerderij in gebruik als dienstgebouw. Het heeft dus de hele honderdjarige geschiedenis van het openluchtmuseum meegemaakt. Haar bewoners zijn goeddeels vergeten. (Met dank aan de slag om Arnhem waarbij een groot deel van het Arnhemse bevolkingsregister verloren is gegaan.)
Onlangs werd mijn belangstelling gewekt toen ik las dat de boer nog vele jaren na de oorlog op de boerderij, dus in het museum is blijven wonen. Daar moest ik meer van weten. Het is immers te gek voor woorden dat ik hele verhalen vertel over de bewoners van allerlei panden op het terrein, maar niet de bewoners van onze eigen boerderij ken!  Wat blijkt: nog bijna 20 jaar na de oorlog hebben hier de broers Lodewijk gewoond. In 1958 is Jan Lodewijk overleden. Johannes bleef er wonen en werd enkele maanden later het slachtoffer van een nachtelijke roofoverval waarbij de goede man behoorlijk is toegetakeld. En dat in ons zo vredig openluchtmuseum!! 
De komende zomer heb ik dus de bezoekers een interessant verhaal te vertellen. Daar staande onder de bomen, dezelfde bomen die ook de gebroeders Lodewijk van schaduw voorzagen, zie ik me al een spannend verhaal vertellen over twee rovers sluipend naar de deur van de boerderij… Aanschouwelijk onderwijs over waarden en normen in optima forma! En ik zal vertellen over de bommen die hier zijn gevallen en die de molen hier naast nog danig schade heeft toegebracht. Ik zal wijzen naar die andere molen, daar, die grote stenen molen. Staande tussen groepjes kinderen en volwassenen zal ik vertellen over de evacués die hier woonden,  - wel 600 in getal! - ,  ze waren verdreven uit Arnhem. Een van hen, hij sliep in die grote stenen stellingmolen,  is door de Duitse soldaten  ter plekke doodgeschoten! 
De vroegere bewoners van De Waterberg, de gebroeders Lodewijk incluis:  ik verlang ernaar ze na de winter weer tot leven te brengen. Hoe ze hier liepen, met hun kalktenen in de sokken, klompen aan hun voeten, een juk met twee melkemmers aan de schouders. Hoe hun moeder hier kookte  en water haalde uit put.
Misschien heette ze wel Marie. In dat geval zullen ze vast wel eens in een vrolijke bui gezongen hebben
Als hier een pot met bonen staat
en daar een pot met brie,
dan laat ik brie en bonen staan
                                                         en dans met mijn Marie…