vrijdag 2 december 2016

Net als een Bikini 

Zeker weten: hij komt, hij komt, de goede Sint. Mijn kleindochter van 2 jaar oud vertelde mij deze week terwijl ze over haar woorden struikelde: Zwarte Piet, schoorsteen, Zwarte Piet kijkt schoorsteen, cadeautjes!
Ze kan nog nauwelijks zinnen formuleren maar dit wist ze me met overtuiging mee te delen. Wie ben ik om deze heilige zekerheid te betwijfelen? Hij komt dus, vergezeld door Zwarte Piet. Die mag inmiddels gekleurd zijn, voor kleine Rosa blijft hij voorlopig zwart. Geen discussie, dat zou zinloos zijn.
Zelf ben ik trouwens altijd veel meer gebiologeerd door Sinterklaas dan door Zwarte Piet. Zelfs als Piet onmiskenbaar een vrouw was, of witte vegen had achter zijn oor, dan deerde mij dat niet. Mijn aandacht ging uit naar de baard van Sinterklaas. Die baard was zo veranderlijk als Sinterklaas zelf, ik snapte maar niet hoe de baard in de ene winkel zo kon verschillen van de baard in een andere winkel. Later is die belangstelling voor zijn baard gebleven. Nog altijd bestudeer ik de watten aan Sint zijn kin. Niet zelden denk ik  dan aan de woorden die Wim Kan ooit sprak over een bikini : Toen het zat zei iedereen: ik wou dat het eens viel. En toen het gevallen was: het had toch maar beter kunnen blijven zitten!
Ik moet er niet aan denken: Sint hoog te paard, kale kin, een prop watten op zijn tabberd, het zou geen gezicht zijn, toch?



zondag 13 november 2016


Archie Bunker, wie kent hem nog?

Hij is terug, de immer een sigaar rokende Archie met zijn Edith! Jaren geleden heeft het echtpaar uit het veilige midden van de Verenigde Staten ons vele avonden prettig geamuseerd. Een beetje dommig, niet al te veel opleiding maar toch redelijk welgesteld, alles afwerend wat afweek van zijn overzichtelijk wereldje. We vonden het leuk om te zien.
Ik was hem uit het oog verloren, en met mij velen, blijkbaar. We zijn het contact verloren. Maar zie, hij is terug, zo las ik in de krant, hij heeft teruggeslagen, en hoe!!
Donald Trump heeft beloofd hem en de zijnen niet langer over het hoofd te zien, meer nog: hij heeft beloofd naar hem  te luisteren ! En daarom: weg die flauwekul van fatsoenlijke verzekeringen, weg die latino’s, allemaal verkrachters, en zo kraamde hij nog veel meer in de stijl van Archie onze huiskamers in.

Trump zal de Archies niet vergeten, zo belooft hij keer op keer. Ik hoop dat hij ook wil denken aan onze kleinkinderen en ze niet zal vergeten. Maar ik ben er niet gerust op, hij wil zo snel als mogelijk af van alle klimaatafspraken. Onzin noemt hij dat…!  En dat is wat ik nou onzin noem, heel gevaarlijke onzin die, zo niet ons leven, dan wel dat van toekomstige generaties op het spel zet! 

woensdag 5 oktober 2016


Taizé

Een heel klein gehucht boven op een heuvel in de Bourgogne, net boven Cluny. Misschien twintig huizen, meer niet. Een vlek in Frankrijk, minder dan een stip op de aardbol, de planeet die om de zon draait,  aan de rand van ons melkwegstelsel. Dat telt nog een paar honderd miljard andere zonnen en – zo las ik laatst – er zijn nog minstens honderd miljard  andere zonnestelsels! En misschien / wellicht zijn er meerdere heelallen.
Dit alles denk ik terwijl ik stil in het kerkje in Taizé zit. Het kerkje wordt er steeds kleiner door. En des te wonderlijker komt mij de aantrekkingskracht voor die de oecumenische gemeenschap van broeders hier op dit vlekje uitoefent. Met duizenden komen ze,  jongeren (maar ook ouderen) uit alle landen van Europa en uit andere werelddelen.
Elke morgen –middag –avond is er een kerkdienst. Dan worden alle programma’s stilgelegd en allen verzamelen zich in de kerk.  Wij ouderen zitten op een bankje met rugsteun tegen de muur. Zo’n 30 minuten tevoren zijn die bankjes al bezet. De eerste jongeren komen dan ook al binnen en gaan stil op de grond zitten. Straks zal de hele ruimte gevuld zijn met vier à vijfhonderd jongeren en naar schatting zo’n 80 broeders. Van overal komen ze, van Denemarken tot Japan, van Brazilie tot Korea. En dan zullen de bekende Taizé-mantra’s klinken als Bless the lord my soul, Ubi Caritas , etc. In eindeloze herhalingen met stiltes tussendoor. Je vindt er talloze op You Tube.  Indrukwekkend: een kerk stampvol op de grond zittende jongen mensen, geen krampachtig gehoest of gegiechel, gewoon doodstil. Dan weer zo’n gezang, korte gebeden tussendoor. Ik hoor allerlei talen. Ik hoor West Europese en Slavische talen, Koreaans, Japans, Bahassa Indonesia, en ook heel regelmatig Nederlands.
Luisterend naar de steeds herhaalde korte liedteksten en de intense uitdrukking ziend van de tussen de liederen in stilte zittende mensen denk ik spontaan aan het adagium van Augustinus: onrustig is ons hart tot het rust vindt in u.
Na afloop blijven vele tientallen jongeren nog een tijd stil op de grond zitten, sommigen wel 15 minuten. Na de avonddienst zie ik er na een half uur nog velen op de grond voor zich uit zitten staren/bidden/mediteren, zitten zingen of zitten schrijven. ‘s Middags niet, dan staan ze meteen na de dienst in lange rijen voor ‘de keuken’ een grote half open tent. Rechts en links eveneens open tenten met overal in driehoek opgestelde banken voor de vele ‘themagroepen’ die elke morgen en middag plaatsvinden.
Bij de ingang van de kerk staan enkele tot ‘security’ gebombardeerde jongeren. May I have a look in your bag? vragen ze schuchter verlegen . Want ja, dat vraag je als twintigjarige niet zo gemakkelijk aan iemand van zeventig. Marian is zo handig om te zeggen dat ze alleen maar een mesje  in haar tas heeft om een appel te schillen. Het meisje lacht schaapachtig en laat haar door. Maar binnen komt meteen haar compagnon aanlopen: do you have a knife, may i have a look?  Natuurlijk kwam het allemaal goed. Maar toch. Ze regelen het wel. Net zoals die jongens die  in de kerk langs het op de grond zittende volk lopen, verlegen en onhandig manoeuvrerend met hun bord ‘SILENCE’.  Veelal overbodig want hoe druk het ook is, er heerst spontaan een grote stilte.
We hebben een mooi plaatsje, daar enkele treden hoog tegen de muur. We kunnen het geheel prachtig overzien, maar het is geen theater, het stemt hoe dan ook tot inkeer. Hetgeen niet belet dat ik stilletjes hoop dat de corpulente dame niet opnieuw pal voor ons plaats zal nemen, en alle uitzicht zal belemmeren. Zelfs in gewijde sferen blijf je mens, nietwaar?
Thuis gekomen zal zoonlief tegen Marian zeggen: wat ben je toch een muts! Wie vertelt nou dat ie een mes in de tas heeft, dan ben je toch echt wel een eind van de wereld!
Ik kan niet anders dan instemmend lachen.

Maar uitgedacht over het fenomeen Taizé ben ik nog lang niet.

maandag 19 september 2016


Boer Bunninga en Trijntje

Naar Kloostergaarde, zoals de boerderij uit Beerta die nu in het openluchtmuseum staat eigenlijk heet. Ooit was het een buitenhof van de Norbertinessenabdij in Heiligerlee. Maar dat is lang geleden. Op de imposante deel van de boerderij neemt verteller Vincent me mee naar de crisis in de landbouw rond 1920. Die crisis heeft ertoe geleid dat de boedel van boer Bunninga (gefingeerde naam) later die middag zal worden geveild.  Het is al tijden onrustig op het Oldambt. De landarbeiders willen meer loon, maar de prijzen zijn gedaald. De boeren zoeken een uitweg in mechanisatie.
Natuurlijk heeft ook Bunninga gemoderniseerd. De machines naast ons op de grote deel getuigen daarvan. Elke machine bespaart op mensenhanden en betekent nog meer banen op de tocht. Dat leidt tot spanningen. De communisten roeren zich.
Douwe – de eerste arbeider – zit klem tussen zijn vrouw en zijn broer, een strijdbare communist enerzijds en boer Bunninga anderzijds. Zijn leven lang heeft hij voor Bunninga  gewerkt, dat schept een band. Mooi hoe Bunninga hem meeneemt naar de Dollard en ze zich voorstellen hoe heel het vergezicht tot Emden aan de einder één grote vlakte wuivend graan is. Allebei hebben ze hart voor de klei van het Groninger land, allebei genieten ze ervan hoe de ploeg door die vette klei snijdt. Maar de zaaimachine en de zelfbinder, daar opzij opgesteld, hebben wel de nodige arbeiders overbodig gemaakt. Daar zit Douwe mee. Hij wil Bunninga niet afvallen, maar zijn broer ook niet. Het is het museum ten voeten uit: de grote sociaal economische politiek teruggebracht tot of opgebouwd vanuit het micro niveau.
Niet elke bezoeker echter komt naar het museum om naar verhalen te luisteren. Na twee of drie minuten, als Vincent net bezig is het verhaal op te bouwen, staat een oude man op. Zijn vrouw, hun volwassen kinderen en kleinkinderen volgen hem tussen de strobalen door naar buiten. Vincent laat zich er gelukkig niet door van de wijs brengen, de rest van het auditorium luistert geboeid. 
Prachtige zinnen zitten er in het verhaal: als je niet oppast zaait die zaaimachine voor de vogels! Ogenblikkelijk zie ik in gedachten boven het weidse land een zwerm vogels dankbaar neerdalen achter de door het paard voortgetrokken machine.
En ik hoor boer Bunninga verkondigen: de boeren voorzien ons land van voedsel, ons land begint bij de boeren!  Het is alsof ik mijn bloedeigen broer hoor, hij bestiert ook een boerderij in het Oldambt. Maar ze hebben het mis, mijn broer en boer Bunninga,  ons land begint niet met de boeren, ons land begint met Trijntje, 7000 jaar geleden! Haar skelet is het oudste skelet dat in Nederlandse bodem is gevonden. Ze was geen boer, zeker weten, die waren er 7000 jaren geleden nog niet! En ze leefde niet bij de Dollard maar in Giessendam. Ze kreeg de naam Trijntje vanwege de treinen die daar nu over de Betuweroute rijden. En ze komt naar  ons in het openluchtmuseum, als onderdeel van het canonvenster prehistorie!  Ik heb het Willem Bijleveld zelf horen zeggen aan het begin van dit seizoen, hij glom tot achter zijn oren! We zullen allemaal in de rij staan om haar te bewonderen. Ik vrees echter dat de oude bezoeker die voortijdig vertrok ook aan het verhaal van Trijntje geen boodschap zal hebben.


dinsdag 30 augustus 2016

Ik ga op reis en neem mee

Slaven hadden natuurlijk geen bagage bij zich.  Maar ze namen wel verhalen mee, vooral Anansiverhalen, die hadden ze in hun hoofd. Wat in hun hoofd zat ging mee aan boord.  En Anansi zelf was ook aanwezig, die spon draden waarlangs hij op en neer kroop in de scheepsruimen. Overal ging hij met hen mee,  ook op de plantages zagen ze hem overal. Aldus Julian, de verteller van vandaag, in het theekoepeltje in het openluchtmuseum. In dat koepeltje worden sinds enige tijd Anansiverhalen verteld. Al twee keer eerder was ik ernaartoe  gegaan, maar beide keren zat ik moederziel alleen onder de daar opgestelde Anansiboom. Vandaag probeer ik het opnieuw, driemaal is scheepsrecht. Ik tref Julian.
Even denk ik dat hij verhalen gaat vertellen aan het groepje Russen dat tot onze verbazing de koepel betreedt, maar nee de Russen gaan weer verder.  Anansi dus niet naar Rusland vandaag. Even later komt Leila binnen met broertje en ouders, en net als Julian wil beginnen komt ook Nienke met haar ouders en broertje.  Julian vertelt dat Anansi een echte spin is maar ook wel een beetje op een mens lijkt. Kijk maar, zegt hij, wijzend op de afbeelding. Ja, de kinderen beamen het, hij heeft ook een beetje een mensengezicht.
Anansi wil naar een feest maar moet betalen om binnen te komen, hoe moet dat nu? Dan verneem ik dat Anansi heel slim is, veel ziet en met zijn spinnenoortjes heel goed kan horen. Ik leer dat kakkerlakken heel harde werkers zijn en dat de haan ‘s morgens heel hard roept: kukkelekúú, ik wil niet op het menúú, en nog veel, veel meer leer ik.   Het wordt leuk als Anansi eenmaal op het feest –natuurlijk lukt het hem daar te komen -  wil dansen met Leila en ook Nienke in het verhaal wordt betrokken. Iedereen luistert geboeid hoe Anansi iedereen te slim af is.  Na afloop doet zelfs het kleine broertje van Nienke een tekening van Anansi in het verzamel-vogelkooitje. Blij verrast door dit onverwachte intermezzo verlaten de ouders met hun kroost het koepeltje met die vreemde Anansiboom.

Als ik een uurtje later vanwege de regen even wil schuilen in de boerderij uit Kadoelen ontwaar ik daar een aantal kinderen met vier moeders. Ze zitten met zijn allen in een grote kring op de lemen vloer. Ze zitten met de ogen dicht, tenminste dat lijkt de bedoeling, ik zie er een aantal smokkelen.  Een van de moeders loopt al huppelend met een doekje in de hand  rond de kring en allen zingen het mij bekende riedeltje:
 Zakdoekje leggen,
Niemand zeggen,
Ik heb de hele nacht gewaakt.
Twee paar schoenen heb ik afgemaakt:
Ergens in mijn bovenkamer springt een deurtje open en moeiteloos haak ik in:
Een van stof en één van leer,
hier leg ik mijn zakdoekje neer.
Op weg naar huis bedenk ik dat ook dit liedje ongetwijfeld als eens Anansi in de hoofden van landverhuizers meegegaan is naar Zuid Afrika, Canada en elders.


maandag 8 augustus 2016


Als je te vroeg springt ben je te vroeg 

Het had een uitdrukking van Cruijff kunnen zijn: het geel was uit de wind gegrepen. Maar ik hoorde hem uit de mond van een voetbalanalist tijdens het W.K.  Hij sprak ook over geelwaardige overtredingen, dat zijn overtredingen waarvoor de scheids had moeten fluiten.De man is uiterst deskundig. Ik leerde veel van hem.Je moet keuzes maken in het sturen.Als je niet stoort kan de bal ongestoord rondgaanAls het niet verder kan kan het terug.Als je te vroeg springt, ben je te vroeg, maar als je te laat springt ben je ook niet op tijd.Of het nu oogstrelend is of niet, de meters moeten toch gemaakt wordenSoms bleek de man voorspellende kwaliteiten te bezitten:Er komt een spetterende verlenging aan.Meer geluk gaan de Portugezen niet krijgen.Vooral tijdens de finale was mijn analist goed op dreef. Nani, daar gaat hij, langs twee man, nog eens door twee man heen, maar dan vergeet hij de bal…Als een speler op de grond ligt: typisch geval van een watje, de boel belazeren. Voortaan dit begrip dus niet meer verkeerd gebruiken!Mijn analist beschikt ook over psychologisch inzicht: het lijden van het spelen zonder Ronaldo bevrijdt nu de spelers, zo lijkt het. En over dezelfde Ronaldo langs de zijlijn: hij gedraagt zich zoals een coach doet: het is tijd, zegt hij, ook al is het geen tijd. Aha, dat moet een coach dus doen, behalve keuzes maken in het sturen ook nog de tijd manipuleren. Nu begrijp ik waarom het zo’n goed betaalde baan is. Ook coaches worden trouwens beoordeeld door de analist. Over een wissel na een doelpunt: dit is geen plan B, dit is plan E, een slechte wissel!! Tot slot overziet de analist nog eens het hele toernooi: het is een slecht toernooi, en ik heb altijd een hele brede kijk gehad. Hij zegt het zonder blikken of blozen, terwijl zijn hondje door de studio loopt, want ook dat behoort tot het format van de uitzending.Volgens mij was veel van het gebabbel geelwaardig, totaal uit de wind gegrepen, maar wie ben ik? 



zondag 24 juli 2016



De Vrede van Nijmegen

Als ik naar buiten kijk zie ik tot mijn schrik dat het regent. De hele week heeft de zon geschenen. Bloedwarm was het en kurkdroog. En dan nu, juist nu ik naar het station moet voor dag vier van de Nijmeegse Vierdaagse begint het te gieten. Vlug graai ik een papiertje uit het bakje voor onze boodschappenlijstjes en schrijf: plensbui, de auto staat geparkeerd op de parkeerplaats achter het station. Dat zal ze ongetwijfeld begrijpen.
Tien minuten later als de trein zich in beweging zet is het weer droog. Had ik toch maar net als gisteren de trein van 6.30 uur genomen, denk ik, dan was er niets aan de hand geweest. Toen had ik bij uitzondering die trein genomen maar vervolgens op de Wedren een half uur in de rij gestaan om mijn polsbandje te laten scannen. Dat zou me niet nog eens gebeuren dus ik koos weer de trein van 7 uur teneinde eenmaal op de Wedren zo door te kunnen lopen. Gelukkig bleek dat weer het geval te zijn, maar nauwelijks vijf minuten later braken de hemelvliezen opnieuw, en hoe! Met bakken kwam het uit de lucht. Gelukkig bood Pieter me een kilometer verderop, zoals gehoopt,  een kop koffie aan. Ik was niet de eerste, zijn hal en keuken waren al besmeurd door zompige schoenen van mijn voorgangers, dus ik aarzelde geen moment. De goeierd bood me ook nog een broodje aan. Misschien kwam die wel in mindering op de proviand voor de zes (!) lopers die bij hem logeerden en die hij later die ochtend elders op de route zou foerageren. De gastvrijheid in Nijmegen is in deze week grenzeloos.
Gesterkt voegde ik me luttele minuten later weer in het schier onafgebroken lint van plastic poncho’s en paraplu’s.  Na anderhalf uur echter hield het op en werd het weer wandelen als usual deze week. Dat wil zeggen: hoofdbedekking, factor 50 op armen en benen, en water, veel  water. Water om flesjes te vullen, want o wat is lauw water vies! En water uit tuinslangen. Wat zijn er langs de routes van de Vierdaagse veel mensen in het bezit van tuinslangen. En wat doen ze hun best om ons lopers af te koelen! Veel mensen vinden dat heerlijk, houden hun hoofd, hun hoed of pet, hun handdoek onder zo’n slang om z…nat hun weg te vervolgen. Ik ben echter duizend doden gestorven. Kijk je even naar links dan krijg je van rechts een spriet ijskoud water in je rug, kijk je even naar rechts dan staat er links een olijkerd die met de beste bedoeling een straal ijskoud leidingwater op je buik richt. Ik stuur een appje naar mijn kinderen waarin ik – hoewel lid van Amnesty -  kenbaar maak sinds deze Vierdaagse voor herinvoering van de doodstraf te zijn,  voor mensen die met tuinslangen op mensen richten wel te verstaan.
Hoe later in de middag hoe meer ik mijn aandacht moet richten op die gevaarlijke tuinslangen en hoe minder ik dus geniet van het vele waarvan te genieten valt. De vriendelijke haast dankbare gezichten van de mensen als je een tomaat, dropje, schijfje appel of iets anders uit hun mandje haalt. En dan te bedenken dat we met duizenden passeren en dat die vriendelijkheid twee uren later niet minder zal zijn.  Er zijn aanwonenden die er volgens mij kapitalen aan uitgeven, terwijl toch echt – zoals het raam van een kadootjeswinkel in Arnhem vermeldt – het mooiste geschenk hun glimlach is. Maar nee hoor, ze voegen er kilo’s pepermuntjes en tomaatjes aan toe.
Voor mij als taalliefhebber valt er ook veel te genieten. Wat is het Nederlands toch poëtisch denk ik vaak. Hoewel, niet alles ontstijgt het niveau van rijmelarij natuurlijk. Wat te denken bijvoorbeeld van stamp, stamp, stamp, naar het scoutingkamp ? of Hamer betonbedrijf, hart voor beton ? Maar Sinterklaas, - natuurlijk staat hij ook weer langs de route, malloten staan immers niet alleen bij de Tour de France - vindt het misschien wel leuk.
Het blijft een wonderlijk gebeuren die Vierdaagse. Later die dag treffend samengevat door good old Willibrord Frequin, eens vermaard en berucht journalist. Hij was diep emotioneel getroffen door de vriendelijkheid en hartelijkheid van de honderdduizenden langs de route. Als we al die machthebbers, tirannen, graaiers en andere malloten nou eens afschieten, zei hij, en alleen het Vierdaagse-volk overhouden, wat zou de wereld dan prachtig zijn.  Inderdaad, alleen jammer dat er wel eerst een genocide voor nodig is. Ik denk dat ik de internationale strafhoven iets alternatiefs ga adviseren: alle tirannen, graaiers, bankiers en korte lontjes onderdompelen in de ‘Vrede van Nijmegen’ door ze vier dagen verplicht mee te laten lopen.