vrijdag 18 oktober 2019



Meten met twee maten


Ik heb veel sympathie voor boeren. Als boerenzoon kan dat ook moeilijk anders. Prachtig vind ik het dat programma’s van Yvon Jaspers boerderijen in beeld brengen in al hun diversiteit. Ik mis geen uitzending. Tegelijk besef ik de keerzijde van veel boerenbedrijven en met name van het landbeleid. Al veel te lang is het beleid bijna eensporig gericht op vergroting van productie. En dat is uiterst schadelijk voor het milieu. Om de afspraken van Parijs te halen moeten we hoe dan ook bijsturen. Het is allang geen vijf vóór twaalf meer, maar al geruime tijd kwart over twaalf! Wetenschappers tonen het steeds opnieuw aan, maar wat doe je als boeren met tractors de snelwegen opgaan,  hekken omver rijden en het hele land ontregelen? Ga je ze dan oppakken? Welnee, dan zeg je dat ze alle lof verdienen en verander je met knikkende knieën snel je beleid, zo blijkt.  Afspraken van Parijs blijken weinig waard als tractors de snelweg opgaan.
Hoe anders gaan overheden om met verontruste burgers als die van Extinction Rebellion. Zeer verontrust over de toekomst van generaties na ons – dus niet voor hun eigen belang ! – beginnen ze vanwege het alsmaar uitgesteld worden van beleid, wegen en soms een brug te blokkeren. Ze worden bij bosjes door de politie opgepakt.
Hoezo: meten met twee maten?
Gisteren was ik naar een bijeenkomst van de grootouders voor het klimaat. Achter het Binnenhof las ik in steen gebeiteld: eenieder die zich op ons grondgebied bevindt ….. zal in gelijke situatie ….gelijk behandeld worden.(art. 1 van de grondwet)
Hoezo: gelijk behandeld?



maandag 16 september 2019




Tussen plaggenhut en Jaknikker

‘We zijn een recalcitrante familie meneer, hou er maar rekening mee!’ Het wordt door meerdere personen lachend beaamd. ‘Nou, dat treft,’ zeg ik, ‘want ik ben ook een recalcitrant figuur. Dus we zullen we zien wat het wordt’.
Bij de eerste stop van de tram knalt Dylan met zijn hoofd tegen de ruit. Moeder sust een dreigende ruzie tussen de twee neefjes.  Bij de plaggenhut is al niets meer van het incident te merken. Ik stel voor dat de groep zich opdeelt in tweeën, maar er valt niets op te delen, even later staan we met zijn allen lijf aan lijf in de kleine bedompte ruimte. Moesten ze hier in wonen, vraagt iemand. Ik zeg: ja en ook nog de luiers of de natte strozak van de kleinsten zien droog te krijgen. Want de helft van de tijd is het buiten natuurlijk nat en mistig. Commentaar alom.
Wat later blijkt het merendeel van de familie onder de indruk van de grote boerderij uit Zeijen. Een groter contrast met de plaggenhut is haast niet mogelijk. Ik vertel dat de muurankers aan de voorgevel het jaartal 1769 vormden maar dat ze bij de overbrenging naar het museum ontdekten dat de boerderij nog veel ouder moet zijn geweest en dat daarom het hele gebouw is ‘terug gerestaureerd’ naar een beeld van ergens midden 1500. Het zal ze een zorg zijn, het open vuur, het altijd tussen de dieren leven en de attributen van de vlasbewerking zijn veel interessanter voor Olivier en Dylan, en ook voor de ooms en tantes, merk ik.  Er lopen meer bezoekers in de grote ruimte, iemand maakt mij attent op een hoogbejaarde man uit het Drentse Zeijen. Hij herinnert zich de boerderij nog zoals die vóór 1953 in het dorp stond. Met veel belangstelling kijkt hij naar de foto die ik daarvan in mijn tas heb. Het roept nog meer herinneringen bij hem op maar ik moet verder met mijn gezelschap. Even later zitten we met ons allen in het schooltje, eveneens uit Drenthe. Natuurlijk gooi ik de pechvogel naar Dylan, volgt een tik met de plak en krijgt een van de tantes voor straf het ezelbord om haar nek. Andere tijden, andere zeden, nietwaar.  Bij de Jaknikker vraag ik Olivier en  Dylan wat het apparaat uit de grond pompt. Die vraag blijkt nog niet zo eenvoudig. Ook enkele ooms  en tantes hebben geen idee.  Ik vertel ze over de olie, en later het gas, dat we toen plotseling verwarming kregen, voor het eerst het hele huis gingen verwarmen, op gas gingen koken, ja zelfs de Deltawerken konden betalen en de hele opbouw van de verzorgingsstaat. Het lijkt ze allemaal ver weg. Maar even later blijkt dat ze zich ‘’Dolle Mina’’, ook vijftig jaar geleden, wel kunnen herinneren. Ons geheugen is selectief blijkbaar. Jaknikkers verdwijnen als roest in het landschap maar de letters Baas in eigen Buik zien ze nog voor zich.
Ik vraag me af of de oude man van zojuist zich ook Dolle Mina’s in Zeijen kan herinneren en of de vrouwen daar hun buiken ook beschreven! Ik denk het niet, maar ik zal het nooit weten, hij is uit het zicht verdwenen.

maandag 19 augustus 2019



Als Noach en Hansje Brinker


Het lijkt al weer zo lang geleden. Nog maar twee weken geleden reikte de thermometer hier een paar dagen tot boven 40 graden. Inmiddels is het afgekoeld en lijkt het klimaat weer een beetje in gewone doen te geraken. Maanden heb ik lopen zwoegen met emmertjes water, ouderwets geput met een touw met knopen erin. Ik vrees zelfs dat er daardoor iets in mijn wervels is verschoven maar dat terzijde. Het heeft inmiddels geregend, en hoe!  Een tropische bui werd over ons heen gestort,  het hield maar niet op! Ik vreesde voor lekkage in de keuken, maar onze investering in vernieuwing van het plat dak bleek zijn geld waard! Opeens kreeg ik een ingeving: als je vanuit de hal bij de voordeur schuin omhoog kijkt zie je precies de punt van de dakgoot. Tjeetje! Zie ik daar teilen water over de rand stromen, een complete rivier! Even voelde ik me als eens Noach door een luik in de ark naar de zondvloed kijken! Weliswaar was ik alleen met vrouwlief, zonder kinderen en al helemaal zonder dieren, maar toch, ik zag een muur van water! Ik haastte mij naar de kelder. En jawel: ik moest laarzen aan! Toen ik samen met Marian de ravage in ogenschouw nam zagen we dat het keldergat droog was. Maar we hoorden wel water klotsen. En toen wisten we : dit is niet oké, het water hoort niet onze ark in te stromen!
Ik haastte me naar boven, ik wist waar de zaklantaarn lag en ook dat de batterijen nog goed waren. (Een ingeving - van wellicht JHWH?-   had me dat gisteren nog laten controleren). Even later zagen we met ontstentenis een stroom water met een boog de kelder inspuiten. Gewoon uit een gaatje in de muur van wat onze veilige ark leek! Vijf/zes seconden stonden we vertwijfeld te kijken. Er moest gehandeld worden, te veel water en de gevolgen zouden niet te overzien zijn.  Tuinman als ik ben vloog ik de kelder uit naar de garage (onze ark heeft een aanbouw) en gewapend met een bamboestok en een vaatdoek viel ik terug de kelder in. Laat nou het bamboestokje precies in het gaatje passen! Zo zie je maar, JHWH waakt over Noach dacht ik in een moment van zelfoverschatting. Snel bond ik een vaatdoekje om het stokje en zie:  als eens Hansje Brinker weerstond ik de vloed!
Inmiddels zien we duiven rondvliegen, de aarde is weer droog. Maar het probleem is niet opgelost, evenals bij Hansje Brinker moet de dijk, in ons geval de muur, nog wel gedicht worden. En na de  vloed heeft JHWH  vanwege de slechtheid van de mensen nu de noordpool in brand gezet. En dat veroorzaakt een rookveld zo groot als de EU !
Vannacht droomde ik dat de mensheid nu met man en macht en met veel technisch vernuft hypermoderne arken gaat bouwen. Maar JHWH zei in diezelfde droom dat dat ons mooi niet zal helpen als we blijven doen wat we altijd doen, met al die vliegtuigen en al dat plastic en zo. En toen werd ik weer wakker. Ik ben naar het openluchtmuseum gegaan, met de auto. Had ik niet moeten doen, misschien.
Maar het regende zo.
Ik weet het niet.

woensdag 24 juli 2019



Met zijn allen op de knieën voor tante Riek

Help, mijn hypothalamus maakt overuren! Het is half tien in de ochtend en ik merk dat mijn zweetklieren al opengaan. Hij is dus al aan het werk, mijn hypothalamus. Sinds gisteren weet ik dat ik die heb, een regelcentrum in de hersenen dat de warmtehuishouding regelt. Het zet de zweetklieren open en verwijdt alle kanalen  om warmte en zweet daarnaar af te voeren. Geweldig vind ik het, zeker in bange dagen waarin de buitentemperatuur hoger is dan de lichaamstemperatuur.  Eerst hadden we alleen te dealen met een stijgende zeespiegel die de rivieren belemmert water af te voeren. Nu komt daar een temperatuurstijging bij die de regulateur belemmert om onze lichaamswarmte af te voeren.  Als straks ook nog de economie instort, wat dan? Wie is er dan om ons te helpen? Hebben we naast een fysieke hypothalamus ook een sociaal maatschappelijk equivalent? De politiek zegt u?  Nou, Angela is op haar retour, Macron wil wel maar heeft gele hesjes, Boris zit in zijn eigen Brexit, en Mark wil niet naar Brussel.
Gelukkig hebben we nog meneer Elbers van KLM.  Neem wat vaker de trein, roept hij. Daarvan ondervinden namelijk  alleen prijsbrekers met hun cityhoppers nadeel, maar dat zegt hij er niet bij. Vliegen is prima, zegt hij, zolang je het met mate doet.  En Schiphol vindt dat beperkt doorgroeien best kan. Mijn krant (inderdaad, misschien wel ‘de beste krant van Nederland’) vergelijkt het met drinken om van de alcohol af te komen.
Groei en vakantievluchten, ze zijn als alcohol: ze maken meer kapot dan je lief is. We zullen er hoe dan ook van af moeten. Zo niet, dan hebben onze kleinkinderen geen wereld meer om in te leven, want het gaat sneller dan de meeste mensen willen weten. KLM is immers wel zo verstandig geen landingsrechten te kopen op het ontdooiende permafrost.
Sinds vorige week zet ik mijn hoop op de Zwarte Cross.  Daar hebben tienduizenden mensen een gelofte gedaan aan (ik meen) Tante Riek om voortaan hun afval te scheiden.  Kijk, als dat nou eens massaal navolging vindt, op Terschelling, in Landgraaf, Biddinghuizen, en in heel festivalliserend Nederland:  met zijn allen op de knieën voor tante Riek!  Dat zou een droom zijn…


vrijdag 21 juni 2019



Aan de keukentafel hoor je nog eens wat


Aan de keukentafel hoor je nog eens wat, vooral s morgens in aansluiting op het radionieuws.  ‘We zijn het hele land doorgegaan, helemaal van Zwolle tot Den Haag, om de stem van jongeren een plek te geven.’ Jammer voor de jongeren in Noord, Oost en Zuid Nederland, denk ik dan, maar dit terzijde. De jongeren blijken zich erg veel zorgen te maken en hebben tal van goede ideeën. Het is belangrijk dat die gehoord worden, zeker nu er binnenkort  - zo hoor ik de verslaggever zeggen – een flinke klap gegeven gaat worden op het klimaatakkoord. Minister Kaag wil haar collega Wiebes aansporen nog ergens een gaatje te zoeken om enkele van die ideeën daar in te schuiven. Nou, ik hoop er het beste van. Misschien is het goed om dan toch ook enkele jongeren uit Groningen erbij te betrekken.
De jongeren kunnen trouwens wel degelijk veel invloed uitoefenen als het om het klimaat gaat. De verslaggever spoort ze aan om toch vooral met de ouders te praten. Vooral aan de keukentafel. Daar blijken jongeren vaak hun ouders over de streep te trekken bij beslissingen over bijv. zonnepanelen of elektrisch rijden. Ook praten in de sauna is erg belangrijk, zegt de verslaggever. In één adem voegt hij daaraan toe dat hij niet vegetarisch is. Hij houdt nl. niet van nepvlees maar wel van gesmolten kaas. Het waarom van deze persoonlijke ontboezeming ontgaat mij volledig maar wellicht heeft het te maken met zijn bezoeken aan de sauna.
Ik hou ervan om na het ontbijt een half uurtje aan de keukentafel te vertoeven. Als pensionado kan ik mij dit veroorloven: kopje thee, sudoku erbij , radio aan. Alles wat wel en niet groeit of bloeit passeert, en nog gratis ook.
In dezelfde uitzending hoor ik dat vandaag de twintigste verjaardag van de euro wordt gevierd. Alle ministers van financiën  zijn daarvoor in Portugal. Ze zijn lyrisch: 75% van de mensen in de eurolanden steunt de euro en nog nooit was er zo weinig werkeloosheid in Europa! In een kort item hieraan gewijd rept de verslaggever tot driemaal toe over hosanna!  Ik vraag me af of hij enig weet heeft van de bijbelse achtergrond van het woord: Hosanna in den hoge, hij die komt in de naam van de Heer, hosanna in den hoge.
Hosanna voor de euro! Ik vind het wel een mooi plaatje van de religiositeit anno 2019 in Nederland  ‘van Zwolle tot Den Haag’!
Wat zegt u: ‘het is dat hij is verrezen, anders zou hij zich omkeren in zijn graf?’ Nou, in het hedendaags algemeen betwijfeld geloof zijn we zelfs daar niet zo zeker meer van, toch?


dinsdag 21 mei 2019




De lamme en de blinde

Ervaringsdeskundig als ik ben met vrouwen gaat mijn belangstelling eerst uit naar hun schoeisel. Gelukkig geen hoge hakken, blijkbaar zijn ze voorbereid op de bospaden van Museumpark Orientalis, ook wel bekend als De Landstichting. Een van de dames gebruikt een rollator.  ‘Zo mevrouw’, zeg ik tegen haar, ‘ik zie dat u het personeel hebt meegebracht. Heel goed, want er zijn hier nogal wat bospaden. Zou het gaan, denkt u, of moet ik een karretje voor u arrangeren?’ ‘Nee dat hoeft niet’, zegt ze, ‘met de rollator kan ik me overal redden’. Ze klinkt uitermate zelfverzekerd, maar ja ze kent nog niet de kinderkopjes en ongemakkelijke trappen en drempels die verderop in het museum op haar liggen te wachten.  Ik acht het niet mijn roeping om reeds nu een deuk in haar zelfvertrouwen te slaan en verklaar - een beetje schijnheilig, dat zij toegegeven – dat me dit gerust stelt.
Welgemoed gaan we op stap. Als ik halverwege de lange opgang naar het binnenmuseum even stop om mijn intro te doen loopt zij geconcentreerd in stevig tempo verder.  Corrrie, roept de hele groep, je moet even wachten!
Enkele minuten later op weg naar het joodse dorp ontdekt ze dat de straten in de Midden Oosten niet zijn aangelegd voor dames met een rollator, maar vrouwmoedig worstelt ze met haar karretje voorwaarts.
Ze weet zich zelfs met rollator en al in het ‘huisje van Maria’ te wurmen tussen de andere vrouwen. 
Het is de bedoeling dat we de synagoge gaan bezoeken.  Ik wijs de groep de weg via een trap omhoog en wil met Corrie een klein omweggetje maken zonder lastige keien en trappen. Ze wijst echter heel beslist mijn gezelschap af. ‘Kom, geef mij maar een arm’, zegt ze tegen een mevrouw met een zonnebril, en samen gaan ze welgemoed op pad. Ietwat bezorgd sla ik ze gade, Ik volg dan maar het vrouwengilde dat inmiddels de trap omhoog neemt. Wat later melden zich beide vrouwen ook in de synagoge, blij dat ze kunnen gaan zitten want de keien waren toch wel een uitdaging geweest. Alle aandacht gaat uit naar de thora rollen – de menorah – de gebedsriemen – het gebedskleed  - de yat  -  de ramshoorn en alles wat er te zien is. Hun aandacht stimuleert mij om enthousiast uitleg te geven.  Als we naderhand verder lopen instrueert Corrie de dame met de zonnebril hoe de grootste keien te vermijden. Dan bemerk ik dat haar metgezel blind is, ze heeft dus in de synagoge niets kunnen zien…
Ik maak mijn excuses dat ik haar de voorwerpen niet in de hand heb gegeven, maar ze wil van geen excuses horen. Ze had het heel goed gevolgd en zich een voorstelling kunnen vormen, zegt ze. En dan neemt Corrie het weer over. ‘Neem mijn andere arm want hier rechts ligt een kuil’.
En zo zie ik het voor mijn ogen gebeuren: de lamme leidt de blinde… Maar we lopen dan ook door het Bijbelse land!  Een eindje verder doemen bij het veld de herders op, ze hielden vol trouwe de wacht…

dinsdag 7 mei 2019



Van hemelse gezangen tot klagelijk gebalk 

Baraque de Fraiture klinkt al een beetje vertrouwd.  Op zijn Frans geschreven en op zijn Nederlands uitgesproken voelt het een beetje als Belgische friet, net een beetje te vet. Een klein half uurtje later slingeren we onder tal van viaductjes door langs de oevers van de Maas zonder stoplichten helemaal door Luik. Tunneltje in, tunneltje uit, hier een kromming naar links, daar weer eentje naar rechts. Ik waan me er als jongetje vroeger op een kermis. En dan plotseling gaat de weg over in een heuse snelweg pal langs de rivier. Zoals elke keer als we hier rijden twijfel ik even of het echt wel zo is. Verstand en gevoel sporen niet helemaal. Maar ik weet dat het mag, dus druk ik het gaspedaal in tot boven 100 km en scheuren we naar mijn gevoel veel te hard, langs de Maas in no time naar het vaderland. Eijsden en St. Geertruid, het voelt als thuiskomen maar toch nog een beetje buitenlands. Maastricht passeren we ondergronds – wat een herademing vergeleken bij vroeger – vliegveld Beek en dan voorbij het bordje Ohé en Laak  voelen we ons weer echt op vaderlandse bodem. Ontspannen karren we door tot bij Romeinse Put, waar we even stoppen om onze benen een beetje te bewegen. We lezen de informatie over de archeologische vondsten van een Romeinse hoeve en nog oudere bewoning die hier zijn aangetroffen. Fascinerend vind ik dat. Op historische grond mijmeren over een nu onzichtbaar maar nog net aanraakbaar verleden. Zoals we dat ook de afgelopen week gedaan hadden, in Taizé, Cluny, en Paray-le-Monial. 
Diep in de kraag van onze zomerkleding gedoken hadden we , terwijl het in Eijsden en St Geertruid sneeuwde,  rondgewandeld op het plein van de op één toren na volledig verwoeste, eens zo machtige abdij van Cluny. Ze stond aan de top van een duizendtal abdijen verspreid over heel West Europa. Waar wij liepen ontwikkelde zich tussen 900 en 1200 de romaanse bouwstijl gekenmerkt door tongewelven die - zo lees ik in Wikipedia -  een bijzonder goede akoestiek boden voor de gregoriaanse zang. Er ligt geschiedenis in Cluny, beroemde abten als Odo, Hugo, en Petrus Venerabilis voerden er de scepter. Maar rijkdom en macht waren ook een steen des aanstoot voor diehards die terug naar het echie wilden, die totale afwending van de wereld wilden én vonden in de bossen van Citaux en vele andere plaatsen. Op het plein van Cluny is het allemaal moeilijk voor te stellen, al doen ze in het museum met een prachtige maquette en met video-impressies nog zo hun best. Om een indruk te krijgen van de eens zo machtige abdijkerk moet je 50 km westelijker naar  Paray-le-Monial. De monniken van Cluny hebben daar in de 11e  eeuw  een kerk gebouwd naar beeld en gelijkenis van grote broer (of moeder,) in Cluny. En inderdaad: de kapellenkrans om de driebeukig hoog opgetrokken kerk, de kleine ramen hoog in het middenschip en de tongewelven geven een schitterend idee. En als iemand verderop in de kerk het nodig vindt  een stoel te verslepen, blijkt ook de akoestiek fenomenaal! Terwijl ik dit enkele dagen later 150 km ten noorden van Ohé en Laak zit te tikken doet het schurend lawaai nog pijn aan mijn oren!
Het gregoriaans moet er duizendmaal hemelser hebben geklonken! Meer zoals de mantra’s die we elke dag gezongen hoorden door wel duizend mensen, gezeten op de vloer in de eenvoudige kerk van de monniken in Taizé.
Als ik dit alles nog even nalees zie ik in gedachten ook de drie baudets in de wei van ons B&B in Taizé. Lieve beesten waren het, heel rustig. Maar eentje kon het niet laten af en toe wat klagelijk te balken over zijn verre neef die zijn naam schrijft met een hoofdletter…