dinsdag 16 juni 2020


De ene conversatie is de andere niet

Daar staat hij weer, mijn spiegelbeeld, levensgroot aan de binnenkant van de kastdeur op mijn werkkamer. Ik ben aan hem gewend, we besteden doorgaans weinig aandacht aan elkaar, eigenlijk alleen maar als het gaat om de keuze van mijn outfit. Soms, als ik me niet zeker voel en vrees door mijn echtgenote teruggestuurd te worden voor een andere trui of broek dan kijken we elkaar een moment onderzoekend aan. Zelden zegt hij dan iets, meestal kijkt hij dan met een gezicht van: tja, jou keus en doet er verder het zwijgen toe. Maar nu is het anders. Bij het betreden van mijn werkkamer staat de kast al wagenwijd open en kan ik niet langs hem heen. Omdat het buiten regent ga ik maar eens even zitten. Ik kijk hem aan en zie dat we gelijktijdig een glimlach trekken. Dan vraagt hij: ‘’hoe is het nou met je, na vier maanden geen rondleidingen, geen bezoekjes, alleen maar hardlopen in je uppie en boodschappen doen met plastic handschoentjes aan? Kun je het nog een beetje volhouden?’’  ‘’Nou,’’ zeg ik, ‘’eerlijk gezegd: ik heb het wel zo’n beetje gezien, ik ben het goed zat!’’ 
‘’Tja, kan ik me voorstellen,’’ zegt hij en heel even zie ik een paar rimpels boven zijn bril verschijnen. ‘’Wat denk je, ‘’ vraag ik, ‘’gaat het nog lang duren voor we weer met zijn allen los mogen?’’ Weer die rimpels, dan zegt hij, ‘’nou ik hoor jullie praten over het nieuwe normaal, maar ik bang dat jullie daar toch nog niet helemaal klaar voor zijn.  Oké, jullie weten nu wat vitale beroepen zijn en dat je de gezondheidszorg niet aan de vrije markt kunt overlaten. Dat je voorraden en bufferzones moet aanleggen, arbeidsmigranten fatsoenlijk moet huisvesten en dat je reservegeld nodig hebt voor als het even tegen zit. Maar toch…’’ en dan valt hij stil.
Ga verder, zeg ik, wat ‘’maar toch ’’?
‘’Nou,’’ zegt hij, ’’om eerlijk te zijn denk ik niet dat jullie al klaar zijn voor zoiets als een nieuw normaal. Ik hoor jullie daar wel over praten maar ik heb toch sterk de indruk dat dat nieuwe normaal verdacht veel lijkt op het oude.  Jullie willen nog veel te graag weer op vakantie, vliegen naar waar het maar kan. Vliegschaamte lijkt alweer vergeten. Jullie willen weer uit eten, massaal terrasjes pakken, feesten. Hebben jullie echt al in de gaten hoever jullie waren doorgeschoten? Wat voor een gigantische economie jullie uitgaansleven is geworden? Hoe jullie samenleving meer en meer verfestivalliseert? En wat voor een puinhoop jullie met je vrije markt hebt aangericht? Weten jullie echt al wat het betekent dat jullie op korte termijn in het belang van jullie kleinkinderen naar een energietransitie moeten? Nee, beste jongen, ik heb niet de indruk dat jullie al klaar zijn om weer losgelaten te worden. Vergeet die rondleidingen van jou maar even, het gaat nu om belangrijkere dingen. Blijf kalm, wind je niet op, en overdenk maar eens wat belangrijk is, niet alleen voor ons maar ook voor na ons.
Ik doe de kast dicht en weg is hij. Mijmerend blijf ik nog een tijdje zitten, mijn gedachten gaan naar kleine Rosa, zes jaar oud nu. Ik zie weer hoe ik vorige week met haar op de trampoline moest, en ik hoor weer hoe ze al springend out of the blue riep: ‘’opa weet je hoe een zebra wordt geboren?’’ Voor ik houterig naar evenwicht zoekend een antwoord kon vinden riep ze triomfantelijk: ’’ik weet het, streepje voor streepje! ‘’
Zo’n conversatie is veel leuker dan die met zo’n man in de kast, toch?

maandag 4 mei 2020





Hier gebeurt iets bijzonders.

Terwijl de kikkerdriltelling waarbij naar ik hoorde 10.000 eiklompen werden aangetroffen, nog natrilt in mijn hoofd en de paddentrek blijkbaar nog steeds niet voorbij is, stroomt onafgebroken een reeks coronagerelateerde berichten onze huiskamer binnen. Ja, coronagerelateerd behoort aaneen geschreven te worden, evenals  anderhalvemetersamenleving en dito –economie. Het Nederlands wordt in razend tempo verrijkt met tal van nieuwe woorden. Al wordt er ook tegengas gegeven. Rutte bijvoorbeeld geeft de voorkeur aan  ‘intelligente lock down’ boven het ‘blijf in uw kot’ van onze zuiderburen. Uiteraard leidt dat tot verwarring. ‘Blijf in uw kot’ laat niets aan duidelijkheid te wensen, maar ‘intelligente lockdown’? Hoe je het ook wendt of keert, het heeft iets van een ontregeld stoplicht dat permanent oranje kleurt. Mag ik nu wel of niet? Maar onze overheid laat zich niet verleiden: ‘gebruik je verstand’. Maar daar zit hem nu net de kneep: een mens wordt volgens mij echt niet alleen en zeker niet allereerst door zijn verstand aangedreven. Dan waren we toch – om maar iets te noemen – al jaren geleden gestopt met kriskras de wereld over te vliegen, enzovoort, enzovoort? En dus gebeurt wat je kon zien aankomen: we beginnen en masse ons kot te verlaten alsof in de verte het eind van de pandemie al in zicht komt.  
Maar hier wil ik helemaal niet over schrijven. Het echt grote nieuws dat ons vanmorgen bij het ontbijt overviel was het vertrek van Henk Krol bij 50-plus. Zeg nou zelf, wie dat had gedacht? Hij/zij steke een vinger op! ‘Hier gebeurt iets bijzonders’, dacht ik. Daar moet ik over schrijven.
Maar zie: nauwelijks een wandelingetje (in het buitengebied) en een boeketje fluitenkruid verder komt het bericht binnen dat in een migrantenpension hier in ons eigen dorp tientallen mensen met het coronavirus zijn besmet… Oef, nou komt het toch wel heel dicht bij…
Onwillekeurig gaan mijn gedachten naar de heilige Corona. Als jonge vrouw van ongeveer 19 jaar oud stond ze lang geleden de heilige Victor van Damascus bij toen hij werd gemarteld. Vervolgens werd ze zelf op gruwelijke wijze ter dood gebracht. In het westen is ze bijna vergeten maar in Oostenrijk wordt ze nog steeds aangeroepen bij vee-epidemieën… Nu weet ik wel dat ze niet officieel beschermheilige tegen epidemieën is, maar wat niet is, kan komen, toch? En bovendien schijnt dit coronavirus van dieren afkomstig te zijn. Dus wie weet, kan Sancta Corona …
Het is dat alleen mensen met een vitaal beroep de trein mogen nemen, anders zou ik spoorslags afreizen naar St Corona am Wechsel om bij haar een kaarsje op te steken.




woensdag 8 april 2020




Sapiens of van de pot gerukt?

Heel Nederland kijkt naar de curve. De curve, daar is het al om te doen. Dagenlang hebben we zitten wachten op de knik in de curve, wanneer zou hij zichtbaar worden? Twee maanden geleden zou dit wartaal zijn geweest, je kunt immers van alles een curve tekenen. Van economische groei, van het aantal konijnen dat wordt geboren wordt, van de temperatuur in de poolgebieden, van het aantal pelgrims op de camino tot welk soort toiletpapier het meest wordt gebruikt. Maar nu, in april 2020, kan de curve alleen maar gaan over het aantal opnames op de Nederlandse i.c. afdelingen. Corona heeft alles op zijn kop gezet. In Amerika hamsteren de mensen geweren, in Nederland toiletpapier. Hoezo: homo sapiens?
Homo gek geworden, homo van de pot gerukt zou een betere benaming zijn, zo lijkt het.
We doen het op een intelligente manier, we volgen de wetenschappers. Rutte blijft het herhalen, maar het lijkt ‘op papier hier’ in de Efteling. De basisscholen hoeven niet dicht, maar het volk wil het, en dus … Mondkapjes geven nauwelijks bescherming maar het volk wil ze, en dus zie je langzaam maar zeker de vreemdste naaisels in het straatbeeld verschijnen.
Verlichte heren van de voetbalbond en van de Tour denken dat het in juni/juli weer business as usual zal zijn. En menig ondernemer lijkt dat ook te denken. Reisorganisaties geven geen geld terug maar vouchers, zodat we in de zomer weer kris kras de wereld over kunnen. Homo sapiens ?
Een aantal boerenorganisaties is uit het overleg met de regering gestapt. Veel leden zijn verontwaardigd ‘omdat de overheid zelfs nu blijkt te werken aan klimaatmaatregelen’. Alsof ze geen weet hebben van die volgende crisis die er aankomt en die nog veel erger zal blijken dan corona.
Wie is er sapiens en wie van de pot gerukt?
Oordeelt u zelf.


maandag 23 maart 2020





Een lesje nederigheid

Vorige week zei mijn spiegelbeeld dat ik me niet gek moest laten maken en maar eens rustig moest aanzien hoe het zich verder zou ontwikkelen.
Nou, dat heb ik gedaan, maar tjonge jonge wat een storm woedt er over de wereld.  Steeds vaker moet ik denken aan onze voorouders in vroeger eeuwen. Hoe klein, kwetsbaar en afhankelijk ze zich gevoeld moeten hebben tijdens pestepidemieën  of in tijden van cholera en tyfus om maar iets te noemen. Ze konden zomaar ziek worden en bijna van de een op de andere dag doodgaan. Hoezo, bestaanszekerheid? Er woedde een onzichtbare sluipmoordenaar rond en ze wisten niet waar en hoe ze zich konden wapenen. Eenieder maakte dit in zijn of haar leven een of enkele malen mee.
Maar ik had nooit gedacht dat wij moderne mensen die kris kras over de wereld reizen, stage lopen in Amerika of Hongkong, van ons pensioen genieten, skypen en videobellen dat het een lieve lust is, dat wij die toch ‘ons eigen leven maken’ en ‘recht hebben’ op alles wat het leven aangenaam maakt, dat wij met al onze wetenschap nog eens dezelfde onzekerheid en afhankelijkheid zouden beleven  als onze voorouders.
Ik doe de kastdeur maar eens open, daar staat hij weer levensgroot, mijn spiegelbeeld. ‘Wat vindt jij er nu van’, vraag ik.
‘Och’ zegt hij  ‘misschien is het wel eens goed voor jullie. Een klein lesje in nederigheid kan geen kwaad. Jullie virologen, epidemiologen, microbiologen, intensivisten en hoe ze ook mogen heten, ze slepen jullie er wel door.’
 ‘Ja,’ zeg ik, ‘ik denk het ook wel.’
‘ Maar’, zegt hij dan, ‘ik hoop wel dat jullie ervan leren wat werkelijk vitaal is in het leven, het zorgen voor elkaar, het schoonmaken en het omzien naar moeder aarde.’
Ik voel nattigheid en zeg dat over enkele minuten Rutte een persconferentie geeft en dat ik die graag wil volgen.
‘Is goed’, zegt hij. ‘We zullen elkaar nog wel vaker spreken. Corona heeft geen haast.’


vrijdag 13 maart 2020



Ik, een probleemgeval?

Er is geadviseerd niet bij mij op bezoek te komen. Ook is mij voorgehouden dat ik beter geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Ik ben pensionado. Ben ik nu een probleemgeval? Aan de binnenkant van de kastdeur naast mijn bureau hangt een levensgrote spiegel. Ik ga er eens voor staan om mezelf eens goed te bekijken. En wat denk je dat ik zie ? Een lange, ietwat slungelige man met veel kenmerken van iemand die levenslang aan hardlopen heeft gedaan. Hij heeft best wel een vriendelijke uitstraling, als ik dat zo mag zeggen. Allesbehalve een probleemgeval, dat spiegelbeeld van me.
Maar wat niet is, kan worden. Je weet maar nooit in deze Coronatijd. Gisterenmiddag nog bestelde ik tickets voor ‘de beentjes van sint hildegard’ en vanmorgen las ik dat het filmhuis is gesloten. Ook de rondleidingen  die ik vandaag en morgen zou geven in het openluchtmuseum zijn geannuleerd. Het hele museum is gesloten. Alles is gesloten, ook museumpark Orientalis heeft me voorlopig niet meer nodig. Zelfs de collecte van Amnesty is afgeblazen, terwijl ik nota bene twee avonden in de weer was geweest met in de ene hand de collectebus en met de andere hand mijn stormparaplu.
Ik kijk nog eens on de spiegel en zwaai alvorens de kastdeur te sluiten. Hoe zal hij die mijn spiegelbeeld wordt genoemd er uitzien na drie, vier weken van isolatie, van geen kleinkinderen, geen bezoek, en met moeite geduld in het openbaar vervoer? Na drie/vier weken van lege tribunes en afgelaste wielerwedstrijden . Na drie/ vier weken overspoeld te zijn door rampspoed via krant, radio en TV?
Ik weet het niet, ik mag slechts hopen dezelfde ietwat slungelige man met vriendelijke uitstraling terug te zien. Om mezelf moed in te spreken bedenk ik dat het einde der tijden wel vaker is voorspeld.
Vroeger in Salland zeiden ze: gewoon doorgaan met ademhalen en dan zullen we wel eens kiek’n  hoe’t allemaol giet 


donderdag 13 februari 2020



Maar opa, is dat zo erg?
Ik heb het overgeschreven, ik weet niet meer waar ik het las. Het zou best van Rob Wijnberg kunnen zijn, maar dat weet ik niet zeker. 
Het luidt aldus:
We moeten:
én stoppen met vliegen,
én stoppen met vlees,
én de benzine-auto wegdoen,
én van het gas af,
én de industrie ombouwen,
én de landbouw verduurzamen,
én minder spullen kopen,
Én én én én… enzovoort.
Maar, zo ging het verder, je krijgt er wel wat voor terug: minder hittegolven, minder zeespiegelstijging, schonere lucht, geen oorlogen meer over olie, minder conflict om de schaarse grondstoffen, minder migratie, een stabiele voedselvoorziening. En, zo voeg ik eraan toe, een wereld waarin ook onze kleinkinderen kunnen leven! 
Bovendien schreef de auteur, is het een kwestie van rechtvaardigheid voor mensen die zelf niet hebben bijgedragen aan de opwarming maar er wel het hardst door worden getroffen. 
Als je dit op je laat inwerken dan eet je toch met plezier een beetje minder vlees, dan ga je toch met plezier per trein, dan doe je toch mee aan energietransitie etc. etc. 
Wat zegt je, dat kost ons tijd en geld? Tja, maar dan hoor ik mijn kleinkinderen straks zeggen: maar opa, is dat zo erg? Jullie zijn al zo bevoorrecht dat jullie rond de laatste eeuwwisseling mochten leven, houden jullie dan nooit rekening met ons?  



zaterdag 23 november 2019



Rijgeschikt

Nee, zei de keuringsarts, ik doe het liever niet digitaal, want er gaat zo ontzettend veel mis bij het CBR. Ik geef je een verklaring op papier en die kun je het best zelf afgeven op het dichtstbijzijnde kantoor van het CBR. Dan weet jij in elk geval dat het in bezit van het CBR is.
Zo gezegd, zo gedaan, half april van dit jaar. Mijn rijbewijs zal pas in december verlopen, mij kan niets gebeuren, hoe groot ook de achterstanden bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, dacht ik.
Zeven maanden later, half november, en nog maar één maand te gaan, sloeg de twijfel toe. Zeven maanden, is dat niet wat erg lang om een enveloppe te openen en in één oogopslag te zien dat de keuringsarts mij helemaal oké heeft bevonden? Zou mij dan ook treffen wat zoveel anderen inmiddels overkomt? Ik die zo slim was geweest om acht maanden tevoren actie te ondernemen?
Ik besloot opnieuw slim te zijn: gewoon de klantenservice van het CBR bellen en met veel tact en begrip iedereen voor me innemen. Ik ben vast de enige die dat doet want er staat klip en klaar dat een telefoontje naar de helpdesk 90 (negentig!) cent per minuut kost! Iedereen die ooit een overheidsdienst heeft gebeld en weet heeft van de worsteling met het keuzemenu, van de hoeveelheid ‘wachtenden voor u’ en van de eindeloos herhaalde muziek op het moment dat je denkt aan de beurt te zijn, laat het wel uit zijn hoofd om de klantenservice van het CBR te bellen, toch? 
Helemaal verkeerd gedacht!  Ze zijn heel aardig en heel begripvol daar bij het CBR!  In no time weet een allervriendelijkste dame mij na het onvermijdelijke mag ik uw naam, geboortedatum, postcode, nummer te vertellen dat ‘het keuringsverslag door ons is ontvangen!’  O zo, dat heb ik intussen bereikt, denk ik.  En als ik vraag hoelang het nog zal duren voor ik daarop een reactie zal ontvangen, zegt ze klip en klaar dat ik tussen nu en half december een bericht zal ontvangen. En mocht dat niet het geval zijn dan moet ik na 13 december beslist even telefonisch contact opnemen. (Ja, en weer 90 cent per minuut denk ik, maar dat zeg ik niet, in plaats daarvan bedank ik haar voor haar heldere en adequate reactie. Dat vindt ze fijn om te horen. En dan vraag ik nog even met wie ik nu gesproken heb. Heel slim, altijd doen bij een helpdesk!). Luttele seconden later wensen ‘Jasmine van de afdeling rijgeschiktheid’ en ondergetekende elkaar een prettige voortzetting van deze dag.
Toeval of niet: vijf dagen later ligt er een brief van het CBR op de deurmat: ik ben rijgeschikt voor personenauto, bestelauto, driewielers, aanhangwagen en als extra toetje: voor tractor!
Toeval, zegt u? Nee hoor, ik ben er heilig van overtuigd dat ‘Jasmine van de afdeling rijgeschiktheid’ me dank zij mijn vriendelijkheid en onze wederzijdse click bovenop de stapel heeft gelegd. En ook die tractor heb ik, zeker weten, aan haar te danken!
En nu maar hopen dat de boeren weer snel besluiten tot een rit naar het Malieveld!

P.S. de naam Jasmine is gefingeerd