Hardloper in een rolstoel
Op mijn tochten naar Santiago heb ik wel geleerd dat je op
je weg van alles tegen komt. Veel wat je
bewust kiest, ook veel wat zich onverwachts aandient, waar je je maar mee moet
zien te verhouden. Die camino, zo noemen ze dat, blijkt nog steeds door te
gaan. Vorige week was er weer zo iets.
Er bleek een niet ongevaarlijke infectie die allerlei
kwalijks zou kunnen veroorzaken. Veel keus heb je dan niet, de dokters wilden
geen tijd verliezen, aanpakken die zaak. En zo geraakte ik halsoverkop in het
ziekenhuis. In zo’n bedrijf – want dat is het – gebeurt van alles en ook van
alles met jou.
Je moet bijvoorbeeld naar de afdeling chirurgie, vijf
verdiepingen lager. Nee, u mag niet alleen met dat infuus door
het ziekenhuis dwalen, daar is de vervoersdienst voor.
Nou, moet er wel iemand komen want ik heb nog 10 minuten,
bedenk ik wat onrustig, maar dan komt er plots een broeder met een rolstoel: meneer Beltman ?
Ja dat ben ik.
Neemt u maar plaats.
Maar..ik kan wel
lopen!! Legt u het infuus maar in de rolstoel, ik wandel wel mee.
De man kijkt me aan en zegt: geen sprake van, neem maar plaats.
We monsteren elkaar even: hij een boom van een vent in een
ziekenhuispak maar waarschijnlijk vrijwilliger van de vervoersdienst en ik de
wat verbouwereerde patiënt met zijn infuus die naar de operatie moet. Ik heb nu geen zin in stennis en zeker niet
met die vrijwilliger die eruitziet als een stevig gebouwde wegwerker.
Oké, ik zal me netjes gedragen, dan maar in de rolstoel,zeg ik. Ik
neem plaats, de man draait zonder een woord te zeggen de stoel en met een rotvaart stuif ik de
kamer uit, op het eerste kruispunt van gangen zie ik plotseling benen voor me
die snel naar twee kanten uitwijken. Ik roep nog een keer: voorzichtig kijk uit man! maar de wegwerker denkt niet aan vaartminderen.
Feilloos de lift in en uit en zonder dat ik ook maar iets raak scheuren we vijf
verdiepingen lager verder. Bij wijze
van waarschuwing roep ik over mijn schouder naar een meehollende coassistente: deze lieden kom je dus ook tegen ‘s avonds
in het verkeer! Het mag de man niet storen. Hij levert me af bij de
afdeling chirurgie en verdwijnt.
De chirurge legt me uit wat er gaat gebeuren: ik maak twee sneetjes in uw gelaat en zal dan een centimeter uit de ader wegknippen.
Ja doet u maar wat u
moet doen.
Ik verdwijn onder een groen doekje, de prikjes voelen
precies zoals de prikjes van een lieve dokter moeten voelen: je voelt ze maar
eigenlijk als korte zoete pijn. En dan
hoor ik haar aan twee assistentes uitleggen dat ze karteltjes snijdt om het
gezicht zo mooi mogelijk te laten. Het zal me op dit moment een zorg zijn, maar
bijna 70 jaar oud en dan drievrouw sterk boven je horen overleggen hoe je
gezicht zo mooi mogelijk te houden, tja dat heeft toch ook wel wat. Ik denk
nog: hoeveel van ons loopgroepje zullen dit horen als ze bijna 70 zijn?
Ik hoor haar les geven: zie
je wat ik doe, begrijp je waarom ik dit doe? Zie je wat er nu gebeurt, etc.
Ik ben nu geen hardloper, speel ook geen simulatiepatiënt, ik heb het nu uit
handen gegeven, tel mijn zegeningen en laat maar gebeuren.
Na een kwartiertje is het klaar.
Madame de chirurg denkt dat het goed gegaan is, geen
complicaties, zegt ze en als er iets is dan moet ik zonder aarzelen aan de bel
trekken.
Ik wurm me van de operatietafel in de rolstoel, plots wat
minder zeker en een beetje dizzy want met de slangen van het infuus (mijn paal
en ik blijven onverminderd aan elkaar geklonken) nu meer om mijn lijf dan naast
mijn lijf, moet ik nu tussen de beenruimte van de rolstoel een wel wat
ingewikkeld draaiende beweging afwerken.
De chirurgijn en haar leerling vertrekken en de coassistent mag mij nu
wegrijden. Voor haar ook nieuw: rolstoelduwster. Na de eerste bocht zeg ik:
stop maar even, nu kan ik best lopen naast mijn paal, voor jou is een lege
rolstoel ook veel makkelijker. Ze blijkt anders dan de wegwerker van zojuist.
We geinen een beetje: als jij nu in de rolstoel plaats neemt en ik duw je, dan
krijg je een mooie foto voor het blad van coassistenten. Bijschrijft: harloper en co-assistent: in het ziekenhuis
schuiven alle rollen. En zo probeer ik er maar het beste van te maken.
Later zal de oogarts constateren dat het oog geen schade
heeft opgelopen en de internist dat ik nu echt wel een paar maanden aan de
medicijnen moet.
Hoe zegt u?
Nou je moet wel
rekenen op een klein jaartje . Oeff , die komt binnen!
Op de middag van de derde dag ( haal ik nu Kerst en Pasen
door elkaar ?) mag ik naar huis en vind ik me terug bij de apotheek: ik krijg
uitleg over een aantal medicijnen, en dat zijn bepaald geen snoepjes. Van het
soort waar oude mensen er ook wel veel van krijgen. Veel pret met sol, maar niet zonnig, als je begrijpt wat ik
bedoel. Dit is een tweede schok: ik de hardloper ben nu ook patiënt geworden…
met een dagelijkse dosis pillen.
Hoezo D’66-ers en ander hoogopgeleid seculier en vooral
autonoom yuppendom, hoezo maak je je eigen leven? Kies ik de weg of kiest de
weg mij? Beide zijn op zijn minst ten dele waar.
(vrij naar de Zweedse mysticus en VN secretaris Dag
Hammerskjöld)
Hoe dan ook: ik vervolg weer mijn camino met open handen
.Verlost van paal met infuus, maar het effect druppelt wel door.
Benieuwd hoe de weg verder kronkelt!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten