zaterdag 9 maart 2013


Pechvogel en plak

‘Basisscholen Drenthe presteren goed ’, las ik onlangs in het dagblad Trouw.  Nu weet ik toevallig iets over het onderwijspeil in Drenthe in vroeger jaren. In 1820 kon maar liefst 81% van de trouwparen in Drenthe lezen en schrijven !  Denk dus niet te min over al die armoezaaiers in plaggenhutten op de hei, menig dorpsbrink kende een redelijk functionerend schooltje.
Ik kreeg deze gegevens van een collega rondleider, met bronnen erbij. Die heb ik niet gecheckt, (ook niet nagecheckt zoals menigeen heden ten dage meent te moeten schrijven, maar dit terzijde) ik geloof hem op zijn woord, immers: rondleiders liegen nooit. Ook al fronsen gastvrouwen en –heren in de verschillende objecten nog zo vaak hun wenkbrauwen als ze onze verhalen aanhoren: rondleiders liegen nooit, nooit!! Zodra ze met een groep op stap gaan zijn ze onfeilbaar, voor anderhalf uur Gods plaatsbekleder op aarde. Ze delen dan a.h.w. in alle eigenschappen van die ene (en binnenkort twee) in Rome. We mogen rustig aannemen dat nergens in Nederland zoveel plaatsbekleders rondlopen als in het Ned. Openluchtmuseum. Maar dit alles terzijde.
Terug naar het krantenbericht: Drentse leerlingen in groep vier scoren de laatste jaren in rekenen en taal hoger dan het landelijk gemiddelde, zo las ik. Alleen met de Cito-toets  wil het nog niet zo vlotten, maar een kniesoor die daarop let. Als ik met mijn groep ons museumschooltje binnenga is het wel duidelijk, de leerlingen waren overzichtelijk gezeten rond een simpel turfvuurtje, niks geen groepswerk of ander modern gedoe, de juf hanteerde  een pechvogel, en hield ze onder de plak. Dat betekent dat de leerling in kwestie een flinke tik over de vingers kreeg met een soort houten lepel. Het arme schaap (of het ettertje) moest hiertoe zelfs bereidwillig zijn hand uitstrekken naar de juf! Reken maar dat de hele klas gniffelend toekeek, want kinderen zijn wreed jegens elkaar.
Die collectieve erfenis is natuurlijk wel de bodem waarop het huidig onderwijs in het land van Bartje voortborduurt. Zo gezien is het niet zo heel verbazingwekkend dat ze in het Drentse land bovengemiddeld scoren!!
Niks niet hoogbegaafd. Waarom zouden die turfetertjes hoogbegaafd zijn? Wel nee, gewoon een voorspelbaar effect van pechvogel en plak . Ik roep al jaren dat de corrigerende plak en de pechvogel weer moeten worden ingevoerd in ons onderwijs. Maar ja, wie ben ik?

Op de parkeerplaats hoor ik een opa tegen zijn kleinzoon zeggen: ‘nee, je hebt een kaneelstok gehad, dat is genoeg’.  Tot mijn verbazing dringt het joch niet verder aan. Zou hij ook weet hebben van pechvogel en plak? Als dat zo is dan komen vast en zeker uit Drenthe!

dinsdag 26 februari 2013




Tutsels en frutsels

De vloerbedekking van Marian’s kamer is versleten. En als bij ons iets is versleten dan is het ook echt versleten: de gaten vallen erin! Wat gaan we doen? Laminaat? Vinyl? Linoleum? Vloertegels? En wat kost het dan, wat is het ons waard? En wie gaat het leggen? Het wordt  dus een heel proces, zoveel is alras duidelijk. En ook de koel/vriescombinatie in de keuken moet worden vervangen. Het  geval sluit niet goed meer, ook het koelgedeelte vriest en dat is toch niet de bedoeling. Bovendien maakt het steeds lawaai.
Deze week hebben we wat rondgekeken, eerst op de woonboulevard in Zuid. Marian was er vorige week al alleen op uit geweest om zich te oriënteren. We moeten naar BCC weet ze. Ik kijk mijn ogen uit: het lijkt wel een soort Mediamarkt en Action inéén. Daarna gaan we nog even naar de Kwantumhallen om naar vloerbedekking te kijken. Het is van hetzelfde pak een laken. Je kunt er zelfs koekjes en food kopen!  Maar wij keren vooralsnog onverrichterzake terug.
Vandaag dus naar IKEA. Wie IKEA zegt, zegt industrieterrein in Duiven. Eerst kijken we rond bij Leen Bakker en – ook hier - bij de Kwantumhallen. Dan gaan we naar IKEA. De firma heeft haar vestiging het afgelopen jaar uitgebreid, en de zaken maar direct goed aangepakt: het is een megavestiging geworden met een dito parkeergebeuren en een heus verkeerscirculatieplan. Als we het walhalla van koopjes-mindend Nederland betreden valt mijn mond open van verbazing. Niet dat ik er nog nooit geweest was, maar toch, het is weer een paar graadjes erger geworden: de vertutseling ten top.  Overal zie ik gadgets en hebbedingetjes, frutsels en tutsels, wat je al niet voor handige , handiger en nog handiger dingetjes kunt bedenken! Het meest wordt ik getroffen door al de opbergmanden-mandjes en dito systemen. Er is een heuse en alsmaar uitdijende opbergmarkt ontstaan. Ik zie een eindeloze variëteit aan gevlochten biezen en rieten mandjes. Plastic vakjes en bakjes in allerlei maten en vormen , al dan niet afsluitbaar. Grote en kleine bakken op wieltjes, passend onder bedden en kasten. Bakjes van hout, van stof, van papier en van karton, zoveel bakjes dat IKEA ze nu van uitleg gaat voorzien: handig om allerlei spullen in te bewaren lees ik op labels… 
De konklusie is duidelijk: winkelend Nederland verkeert in crisis: we slepen met z’n allen zoveel spullen, frutsels en tutsels onze huizen binnen dat we weldra omkomen in onze opbergsystemen: dozen op zolder, in en op de kast , dozen onder de bedden, op de overloop en in de garderobe, in de kelder en in de garage…. Logisch dat we het overzicht kwijt raken, dat we door de dozen het bos niet meer zien! Maar gelukkig is er dan altijd nog een vestiging van Action of Xenox in de buurt.
Hoezo, al dat gepraat over budgetbeheer en schulden? Het kost bijna niks, toch?

donderdag 14 februari 2013


Een prangende vraag
Het is nog december, hartje winteropenstelling, de kermis op het Zaanse plein in het openluchtmuseum is in volle gang. Het is bijna drie uur, het tijdstip van de tombola, tevens het doel van mijn bezoek, want dat evenement heb ik deze winteropenstelling nog niet bijgewoond. Ik herinner me nog hoe vorig seizoen toen ik ook getuige was van dit oude volksvermaak een joch op de wagen werd gehesen dat zijn moeder was kwijtgeraakt. ‘Nou, verloot die dan ook maar’, riep iemand achter me. De man lachte zelf het hardst. Hij vond het blijkbaar een goede grap.  Op de kermis veroorloven mensen zich soms ander gedrag dan normaal. Ik zou er wel eens een paar dagen studie van willen maken, maar dan vanaf een lekker warm plekje, vanachter een van de veldkacheltjes bijvoorbeeld, die staan opgesteld bij de tent van de grientwerkers. Rondom de kermis vind je nl. exposities van allerlei winterberoepen.  
Maar goed, terug naar de tombola. Connie heeft het over de koude winter, maar het komt niet echt over, geloof ik. Koning winter heeft zich eind december nog niet echt aangediend.
Dan nadert het uur U, en we repeteren ik koor:
Juf-frouw-Mus, juf-frouw-Mus
draai eens aan de tom-bo-la-bus.

Na een schuchter begin rolt het deuntje over het plein, allen wenden zich nu richting juffrouw Mus. Tergend langzaam brengt ze de bus in beweging, daarna opent ze het deurtje en bukt zich langzaam. Achter me hoor ik (je kon erop wachten) : wat een muts! Ook nu lacht de grappenmaker zelf het hardst.
Connie deelt prijzen uit: een biezen mandje , een springtouw, en dan: … een bon voor de poffertjeskraam! Ho!, nu wordt het serieus, het is te merken aan het publiek. Die prijs had iedereen wel gewild. Een klein joch wint een fles lijnolie, je ziet de mensen denken: wat moet hij daar nu mee? Maar het is all in de game, ook hij mag trots naar voren treden en alle mensen klappen. Connie instrueert hem: met twee handen aanpakken, het is zwaar hoor! De overhandiging verloopt gelukkig goed, vooralsnog blijft de olie in de fles. Connie had eerst nog gewaarschuwd: ‘dit is niet om te drinken hoor’, en terwijl ze de ogen over het publiek laat gaan:  ‘want dan zit je dágen op je gemak’! Het joch, maar ook de overwegend jonge ouders hier verzameld, vatten het niet, zo te zien. Tja, als je nooit uitleg hebt gehad van een rondleider, dan vat je dit soort toespelingen niet.  Voor wie ook nog nooit in het boerderijtje uit Harreveld of achter het eerste Tilburgse huisje uitleg heeft gehad: het gemak, dat is de plee.  Meestal is dat een losstaand huisje buiten het huis, als het effe kan met afvoer direct op het water. Zie Giethoorn of bij de Kaats. En waarom is er dan zo vaak een hartje uitgesneden in de deur van zo’n gemak ?
Tja, dat lijkt me nu een mooi onderwerp voor in de kantine, voor als je bent uitgepraat over Rutte II of Benedictus.  Als rondleiders kwamen we er niet uit, maar wie weet, misschien heeft iemand het antwoord op deze prangende vraag.

 

 

dinsdag 29 januari 2013

 

Deegrolletjes

Een van de slogans van het openluchtmuseum luidt: in het museum is altijd iets te doen. Zo ook vandaag op de kille zondagmiddag:
Een jongetje staat met een stok te porren in een vuurton. Snel laat hij zijn stok vallen als hij mijn badge ziet, even later is hij weer druk aan het porren.
Rijnstad Vocaal Theater trekt veel belangstelling: het kerkje zit vol, ik zit helemaal opzij achterin, lekker warm boven een verwarmingsrooster. Pech voor het vrouwvolk bedenk ik, want dat zat in het midden.  Even later realiseer ik me dat ze die vloerverwarming  vroeger in ‘sHeerenhoek helemaal niet hadden natuurlijk.
Na afloop zie ik meerdere mensen in de Huissense kas. Aha, ook even kijken. Als ik de deur open wordt ik bijkans bedwelmd door heerlijk geurende seringen. Wauw! Hoe krijgen ze het klaar dat die nu hartje winter bloeien?
Bij de Delftse molen is het een drukte van belang. Er staat een lange rij bij de opgang naar de sleetjesbaan. De molenaar ontpopt zich als een ware sleetjesvanger. ‘Nog geen ongelukken gebeurd?’
‘Nee, soms denk je dat komt niet meer goed, maar ze staan toch zo weer op !’
Op het Kindererf heerst topdrukte, het krioelt er. Er zijn meerdere vuurplaatsen op het erf, allemaal rondom tot de laatste plaats bezet. Een vrolijke boel, ieder warmt zich aan de vuurtjes en alle ogen zijn gericht op de deegrol aan het uiteind van de stokken.
Binnen weten ze me te vertellen dat ze al 2200 deegrollen hebben gedraaid….! Ik kijk op mijn horloge, het is nog maar kwart over vier! Ze moeten dus nog een paar uur!!
In de woonkeuken is het alle hence aan dek: de tafel doet dienst als werkblad voor de productie van deegrolletjes. Op een kruk helemaal achteraan in de uiterste hoek zit R heel genoeglijk het geheel te aanschouwen. Hij wenkt me vriendelijk lachend en voor ik er erg in heb heeft hij mij ingeschakeld bij het deegrollen! Niks geen handenwassen, er staan honderden kinderen te wachten en nog vele trams zijn onderweg! Er moet aangepakt!
Al na vijf minuten krijg ik het warm, jas uit, mouw opstropen, en verder: rollen maar, rolletje na rolletje leg ik op het servet in de mandjes.  Al gauw voel ik mijn schouder, ik zie dat de collega’s van het Kindererf elkaar afwisselen, rollen draaien, stokken prepareren, uitdelen etc. Maar ik zie zo een-twee-drie nog geen collega rondleider die mij afwisselt, en R is er inmiddels van tussen…., de slimmerd! Na 20 minuten vind ik het wel goed, ik heb - zeker weten - mijn PR deegrolletjes draaien verbeterd! Met een grapje en een hopelijk acceptabele smoes maak ik me uit de voeten, diep onder de indruk van het vele werk dat op een dag als deze wordt verricht op het Kindererf.

 

  

zondag 13 januari 2013


Jos en Magdaleentje

Ik bevind mij na een tocht door het donker in ons kleine kerkje uit ‘sHeerenhoek. Tijdens zo’n toch laten we mensen de duisternis ervaren zoals die vroeger moet zijn geweest toen er nog geen verlichting was. Terwijl in mijn lange zwarte cape afdoe komen enkele bezoekers  binnen. Zo te zien en te horen een keurig Hollands echtpaar, goed gekleed, verzorgd taalgebruik, IZA-verzekerd. Dat laatste veronderstel ik want we worden vandaag overspoeld door IZA clientèle. De vrouwelijke helft van het stel kijkt belangstellend rond in deze haar totaal onbekende religieuze ruimte. Ze vraagt zonder enige gêne ‘meneer is dit een katholieke of een protestantse kerk?’ Zover is de secularisatie dus voortgeschreden, denk ik. Ik schrik er een beetje van . Oké, je hoeft van mij niet kerkelijk te zijn, maar je moet onze  klassieken toch een beetje kennen. Dat mensen met schooldiploma’s op zak (want IZA-verzekerd)  zo weinig idee hebben van reformatie en contrareformatie dat ze er in een kerk niets van kunnen terugvinden, dat gaat mijn pet te boven.
Maar goed ik ben de beroerdste niet en wijs op de centrale plaats van de preekstoel en op de afwezigheid van een altaar en van heiligenbeelden. Protestants dus. Ik heb geloof ik ook nog verteld dat in protestantse kerken alles draait om de bijbel, beschouwd als het woord van God en om de uitleg daarvan vanaf die preekstoel. De mensen zaten letterlijk onder het Woord, zeg ik, omhoog wijzend naar de kansel, maar dit idioom ontgaat haar. In  katholieke kerken, zo zeg ik, staat de altaartafel centraal, daar is de mis het belangrijkst, de uitleg van het woord is daarbij een onderdeel. Tja, als ik dan toch bezig bent dan doe ik het afwezige katholieke gebouw er maar bij.
Ze kijkt me aan met een ontroerend open blik en bedankt me vriendelijk voor de uitleg.
Op weg naar huis zie ik in gedachten dominee de kansel bestijgen en hoor hoe ’s mans woorden de ruimte van ons kerkje vullen. Ik zie de kerkgangers voor me, de vrouwen met bedekt hoofd in het midden, de mannen aan beide kanten terzijde. Plots stel ik me voor hoe Jezus uit Nazareth zich incognito tussen de mannen bevindt.  Zou hij in ’s mans woorden en in de hele entourage iets herkennen uit zijn zo lang geleden vorig leven?  Waarschijnlijk zou hij zich in goed Hollands Jos v. N. noemen.  En dan, terwijl ik moet wachten voor een stoplicht, zie ik tussen het vrouwvolk Maria Magdalena  zitten.  Ik meen te zien hoe Jos en Magdaleentje af en toe heimelijk oogcontact hebben, daar in ons kerkje uit ’s-Heerenhoek. Een blik van verstandhouding, zo van: ‘had je dat nou bedoeld Jos?’ Of: ‘weet je nog van die kruik, toen ik je de voeten waste?’ Ik zie bij Jos een klein glimlachje. Het is leuk fantaseren zo in de auto.

Mijn vrouw zegt later die avond: ‘dat van die kruik kun je beter weglaten, ik denk dat de helft van het museumvolk dat al niet meer begrijpt’. Tja, dan weet ik het ook niet meer.  Maar misschien ging het oogcontact alleen maar over straks na afloop van de dienst, ‘ga je mee, de tocht door het donker?Er schijnt een wolf gesignaleerd, spannend…!’    

P.S. De spellingscontrole adviseert voor Magdaleentje: zangtalentje of maagtabletje…..

 

dinsdag 25 december 2012

 
                                         Kerstnacht  in Harreveld
 
Het schemert al als ik in het museum de Gelderse buurt inloop en blijf staan bij het pittoreske boerderijtje uit Harreveld. Bezoekers hebben vaak veel aandacht voor de gebouwen en voor de inrichting ervan. Mij boeit dat niet zo, ik geef mij graag over aan beschouwingen over hoe mensen in deze gebouwen hebben geleefd. Zo ook nu. Ik stel me erve Te Stroete, zo heette de boerderij in Harreveld,  voor in een kerstnacht, laten we zeggen de kerstnacht van 1906. In die tijd woonde daar Johannes Reinders met zijn vrouw Janna. Volgens plaatselijk gebruik werden ze Strootjan en Strootjanna genoemd, naar de naam van de boerderij. Ze hadden één zoon, ook Johannes genoemd.

Strootjanna, zo stel ik me voor, slaapt onrustig in de bedstee, wat wil je in zo’n bijzondere nacht, de nachtmis begint om vier uur, stel je voor dat ze te laat zouden komen! Dat zou een schande zijn! Ze heeft een olielampje laten branden bij de klok zodat ze kan zien hoe laat het is. Om 3 uur  port ze Strootjan wakker: Opstaan Strootjan, het is tijd! Bij het licht van de olielamp kleedt ze zich om. Haar kleren had ze gisteren al uit de kist gehaald en klaargelegd op een stoel evenals haar mooie, netjes gesteven muts. Ook Strootjan , zo stel ik me voor, knoopt zich in zijn beste pak. En reken maar dat Janna dat gisteren nog heeft nagekeken, want in deze hoogheilige nacht moet je goed voor de dag komen! Ze hoeft geen vuur te maken om water te koken want ze moeten nuchter blijven voor de heilige communie. Dat scheelt al weer een beetje (elk nadeel heb z’n voordeel zou Cruijff  negentig jaar later zeggen). Nee, ze mogen niets eten of drinken, gelukkig sneeuwt het niet, het lijkt een slappe winter te worden, dus ze lopen straks niet het gevaar per ongeluk iets door te slikken! Dan zouden ze niet ter communie mogen… Trouwens, ze zou het vuur toch niet kunnen laten branden want stel je voor dat de kat…
 
Als ze is aangekleed en haar keurig gesteven Achterhoekse muts heeft opgedaan, licht ze de kleine Jan van bed. Het joch krijgt een  pofbroek , trui en jas over zijn ondergoed en dan gaan ze de duisternis in. Kleine Jan, is de afgelopen dagen al voorbereid op dit bijzondere gebeuren: midden in de nacht naar de kerk! Hij zeurt dus niet om zijn bordje pap, vol verwachting loopt hij tussen pa en moe de duisternis in. Goed opletten, zegt Janna, dat je niet in de modder trapt. Ze heeft gisteren de klompen van alle drie, door pa zelf vervaardigd,  extra mooi schoon geschuurd. Pa en moe houden hem stevig bij de hand.  
Het is stikdonker, voor zich horen ze stemmen van de Reurings en die van Klein Goldewijk lopen een eindje achter hen. Ze lopen stil, pa en moe praten zachtjes, soms hoort Jan de steentjes knersen onder de klompen. Best spannend zo in het duister. Jan ziet haast geen sterren.
In het dorp lopen meer mensen op straat. Bakker Wissink heeft een olielamp buiten gezet. De deuren van de grote kerk staan open. Al op afstand ziet kleine Jan de kaarsen branden, heel veel kaarsen. Veel mensen zijn al aanwezig. Tussen pa en moe in betreedt Jan de zee van licht. Aan beide zijden van het altaar staan  grote stellages met brandende kaarsen. Dat is mooi ! Het koor zingt al kerstliederen, de herdertjes lagen bij nachte, en : hoe leidt dit kindeke . Het is heerlijk warm tussen al die mensen.
Dan komen de priesters binnen, drie paters franciscanen uit het klooster. Een plechtige mis met drie Heren !! Janna had het al gezegd. Het koor zet in: Puer natus est nobis, filius datus est  Voor de Harrevelders geen ratio maar beleving. Ze hebben geen vertaling nodig. Zelfs kleine Jan weet: God is geboren!! Het gloria duurt een beetje lang maar dan leest een van de paters het verhaal voor van Jezus in de stal en de herders op het veld. Jan luistert aandachtig, dat verheel kent hij! Een andere pater houdt daarna een plechtige preek. Af en toe geeft   Janna een por aan Strootjan, die indommelt. Ook Jantje knikkebolt een beetje in de warmte tussen al de grote mensen. 

Na de mis, zo rond  6 uur, wenst iedereen elkaar achter de kerk Zalig Kerstfeest. Kleine Jan doet ijverig mee. Pa en moe blijven even op het plein staan praten met buren.  Dan lopen de families het dorp uit, weer hand in hand over het donkere landweggetje, tot ze bij de boerderij zijn.  Pa steekt een olielamp aan in de donkere ruimte en moe doet snel een werkschort voor en maakt vuur. Jan krijgt een stuk krentenmik zoals moe had beloofd, want het is kerstmis. Dan legt ze hem weer in de warme bedstee, spoedig is hij in diepe slaap. Strootjan en Janna zitten nog even bij het vuur en eten een stuk krentenmik bij de pap , want het is kerstmis. Dan verruilen ze hun beste kleren voor het werkgoed, Strootjan gaat naar de koe en Janna vult de grote pot voor de soppe.  Want kerstmis of niet, op Te Stroete is altijd werk te doen.

 

 

vrijdag 7 december 2012



Een Brabantse verpleegster

De familie komt uit West Brabant. Ze hadden lang getwijfeld tussen een dagje Floriade of een bezoek aan het Openluchtmuseum. De Floriade kun je maar eens in de paar jaar bezoeken, maar ook voor deze familie gaat er blijkbaar niets boven het openluchtmuseum. Ik sta daar niet van te kijken, het is immers het meest bezochte museum buiten de randstad, er is altijd wat te beleven en het  weet mensen altijd te raken.
Oma (83 jaar) wil naar het Kruisgebouw en naar een grote boerderij uit Etten-Leur, zo is me gezegd, want daar is ze opgegroeid en ze heeft lang gewerkt in de verpleging. Dus leid ik het gezelschap naar de tram richting Brabant en loop daar met ze naar ons Groene Kruisgebouw.
Als ze voor het gebouw een oude solex ziet, vliegt ze eropaf, grijpt het stuur en vertelt haar verbaasde familie ‘met zo’n ding ben ik  nog eens uit de bocht gevlogen!’  Eenmaal binnen komen er allerlei herinneringen boven, ik beluister brokjes levensgeschiedenis:  een  groot gezin, na school 7 jaar thuis geholpen op de boerderij en uiteindelijk  de verpleging in, blij dat ze weg kon onder moeders vleugels vandaan. Dit laatste had ik eerder gehoord tijdens een inleiding voor de rondleiders over de geschiedenis van de gezondheidszorg. (Rondleiders moeten nl. van velerlei thuis zijn.) Als jonge vrouw had je niet veel mogelijkheden om ‘verder’ te komen en de sociale druk van het dorp achter je te laten. Leerling verpleegsters moesten wel intern bij de nonnen in het ziekenhuis, maar ze woonden toch in de stad! Na hun basisopleiding behaalden sommigen nog een aantekening voor ‘de wijk’. Als wijkzuster was je zeker voor de tweede wereldoorlog iemand met aanzien, ze hoorde in het rijtje pastoor, dokter, notaris! Je had goede kans een dokter aan de haak te slaan, maar er waren er ook die zich ontpopten als een geduchte konkurent van meneer de dokter! 

Onze oma vroeg om vrije zondagen, ze werd de eerste lekenverpleegster in het ziekenhuis in Roosendaal die vrije zondagen kreeg. Ze werkte 52 uur betaald ‘en de rest was voor Gods lof! Later kwam de 48 uur, dankzij de bond. Ma vond dat maar niks!’

Ze werd verliefd op een patiënt, dat was een tegenvaller voor de nonnen, ‘maar ja, één paar schoenen voor het bed leek me ook niet alles’. Ze ging trouwen maar ze bleef wel werken, ‘sommigen vonden dat maar niks’.
 ‘Dus u was een soort pionierster’ vraag ik.
 ‘ Wat zegt u? Nou, eigenlijk wel ja’
Bij de uitleenartikelen vertelt ze hoe je de verschillende soorten ondersteken op hun plaats schoof.  Dat is nog een hele kunst, zo leer ik.

De climax komt wat mij betreft even later in het tweede Tilburgse huisje. Met zachte stem, om het niet te laten horen aan alle omstanders, bekent ze me dat ze eens bij een lijk in de bedstee is gekropen. Natuurlijk luistert de hele groep extra scherp want ze heeft dan allang een sfeer gecreëerd van ‘ons mam op de praatstoel’ (alles is nu dus onderdeel van het familiearchief, maar dit terzijde). ‘Die man, die lag niet handig. Ik ben erbij in gekropen, en ben me toch sjorren geweest voor ik hem omgekeerd had liggen! Dat viel niet mee hoor!  Oh, ik heb van alles meegemaakt joh…’

Even verder, als we de beugelbaan naderen wijst ze vooruit. ‘Da’s Etten-Leur’, zegt ze zonder enige aarzeling.
‘Hoe ziet u dat?’
 ‘Da-zie-de gewoon !’
 
Rondleiden is boeiend, soms heel boeiend.