maandag 19 september 2016


Boer Bunninga en Trijntje

Naar Kloostergaarde, zoals de boerderij uit Beerta die nu in het openluchtmuseum staat eigenlijk heet. Ooit was het een buitenhof van de Norbertinessenabdij in Heiligerlee. Maar dat is lang geleden. Op de imposante deel van de boerderij neemt verteller Vincent me mee naar de crisis in de landbouw rond 1920. Die crisis heeft ertoe geleid dat de boedel van boer Bunninga (gefingeerde naam) later die middag zal worden geveild.  Het is al tijden onrustig op het Oldambt. De landarbeiders willen meer loon, maar de prijzen zijn gedaald. De boeren zoeken een uitweg in mechanisatie.
Natuurlijk heeft ook Bunninga gemoderniseerd. De machines naast ons op de grote deel getuigen daarvan. Elke machine bespaart op mensenhanden en betekent nog meer banen op de tocht. Dat leidt tot spanningen. De communisten roeren zich.
Douwe – de eerste arbeider – zit klem tussen zijn vrouw en zijn broer, een strijdbare communist enerzijds en boer Bunninga anderzijds. Zijn leven lang heeft hij voor Bunninga  gewerkt, dat schept een band. Mooi hoe Bunninga hem meeneemt naar de Dollard en ze zich voorstellen hoe heel het vergezicht tot Emden aan de einder één grote vlakte wuivend graan is. Allebei hebben ze hart voor de klei van het Groninger land, allebei genieten ze ervan hoe de ploeg door die vette klei snijdt. Maar de zaaimachine en de zelfbinder, daar opzij opgesteld, hebben wel de nodige arbeiders overbodig gemaakt. Daar zit Douwe mee. Hij wil Bunninga niet afvallen, maar zijn broer ook niet. Het is het museum ten voeten uit: de grote sociaal economische politiek teruggebracht tot of opgebouwd vanuit het micro niveau.
Niet elke bezoeker echter komt naar het museum om naar verhalen te luisteren. Na twee of drie minuten, als Vincent net bezig is het verhaal op te bouwen, staat een oude man op. Zijn vrouw, hun volwassen kinderen en kleinkinderen volgen hem tussen de strobalen door naar buiten. Vincent laat zich er gelukkig niet door van de wijs brengen, de rest van het auditorium luistert geboeid. 
Prachtige zinnen zitten er in het verhaal: als je niet oppast zaait die zaaimachine voor de vogels! Ogenblikkelijk zie ik in gedachten boven het weidse land een zwerm vogels dankbaar neerdalen achter de door het paard voortgetrokken machine.
En ik hoor boer Bunninga verkondigen: de boeren voorzien ons land van voedsel, ons land begint bij de boeren!  Het is alsof ik mijn bloedeigen broer hoor, hij bestiert ook een boerderij in het Oldambt. Maar ze hebben het mis, mijn broer en boer Bunninga,  ons land begint niet met de boeren, ons land begint met Trijntje, 7000 jaar geleden! Haar skelet is het oudste skelet dat in Nederlandse bodem is gevonden. Ze was geen boer, zeker weten, die waren er 7000 jaren geleden nog niet! En ze leefde niet bij de Dollard maar in Giessendam. Ze kreeg de naam Trijntje vanwege de treinen die daar nu over de Betuweroute rijden. En ze komt naar  ons in het openluchtmuseum, als onderdeel van het canonvenster prehistorie!  Ik heb het Willem Bijleveld zelf horen zeggen aan het begin van dit seizoen, hij glom tot achter zijn oren! We zullen allemaal in de rij staan om haar te bewonderen. Ik vrees echter dat de oude bezoeker die voortijdig vertrok ook aan het verhaal van Trijntje geen boodschap zal hebben.


dinsdag 30 augustus 2016

Ik ga op reis en neem mee

Slaven hadden natuurlijk geen bagage bij zich.  Maar ze namen wel verhalen mee, vooral Anansiverhalen, die hadden ze in hun hoofd. Wat in hun hoofd zat ging mee aan boord.  En Anansi zelf was ook aanwezig, die spon draden waarlangs hij op en neer kroop in de scheepsruimen. Overal ging hij met hen mee,  ook op de plantages zagen ze hem overal. Aldus Julian, de verteller van vandaag, in het theekoepeltje in het openluchtmuseum. In dat koepeltje worden sinds enige tijd Anansiverhalen verteld. Al twee keer eerder was ik ernaartoe  gegaan, maar beide keren zat ik moederziel alleen onder de daar opgestelde Anansiboom. Vandaag probeer ik het opnieuw, driemaal is scheepsrecht. Ik tref Julian.
Even denk ik dat hij verhalen gaat vertellen aan het groepje Russen dat tot onze verbazing de koepel betreedt, maar nee de Russen gaan weer verder.  Anansi dus niet naar Rusland vandaag. Even later komt Leila binnen met broertje en ouders, en net als Julian wil beginnen komt ook Nienke met haar ouders en broertje.  Julian vertelt dat Anansi een echte spin is maar ook wel een beetje op een mens lijkt. Kijk maar, zegt hij, wijzend op de afbeelding. Ja, de kinderen beamen het, hij heeft ook een beetje een mensengezicht.
Anansi wil naar een feest maar moet betalen om binnen te komen, hoe moet dat nu? Dan verneem ik dat Anansi heel slim is, veel ziet en met zijn spinnenoortjes heel goed kan horen. Ik leer dat kakkerlakken heel harde werkers zijn en dat de haan ‘s morgens heel hard roept: kukkelekúú, ik wil niet op het menúú, en nog veel, veel meer leer ik.   Het wordt leuk als Anansi eenmaal op het feest –natuurlijk lukt het hem daar te komen -  wil dansen met Leila en ook Nienke in het verhaal wordt betrokken. Iedereen luistert geboeid hoe Anansi iedereen te slim af is.  Na afloop doet zelfs het kleine broertje van Nienke een tekening van Anansi in het verzamel-vogelkooitje. Blij verrast door dit onverwachte intermezzo verlaten de ouders met hun kroost het koepeltje met die vreemde Anansiboom.

Als ik een uurtje later vanwege de regen even wil schuilen in de boerderij uit Kadoelen ontwaar ik daar een aantal kinderen met vier moeders. Ze zitten met zijn allen in een grote kring op de lemen vloer. Ze zitten met de ogen dicht, tenminste dat lijkt de bedoeling, ik zie er een aantal smokkelen.  Een van de moeders loopt al huppelend met een doekje in de hand  rond de kring en allen zingen het mij bekende riedeltje:
 Zakdoekje leggen,
Niemand zeggen,
Ik heb de hele nacht gewaakt.
Twee paar schoenen heb ik afgemaakt:
Ergens in mijn bovenkamer springt een deurtje open en moeiteloos haak ik in:
Een van stof en één van leer,
hier leg ik mijn zakdoekje neer.
Op weg naar huis bedenk ik dat ook dit liedje ongetwijfeld als eens Anansi in de hoofden van landverhuizers meegegaan is naar Zuid Afrika, Canada en elders.


maandag 8 augustus 2016


Als je te vroeg springt ben je te vroeg 

Het had een uitdrukking van Cruijff kunnen zijn: het geel was uit de wind gegrepen. Maar ik hoorde hem uit de mond van een voetbalanalist tijdens het W.K.  Hij sprak ook over geelwaardige overtredingen, dat zijn overtredingen waarvoor de scheids had moeten fluiten.De man is uiterst deskundig. Ik leerde veel van hem.Je moet keuzes maken in het sturen.Als je niet stoort kan de bal ongestoord rondgaanAls het niet verder kan kan het terug.Als je te vroeg springt, ben je te vroeg, maar als je te laat springt ben je ook niet op tijd.Of het nu oogstrelend is of niet, de meters moeten toch gemaakt wordenSoms bleek de man voorspellende kwaliteiten te bezitten:Er komt een spetterende verlenging aan.Meer geluk gaan de Portugezen niet krijgen.Vooral tijdens de finale was mijn analist goed op dreef. Nani, daar gaat hij, langs twee man, nog eens door twee man heen, maar dan vergeet hij de bal…Als een speler op de grond ligt: typisch geval van een watje, de boel belazeren. Voortaan dit begrip dus niet meer verkeerd gebruiken!Mijn analist beschikt ook over psychologisch inzicht: het lijden van het spelen zonder Ronaldo bevrijdt nu de spelers, zo lijkt het. En over dezelfde Ronaldo langs de zijlijn: hij gedraagt zich zoals een coach doet: het is tijd, zegt hij, ook al is het geen tijd. Aha, dat moet een coach dus doen, behalve keuzes maken in het sturen ook nog de tijd manipuleren. Nu begrijp ik waarom het zo’n goed betaalde baan is. Ook coaches worden trouwens beoordeeld door de analist. Over een wissel na een doelpunt: dit is geen plan B, dit is plan E, een slechte wissel!! Tot slot overziet de analist nog eens het hele toernooi: het is een slecht toernooi, en ik heb altijd een hele brede kijk gehad. Hij zegt het zonder blikken of blozen, terwijl zijn hondje door de studio loopt, want ook dat behoort tot het format van de uitzending.Volgens mij was veel van het gebabbel geelwaardig, totaal uit de wind gegrepen, maar wie ben ik? 



zondag 24 juli 2016



De Vrede van Nijmegen

Als ik naar buiten kijk zie ik tot mijn schrik dat het regent. De hele week heeft de zon geschenen. Bloedwarm was het en kurkdroog. En dan nu, juist nu ik naar het station moet voor dag vier van de Nijmeegse Vierdaagse begint het te gieten. Vlug graai ik een papiertje uit het bakje voor onze boodschappenlijstjes en schrijf: plensbui, de auto staat geparkeerd op de parkeerplaats achter het station. Dat zal ze ongetwijfeld begrijpen.
Tien minuten later als de trein zich in beweging zet is het weer droog. Had ik toch maar net als gisteren de trein van 6.30 uur genomen, denk ik, dan was er niets aan de hand geweest. Toen had ik bij uitzondering die trein genomen maar vervolgens op de Wedren een half uur in de rij gestaan om mijn polsbandje te laten scannen. Dat zou me niet nog eens gebeuren dus ik koos weer de trein van 7 uur teneinde eenmaal op de Wedren zo door te kunnen lopen. Gelukkig bleek dat weer het geval te zijn, maar nauwelijks vijf minuten later braken de hemelvliezen opnieuw, en hoe! Met bakken kwam het uit de lucht. Gelukkig bood Pieter me een kilometer verderop, zoals gehoopt,  een kop koffie aan. Ik was niet de eerste, zijn hal en keuken waren al besmeurd door zompige schoenen van mijn voorgangers, dus ik aarzelde geen moment. De goeierd bood me ook nog een broodje aan. Misschien kwam die wel in mindering op de proviand voor de zes (!) lopers die bij hem logeerden en die hij later die ochtend elders op de route zou foerageren. De gastvrijheid in Nijmegen is in deze week grenzeloos.
Gesterkt voegde ik me luttele minuten later weer in het schier onafgebroken lint van plastic poncho’s en paraplu’s.  Na anderhalf uur echter hield het op en werd het weer wandelen als usual deze week. Dat wil zeggen: hoofdbedekking, factor 50 op armen en benen, en water, veel  water. Water om flesjes te vullen, want o wat is lauw water vies! En water uit tuinslangen. Wat zijn er langs de routes van de Vierdaagse veel mensen in het bezit van tuinslangen. En wat doen ze hun best om ons lopers af te koelen! Veel mensen vinden dat heerlijk, houden hun hoofd, hun hoed of pet, hun handdoek onder zo’n slang om z…nat hun weg te vervolgen. Ik ben echter duizend doden gestorven. Kijk je even naar links dan krijg je van rechts een spriet ijskoud water in je rug, kijk je even naar rechts dan staat er links een olijkerd die met de beste bedoeling een straal ijskoud leidingwater op je buik richt. Ik stuur een appje naar mijn kinderen waarin ik – hoewel lid van Amnesty -  kenbaar maak sinds deze Vierdaagse voor herinvoering van de doodstraf te zijn,  voor mensen die met tuinslangen op mensen richten wel te verstaan.
Hoe later in de middag hoe meer ik mijn aandacht moet richten op die gevaarlijke tuinslangen en hoe minder ik dus geniet van het vele waarvan te genieten valt. De vriendelijke haast dankbare gezichten van de mensen als je een tomaat, dropje, schijfje appel of iets anders uit hun mandje haalt. En dan te bedenken dat we met duizenden passeren en dat die vriendelijkheid twee uren later niet minder zal zijn.  Er zijn aanwonenden die er volgens mij kapitalen aan uitgeven, terwijl toch echt – zoals het raam van een kadootjeswinkel in Arnhem vermeldt – het mooiste geschenk hun glimlach is. Maar nee hoor, ze voegen er kilo’s pepermuntjes en tomaatjes aan toe.
Voor mij als taalliefhebber valt er ook veel te genieten. Wat is het Nederlands toch poëtisch denk ik vaak. Hoewel, niet alles ontstijgt het niveau van rijmelarij natuurlijk. Wat te denken bijvoorbeeld van stamp, stamp, stamp, naar het scoutingkamp ? of Hamer betonbedrijf, hart voor beton ? Maar Sinterklaas, - natuurlijk staat hij ook weer langs de route, malloten staan immers niet alleen bij de Tour de France - vindt het misschien wel leuk.
Het blijft een wonderlijk gebeuren die Vierdaagse. Later die dag treffend samengevat door good old Willibrord Frequin, eens vermaard en berucht journalist. Hij was diep emotioneel getroffen door de vriendelijkheid en hartelijkheid van de honderdduizenden langs de route. Als we al die machthebbers, tirannen, graaiers en andere malloten nou eens afschieten, zei hij, en alleen het Vierdaagse-volk overhouden, wat zou de wereld dan prachtig zijn.  Inderdaad, alleen jammer dat er wel eerst een genocide voor nodig is. Ik denk dat ik de internationale strafhoven iets alternatiefs ga adviseren: alle tirannen, graaiers, bankiers en korte lontjes onderdompelen in de ‘Vrede van Nijmegen’ door ze vier dagen verplicht mee te laten lopen.  


maandag 27 juni 2016



Prangende Vragen

Als jullie iets willen weten, dan vraag je dat maar. Wat ik weet dat kan ik je vertellen en wat ik niet weet, nou dat zoek ik dan in de loop van de week wel op. Meteen steekt een meisje haar hand omhoog: meneer, bent u voor Ajax of voor PSV?
Mijn antwoord luidt naar waarheid: voor PSV.  Ik ben voor Ajax, zegt het meisje. En ik ook zegt haar vriendinnetje. Oh, reageer ik oprecht verbaasd dat dit zo’n prangende kwestie is voor kinderen van een internationale basisschool, en waarom zijn jullie voor Ajax? Het antwoord luidt: Ajax vinden wij leuk. Vindt u Ajax niet leuk? Nou  ik vind PSV leuker, antwoord ik. Maar dan willen ze weten waarom ik PSV leuker vind. Ik begin nattigheid te voelen en zeg dat we nu eerst aan de rondleiding gaan beginnen. We lopen naar de waterput bij het boerderijtje uit Harreveld en ik vertel dat de mensen in deze boerderij geen kraan en zelfs geen pomp in huis hadden, dat ze al het water in emmers uit deze put moesten halen. Kunnen jullie je dat voorstellen? Denk eens na hoe vaak jullie thuis de kraan opendraaien. We inventariseren:  opstaan, naar het toilet gaan, douchen, tanden poetsen, thee maken enz. enz.  Hier hebben wel acht tot elf mensen geleefd zonder water in huis!  Aan de gezichten zie ik dat het binnenkomt. Kom, zeg ik, laten we maar eens gaan kijken hoe ze dat deden, een boerderij ging je altijd aan de achterzijde binnen, dus dat gaan wij nu ook doen.
Als ik me omdraai staat de vragenstelster van zojuist weer naast me: meneer waarom vindt u PSV dan leuker dan Ajax? Nou, ze kunnen goed voetballen, zeg ik, en ze zijn kampioen. Maar vindt u dat Ajax dan niet goed kan voetballen? Ja ook wel, maar niet zo goed als PSV zeg ik terwijl we de donkere ruimte betreden. Het schemerduister doet het gesprek verstommen en ik pak de gelegenheid om de aandacht te bepalen bij het open vuur, de rook, de beperkte ruimte van de bedstee, de potstal enz.
Op weg naar ons ‘Amsterdam’ beginnen ze weer. Wat vindt u dan niet leuk aan Ajax? Ik leg ze uit dat we hier in het oostelijk deel van Nederland zijn en dat de mensen hier nogal verschillen van de mensen in het westen. Nou, zij vinden Ajax wel leuk.
We bezoeken het postkantoor – waar je het zakje met je maandloon kon inleveren, je rekeningen kon betalen, want je kon nog niet pinnen (!) en waar je kon opbellen – het gastarbeiderspension en het café. De presentaties van  Willy Alberti en Tante Leen vinden ze stom. Ik vertel dat het grote sterren waren en dat bijna alle groepen hier staan mee te zingen.  Aan de gezichten zie ik dat ze daar niets van kunnen begrijpen, het staat minstens zo ver bij hun vandaan als de waterput bij Harreveld zojuist. Het leukst van het café is dat alles daar is vastgelijmd.
We gaan naar de tram: meneer, wie vindt u beter, Messi of Ronaldo? Ik vind Messi beter, maar mijn kwelgeesten uiteraard Ronaldo. Gelukkig fluit de conducteur bijna onmiddellijk op zijn fluit en ben ik tot de achterzijde van de kasteelboerderij van ze verlost. Maar dan, bij het oversteken van de tramrails richting de molens willen ze weten of ik voor Real Madrid of voor Barcelona ben. Gelukkig blijken we het nu eens te zijn. Ik vertel ze over de zaagmolen en laat ze een foto zien van een groot houtvlot. Bij de poldermolen haal ik het kaartje van Nederland uit mijn tas waarop de helft van ons land blauw staat ingekleurd. Meters onder de zeespiegel. Zowaar, hier kan geen voetbalclub tegen op !

Ze gaan picknicken en daarna zullen ze naar de collega’s van educatie gaan. Ongetwijfeld zullen de twee vriendinnetjes dan weer hun prangende vragen stellen.

dinsdag 7 juni 2016

Leren fietsen in Kadoelen

“We vragen ons altijd af in welke bedstede hij nou geboren is, die linker of die rechter.” Die opmerking was blijven hangen en daarom ben ik  op een mooie woensdagochtend op weg naar het schooltje in het openluchtmuseum om gastvrouw Aag eens nader uit te horen over de relatie van haar familie met de boerderij uit Kadoelen.
Allereerst vertelt ze me dat het over haar vader gaat. Die is daar in 1912 geboren. Haar grootvader woonde toen als pachtboer  op de boerderij in Kadoelen. Dat Kadoelen was een klein gehucht in de gemeente Sint.Jansklooster, vertelt ze. Maar in 1919 heeft haar opa die meer koopman dan boer was, de pacht opgezegd want het was daar onvruchtbare grond, en is fietsen gaan verkopen. Hij moest de mensen ook leren fietsen!  Kijk dat zijn nog eens tijden, denk ik. (Moeilijk voor te stellen dat dat nog maar 100 jaar geleden is. Mijn eigen opa moet dat ook meegemaakt hebben als volwassen man, maar dit terzijde) Weldra verkocht hij ook elektrische spullen die toen voor het eerst op de markt kwamen. Hij was dus de man die in Kadoelen de vooruitgang verkocht, zullen we maar zeggen.
 Aag meent te weten dat er drie boerderijen dicht bij elkaar stonden. Een staat er nog, een is er afgebroken en de ander staat nu in het museum. Van dat gehucht is niets over, vertelt ze. Wel is er nu nog een straat met de naam Kadoelen. De boerderij heeft ook een naam gehad maar die is ze vergeten. Haar vader heeft er dus gewoond tot zijn zevende jaar. Maar hij heeft er nooit veel over verteld, eigenlijk alleen maar aan Aag, zijn oudste. Hij had er natuurlijk ook weinig herinneringen aan. Toen Aag in het museum werkte en er eens met familie en kleinkinderen rondwandelde werd ze niet geloofd toen ze zei dat vader, respectievelijk opa, in deze boerderij is geboren! Maar later is het wel duidelijk geworden, zegt ze, want er is een boekje met interviews waarin hij ook op foto’s staat. Later bleek hij ook nog wat ansichtkaarten te hebben. “Maar als ik nu soms met familie in de boerderij uit Kadoelen sta”, zegt ze, “vragen we ons altijd af in welke bedstee hij geboren is, in de linker of in de rechter.”
Nu ik dit tik vraag ik me af of dit niet een mooie vraagstelling is voor onze wetenschappers. Kom, duik daar eens in, denk ik: in welke bedstee is de vader van Aag geboren? Wat zou het leuk zijn als ik staande voor de woonkeuken van Kadoelen en wijzend op de deurtjes van de bedsteden quasi toevallig kan zeggen: in die linker (of rechter) is de vader van een van onze collega’s nog geboren. Ik zie de verbaasde gezichten al voor me. “Hoe zegt u?” “ Is dat echt waar?”
Deze vorm van personaliseren is veel leuker dan het praten over jaartallen en gebinten! Een bevalling in zo’n bedstedekast! Volgens mij laten we dan onze gasten geschiedenis mee maken, en dat wil het museum zo graag. Dus wetenschappers, zet hem op! Het rondleidersgilde zal jullie dankbaar zijn.
Overigens weet Aag over haar grootvader nog iets te vertellen: de goede man heeft niet alleen fietsen en elektra, maar ook de eerste auto in Kadoelen verkocht. En het mooiste is dat hij eerst zelf in die auto een rijbewijs heeft gehaald! En dat rijbewijs, zegt Aag  – gewoon de straat een paar keer op en neer rijden – is hij zijn hele leven blijven verlengen! Hij schijnt zelfs als een Max Verstappen avant la lettre over een ophaalbrug gereden te zijn terwijl die al omhoog ging…


zondag 29 mei 2016

28 mei, een zaterdag

De wekker roept om half acht. Ik trek haastig mijn looptenue aan en spoed me naar beneden. In het halletje haal ik de krant uit de brievenbus. Dan begint het gevecht tussen mijn nieuwsgierigheid naar de krant en het op tijd klaarmaken van mijn ontbijt. Vandaag ben ik sterk, ik dek de tafel, eet mijn twee boterhammen en zet me dan met een kopje thee aan de krant. Ja, Kruijswijk heeft een lelijke val gemaakt maar hij heeft het aan zichzelf te wijten. ‘Ik heb het zelf verkloot’, zo lees ik. Hij wilde in de afdaling nog even wat eten. Tja, dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden, denk ik. Straks tijdens de loop zal zijn val uitgebreid  gespreksonderwerp zijn, zo denk ik. En inderdaad, voortdurend komt de dramatische val van de roze truidrager ter sprake. Ik ben blij dat ik al even de toedracht in de krant heb kunnen lezen, want de meeste loopmaatjes zijn zo van het bed al dan niet met een boterham in de auto naar het verzamelpunt gereden. Ik kan dat niet. Het huis verlaten zonder eerst de krant in te zien, dat voelt alsof je je tanden niet hebt gepoetst. Mission impossible voor mij.
s Middags viert de buurtvereniging haar 25-jarig bestaan. Uiteraard tijdens een meeting op ‘het veld’ zoals ons Burgemeester Brandtplein in de wandelgangen heet. Het staat al weken op de kalender, deze reünie willen we niet missen. Ik word begroet door Norie. In geen jaren meer gezien. De jonge oma van nu oogt niets veranderd. En dan Heidi, aan wie we ooit ons huis aan de Bosweg hebben verkocht. Inmiddels is ze een aantal levens verder, maar nog steeds dezelfde gloedvolle verschijning. Ze begroet me met drie zoenen en we zijn meteen in een geanimeerd gesprek. Later zal Marian me precies vertellen wie hoeveel kleinkinderen heeft en andere inns en outs. Ik deel folders van de Bedriegertjesloop uit aan sportieve buurtgenoten en hoor een aantal redelijke en ook verzonnen smoezen. Dan speecht de voorzitster, en ook de eerste voorzitster ooit, Mieke. Leuk dat ze haar uitgenodigd hebben! Vol élan vertelt ze over de eerste tien jaren. Ook Heidi krijgt de microfoon, ze doet in élan niet onder voor Mieke! De wethouder houdt een gelegenheidspraatje en dan wordt het nieuwe logo onthuld van de hand van buurvrouw Barbara. Een leuk ontwerp! Terwijl allerwege met een glaasje in de hand de lof wordt uitgesproken over dit ontwerp begint de speciale gast te spreken, schrijver en presentator John Jansen van Galen, geboren en opgegroeid aan de Bosweg. Hij vertelt dat de buurt in de oorlog het plein had verkaveld in illegale maar wel gedoogde volkstuintjes en dat er toen al een bloeiende buurtvereniging bestond. Hoezo 25 jarig jubileum??? De hele buurt ligt aan zijn voeten. Hij schetst vanuit zijn eigen jeugdjaren een vergeten historie van deze buurt. Terwijl alles verzuild was – drie muziekverenigingen, drie voetbalverenigingen enz. – was de buurtvereniging van iedereen! Er was zelfs een buurttoneelgroep die de sterren van de hemel speelde! Maar toen die voor een van de voetbalclubs zou spelen  stak de verzuiling daar mooi wel een stokje voor!! Daarna eten en drinken, handje geven hier, praatje maken daar en foto’s bekijken van de huizen zoals die er 30 jaar geleden uitzagen. Dit alles onder een stralende zon terwijl het land elders geteisterd wordt door donder en bliksem.
Thuis zegt Marian: dat logo met BBB is dat niet van Belcampo? Die bedacht ooit in een campagne ter bevordering van borstvoeding een vereniging BBB : Borsten Beter Bloot !! Barbara zal er bij haar ontwerp niet aan gedacht hebben.
Voldaan ga ik later even pizza’s halen, want wie heeft er na zo’n middag nog zin om eten te koken? Tijdens het eten hoor ik een Appje binnenkomen. Het is van Judith, ze vraagt of ze morgenmiddag met de kinderen langs kunnen komen. Ja, leuk !
Wat ik nu maar zeggen wil: de pensioenen mogen wat in waarde gedaald zijn, het leven van een pensionado is toch echt zo slecht nog niet!